Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs in verband met het van toepassing worden van de Wet verbetering poortwachter.
- Kenmerk
- W05.02.0502/III
- Datum advies
- 23 januari 2003
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 8 juli 2003, nr 128
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs in verband met het van toepassing worden van de Wet verbetering poortwachter.
Bij Kabinetsmissive van 12 november 2002, no.02.005114, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, mede namens de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs in verband met het van toepassing worden van de Wet verbetering poortwachter.
Dit ontwerpbesluit brengt een aantal wijzigingen aan in het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs (hierna: BZA), om het aan te passen aan de Wet verbetering poortwachter (Wvp). De wijzigingen hebben betrekking op de verplichtingen van het bevoegd gezag en de zieke betrokkene. Ook wordt een mogelijkheid tot onderbreking van de loondoorbetaling of ontslag van de zieke betrokkene onder bepaalde voorwaarden geregeld. Verder worden er enkele terminologische aanpassingen gedaan.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt enkele kanttekeningen.
1. Achtergrond van de wijzigingen
De Wvp is per 1 april 2002 in werking getreden. Met het onderhavige ontwerpbesluit beoogt het kabinet de wijzigingen die met de Wvp zijn aangebracht in onder meer de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet terugdringing ziekteverzuim en het Burgerlijk Wetboek (BW) op identieke wijze uit te werken in het BZA voor zowel het personeel op openbare scholen als op bijzondere scholen. De keuze voor een identieke uitwerking vloeit niet voort uit de Wvp.
De Raad adviseert om deze keuze te motiveren.
In aansluiting hierop merkt de Raad op dat in de toelichting niet wordt ingegaan op het overleg met de centrales van overheidspersoneel en de uitkomsten daarvan. De Raad adviseert om deze keuze te motiveren.
In aansluiting hierop merkt de Raad op dat in de toelichting niet wordt ingegaan op het overleg met de centrales van overheidspersoneel en de uitkomsten daarvan. De Raad adviseert om de toelichting op dit punt aan te vullen.
De aanpassing van het BZA vindt plaats geruime tijd na de inwerkingtreding van de Wvp. De Raad acht het wenselijk dat in de toelichting aandacht wordt besteed aan de manier waarop in de periode tussen de inwerkingtreding van de Wvp en de beoogde ingangsdatum van het ontwerpbesluit is omgegaan met de gevallen die onder de aan te passen bepalingen van het BZA vallen.
2. Artikelsgewijs
Artikel 1, onder F
In het voorgestelde artikel 11, eerste lid, laatste volzin, BZA is de zinsnede "in een of meer functies" toegevoegd. Dit komt niet overeen met de tekst van artikel 7:658a BW, dat in de Wvp is ingevoegd.
De Raad adviseert toe te lichten waarom voor deze formulering is gekozen.
Artikel 1, onder F en G
Het opschrift van het voorgestelde artikel 11 BZA luidt "Reïntegratie van zieke betrokkenen", dat van het voorgestelde artikel 11a luidt "Verplichtingen".
Het zou de duidelijkheid ten goede komen als uit de opschriften van de voorgestelde artikelen 11 en 11a zou blijken dat ze beide regels geven met betrekking tot reïntegratie van de zieke betrokkene, met verplichtingen voor respectievelijk het bevoegd gezag en de zieke betrokkene.(zie noot 1)
De Raad adviseert de opschriften van beide artikelen aan te passen.
Voorts merkt de Raad op dat de tekst van de voorgestelde artikelen 11 en 11a vrijwel letterlijk is overgenomen van de artikelen 7:658a en 7:660a BW, zoals deze in de Wvp zijn ingevoegd. De formulering van deze artikelen wijkt af van de wijze waarop in de rest van het BZA verplichtingen voor het bevoegd gezag en de betrokkene zijn geformuleerd. Zo luidt het huidige artikel 11 BZA dat "door het bevoegd gezag (…) activiteiten worden ontwikkeld, gericht op de reïntegratie van betrokkene en uitmondend in de vaststelling van een reïntegratieplan", en luidt bijvoorbeeld artikel 12 BZA dat "betrokkene gehouden (is) te voldoen aan alle voorschriften en verplichtingen, die onmiddellijk dan wel middellijk uit de bepalingen van de WAO voortvloeien".
De Raad adviseert de formulering van de voorgestelde artikelen 11 en 11a BZA in overeenstemming te brengen met de wijze waarop overige verplichtingen in het BZA zijn geformuleerd.
Artikel 1, onder L
In het voorgestelde artikel 19, tweede en derde lid, BZA, wordt de zinsnede "als bedoeld in de artikelen 11, 17 en 18" vervangen door: als bedoeld in artikel 18. Het weglaten van artikel 17 is gemotiveerd, maar op het weglaten van artikel 11 wordt in de toelichting niet ingegaan.
De Raad adviseert het weglaten van artikel 11 toe te lichten.
Artikel 1, onder M
De toelichting op dit artikel vermeldt dat "(o)ntslag op grond van het niet meewerken aan reïntegratie moet worden gezien als een ultimum remedium. In principe dienen eerst andere wegen (zoals bijvoorbeeld looninhouding) bewandeld te worden alvorens tot ontslag wordt besloten." Noch uit de bepalingen van het voorgestelde artikel 20a, noch uit de bepalingen van artikel 7:670b, derde lid, BW blijkt dat hier sprake is van een ultimum remedium. Evenmin is bij de totstandkoming van deze nieuwe ontslaggrond in artikel 7:670b BW in het kader van de Wvp aan de orde gekomen dat deze als ultimum remedium moet worden opgevat.
De Raad beveelt daarom aan deze passage in de toelichting te laten vervallen.
Artikel 1, onder N
In het voorgestelde artikel 39, eerste, zesde en achtste lid, BZA wordt de zinsnede "dan wel na een periode van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid gangbare arbeid te verrichten" telkens vervangen door: dan wel, na onafgebroken arbeidsongeschiktheid gedurende het in artikel 19, eerste en tweede lid, van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) bedoelde tijdvak, gangbare arbeid te verrichten.
Volgens de toelichting wordt met deze wijziging beoogd de mogelijkheid te scheppen om de termijn van 52 weken te verlengen, zoals geregeld na de wijziging van de WAO en artikel XV van de Wet terugdringing ziekteverzuim (Wtz) in het kader van de Wvp.
De Raad meent dat om dit te bereiken verwijzing naar alleen artikel 19, eerste en tweede lid, WAO niet volstaat. De beoogde verlenging is geregeld in artikel 19, zevende lid, WAO. Daarnaast geeft artikel XV, veertiende lid, onder a en c, Wtz nog twee mogelijkheden tot verlenging van de 52-wekentermijn.
De Raad adviseert de bepaling in het ontwerpbesluit aan te passen aan de beoogde verlenging.
3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 23 januari 2003, no. W05.02.0502/III, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
Artikel 1, onder A
In artikel 1, onderdeel g, van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs (BZA) wordt het begrip bedrijfsgezondheidsdienst plus de definitie daarvan vervangen door de arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet 1998. De spelling van het begrip in het ontwerpbesluit, namelijk "Arbo-dienst", komt niet overeen met de spelling in bedoelde wet, waar "arbodienst" wordt geschreven. De foutieve spelling wordt in het gehele ontwerpbesluit voortgezet. In het ontwerpbesluit dient "Arbo-dienst" overal te worden vervangen door: arbodienst.
Tevens wordt in artikel 1, onderdelen h en j, BZA gesproken over respectievelijk "bedrijfsgezondheidskundige dienst" en "bedrijfsgezondheidsdienst". In het ontwerpbesluit worden deze begrippen niet gewijzigd. Deze begrippen dienen ook vervangen te worden door: arbodienst.
Nota van toelichting
Artikel 1, onder I
Volledigheidshalve toevoegen dat ook een weigering om mee te werken aan een plan van aanpak reden is om loondoorbetaling te weigeren.
Artikel 1, onder N
De eerste zin geeft vanwege de zinsnede "via de wijziging" een onjuiste weergave van de gewijzigde mogelijkheid tot verlenging van de wachttijd van 52 weken. Deze zin aanpassen.
Nader rapport (reactie op het advies) van 17 maart 2003
1. Naar aanleiding van de opmerking van de Raad is in de toelichting opgenomen dat met de aanpassing van het BZA aan de wijzigingen in het BW naar aanleiding van de Wet verbetering poortwachter, sociale partners in de Sectorcommissie onderwijspersoneel (SCOP) ondermeer beogen te bereiken dat de rechtspositie van het personeel in het openbaar - en bijzonder onderwijs inhoudelijk zoveel mogelijk bij elkaar blijven aansluiten. Naar aanleiding van de aansluitende opmerking van de Raad is in de toelichting bij artikel II het volgende opgenomen. De Wet verbetering poortwachter is per 1 april 2002 in werking getreden. Het gaat ondermeer om wijzigingen in de WAO, de Wet terugdringing ziekteverzuim en het Burgerlijk Wetboek. De aanpassingen van WAO en Wet terugdringing ziekteverzuim werken rechtstreeks voor het onderwijspersoneel, de aanpassing van het BW alleen voor het personeel in het bijzonder onderwijs.
Volledigheidshalve wordt vermeldt dat de aanpassing van het BZA aan de gewijzigde BW-bepalingen niet per 1 april 2002 kan ingaan, maar eerst na publicatie van het besluit in het Staatsblad, aangezien het hier om verplichtingen voor werknemer en werkgever gaat en de introductie van een ontslagbevoegdheid voor de werkgever.
2. Artikel I, onder F. Naar aanleiding van de opmerking van de Raad is in artikel 11, eerste lid de zinsnede "in een of meer functies bij een andere werkgever" vervangen door: "in voor hem passende arbeid bij een andere werkgever" (conform de aanpassing van het BW).
Artikel I, onder F en G. Naar aanleiding van de opmerking van de Raad zijn de opschriften boven de artikelen 11 en 11a gewijzigd in respectievelijk: "Regels voor het bevoegd gezag met betrekking tot de reïntegratie van de zieke betrokkene" en: "Regels voor de zieke betrokkene met betrekking tot reïntegratie". Tevens is de formulering van de voorgestelde artikelen 11 en 11a BZA in overeenstemming gebracht met de wijze waarop overige verplichtingen in het BZA zijn geformuleerd.
Artikel I, onder L. Naar aanleiding van de opmerking van de Raad is in de toelichting aanvullend opgenomen dat de procedure van de commissie van geneeskundigen zoals neergelegd in artikel 19, naast het in de Wet structuur en uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI) bepaalde, overbodig is voor het onderzoek dat op grond van de artikelen 11, 11a en 17 kan plaats vinden.
Artikel I, onder M. In het overleg met de centrales in de SCOP is overeengekomen dat in de toelichting op dit artikel wordt benadrukt dat het ontslaan van een zieke betrokkene die onvoldoende meewerkt aan zijn reïntegratie als ultimum remedium gezien moet worden.
Volgens sociale partners verenigd in de SCOP volgt dit uit het karakter van deze maatregel in relatie tot andere mogelijke maatregelen, zoals bijvoorbeeld looninhouding. Om die reden geef ik er de voorkeur aan deze passage in de toelichting te handhaven.
Artikel I, onder N. Naar aanleiding van de opmerking van de Raad is de redactie van de voorgestelde aanpassing van artikel 39, eerste, zesde en achtste lid aangepast als volgt: "dan wel na onafgebroken arbeidsongeschiktheid gedurende het in artikel 19, eerste en tweede lid, van de WAO bedoelde tijdvak, al dan niet verlengd op grond van artikel 19, zevende lid WAO of artikel XV, veertiende lid, onder a en c, van de Wet terugdringing ziekteverzuim, gangbare arbeid te verrichten".
3. De redactionele kanttekeningen die de Raad maakt zijn in het ontwerpbesluit en de nota van toelichting verwerkt.
Ik moge U hierbij, mede namens de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
(1) Aanwijzing 98, eerste lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
Dit ontwerpbesluit brengt een aantal wijzigingen aan in het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs (hierna: BZA), om het aan te passen aan de Wet verbetering poortwachter (Wvp). De wijzigingen hebben betrekking op de verplichtingen van het bevoegd gezag en de zieke betrokkene. Ook wordt een mogelijkheid tot onderbreking van de loondoorbetaling of ontslag van de zieke betrokkene onder bepaalde voorwaarden geregeld. Verder worden er enkele terminologische aanpassingen gedaan.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt enkele kanttekeningen.
1. Achtergrond van de wijzigingen
De Wvp is per 1 april 2002 in werking getreden. Met het onderhavige ontwerpbesluit beoogt het kabinet de wijzigingen die met de Wvp zijn aangebracht in onder meer de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet terugdringing ziekteverzuim en het Burgerlijk Wetboek (BW) op identieke wijze uit te werken in het BZA voor zowel het personeel op openbare scholen als op bijzondere scholen. De keuze voor een identieke uitwerking vloeit niet voort uit de Wvp.
De Raad adviseert om deze keuze te motiveren.
In aansluiting hierop merkt de Raad op dat in de toelichting niet wordt ingegaan op het overleg met de centrales van overheidspersoneel en de uitkomsten daarvan. De Raad adviseert om deze keuze te motiveren.
In aansluiting hierop merkt de Raad op dat in de toelichting niet wordt ingegaan op het overleg met de centrales van overheidspersoneel en de uitkomsten daarvan. De Raad adviseert om de toelichting op dit punt aan te vullen.
De aanpassing van het BZA vindt plaats geruime tijd na de inwerkingtreding van de Wvp. De Raad acht het wenselijk dat in de toelichting aandacht wordt besteed aan de manier waarop in de periode tussen de inwerkingtreding van de Wvp en de beoogde ingangsdatum van het ontwerpbesluit is omgegaan met de gevallen die onder de aan te passen bepalingen van het BZA vallen.
2. Artikelsgewijs
Artikel 1, onder F
In het voorgestelde artikel 11, eerste lid, laatste volzin, BZA is de zinsnede "in een of meer functies" toegevoegd. Dit komt niet overeen met de tekst van artikel 7:658a BW, dat in de Wvp is ingevoegd.
De Raad adviseert toe te lichten waarom voor deze formulering is gekozen.
Artikel 1, onder F en G
Het opschrift van het voorgestelde artikel 11 BZA luidt "Reïntegratie van zieke betrokkenen", dat van het voorgestelde artikel 11a luidt "Verplichtingen".
Het zou de duidelijkheid ten goede komen als uit de opschriften van de voorgestelde artikelen 11 en 11a zou blijken dat ze beide regels geven met betrekking tot reïntegratie van de zieke betrokkene, met verplichtingen voor respectievelijk het bevoegd gezag en de zieke betrokkene.(zie noot 1)
De Raad adviseert de opschriften van beide artikelen aan te passen.
Voorts merkt de Raad op dat de tekst van de voorgestelde artikelen 11 en 11a vrijwel letterlijk is overgenomen van de artikelen 7:658a en 7:660a BW, zoals deze in de Wvp zijn ingevoegd. De formulering van deze artikelen wijkt af van de wijze waarop in de rest van het BZA verplichtingen voor het bevoegd gezag en de betrokkene zijn geformuleerd. Zo luidt het huidige artikel 11 BZA dat "door het bevoegd gezag (…) activiteiten worden ontwikkeld, gericht op de reïntegratie van betrokkene en uitmondend in de vaststelling van een reïntegratieplan", en luidt bijvoorbeeld artikel 12 BZA dat "betrokkene gehouden (is) te voldoen aan alle voorschriften en verplichtingen, die onmiddellijk dan wel middellijk uit de bepalingen van de WAO voortvloeien".
De Raad adviseert de formulering van de voorgestelde artikelen 11 en 11a BZA in overeenstemming te brengen met de wijze waarop overige verplichtingen in het BZA zijn geformuleerd.
Artikel 1, onder L
In het voorgestelde artikel 19, tweede en derde lid, BZA, wordt de zinsnede "als bedoeld in de artikelen 11, 17 en 18" vervangen door: als bedoeld in artikel 18. Het weglaten van artikel 17 is gemotiveerd, maar op het weglaten van artikel 11 wordt in de toelichting niet ingegaan.
De Raad adviseert het weglaten van artikel 11 toe te lichten.
Artikel 1, onder M
De toelichting op dit artikel vermeldt dat "(o)ntslag op grond van het niet meewerken aan reïntegratie moet worden gezien als een ultimum remedium. In principe dienen eerst andere wegen (zoals bijvoorbeeld looninhouding) bewandeld te worden alvorens tot ontslag wordt besloten." Noch uit de bepalingen van het voorgestelde artikel 20a, noch uit de bepalingen van artikel 7:670b, derde lid, BW blijkt dat hier sprake is van een ultimum remedium. Evenmin is bij de totstandkoming van deze nieuwe ontslaggrond in artikel 7:670b BW in het kader van de Wvp aan de orde gekomen dat deze als ultimum remedium moet worden opgevat.
De Raad beveelt daarom aan deze passage in de toelichting te laten vervallen.
Artikel 1, onder N
In het voorgestelde artikel 39, eerste, zesde en achtste lid, BZA wordt de zinsnede "dan wel na een periode van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid gangbare arbeid te verrichten" telkens vervangen door: dan wel, na onafgebroken arbeidsongeschiktheid gedurende het in artikel 19, eerste en tweede lid, van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) bedoelde tijdvak, gangbare arbeid te verrichten.
Volgens de toelichting wordt met deze wijziging beoogd de mogelijkheid te scheppen om de termijn van 52 weken te verlengen, zoals geregeld na de wijziging van de WAO en artikel XV van de Wet terugdringing ziekteverzuim (Wtz) in het kader van de Wvp.
De Raad meent dat om dit te bereiken verwijzing naar alleen artikel 19, eerste en tweede lid, WAO niet volstaat. De beoogde verlenging is geregeld in artikel 19, zevende lid, WAO. Daarnaast geeft artikel XV, veertiende lid, onder a en c, Wtz nog twee mogelijkheden tot verlenging van de 52-wekentermijn.
De Raad adviseert de bepaling in het ontwerpbesluit aan te passen aan de beoogde verlenging.
3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 23 januari 2003, no. W05.02.0502/III, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
Artikel 1, onder A
In artikel 1, onderdeel g, van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs (BZA) wordt het begrip bedrijfsgezondheidsdienst plus de definitie daarvan vervangen door de arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet 1998. De spelling van het begrip in het ontwerpbesluit, namelijk "Arbo-dienst", komt niet overeen met de spelling in bedoelde wet, waar "arbodienst" wordt geschreven. De foutieve spelling wordt in het gehele ontwerpbesluit voortgezet. In het ontwerpbesluit dient "Arbo-dienst" overal te worden vervangen door: arbodienst.
Tevens wordt in artikel 1, onderdelen h en j, BZA gesproken over respectievelijk "bedrijfsgezondheidskundige dienst" en "bedrijfsgezondheidsdienst". In het ontwerpbesluit worden deze begrippen niet gewijzigd. Deze begrippen dienen ook vervangen te worden door: arbodienst.
Nota van toelichting
Artikel 1, onder I
Volledigheidshalve toevoegen dat ook een weigering om mee te werken aan een plan van aanpak reden is om loondoorbetaling te weigeren.
Artikel 1, onder N
De eerste zin geeft vanwege de zinsnede "via de wijziging" een onjuiste weergave van de gewijzigde mogelijkheid tot verlenging van de wachttijd van 52 weken. Deze zin aanpassen.
Nader rapport (reactie op het advies) van 17 maart 2003
1. Naar aanleiding van de opmerking van de Raad is in de toelichting opgenomen dat met de aanpassing van het BZA aan de wijzigingen in het BW naar aanleiding van de Wet verbetering poortwachter, sociale partners in de Sectorcommissie onderwijspersoneel (SCOP) ondermeer beogen te bereiken dat de rechtspositie van het personeel in het openbaar - en bijzonder onderwijs inhoudelijk zoveel mogelijk bij elkaar blijven aansluiten. Naar aanleiding van de aansluitende opmerking van de Raad is in de toelichting bij artikel II het volgende opgenomen. De Wet verbetering poortwachter is per 1 april 2002 in werking getreden. Het gaat ondermeer om wijzigingen in de WAO, de Wet terugdringing ziekteverzuim en het Burgerlijk Wetboek. De aanpassingen van WAO en Wet terugdringing ziekteverzuim werken rechtstreeks voor het onderwijspersoneel, de aanpassing van het BW alleen voor het personeel in het bijzonder onderwijs.
Volledigheidshalve wordt vermeldt dat de aanpassing van het BZA aan de gewijzigde BW-bepalingen niet per 1 april 2002 kan ingaan, maar eerst na publicatie van het besluit in het Staatsblad, aangezien het hier om verplichtingen voor werknemer en werkgever gaat en de introductie van een ontslagbevoegdheid voor de werkgever.
2. Artikel I, onder F. Naar aanleiding van de opmerking van de Raad is in artikel 11, eerste lid de zinsnede "in een of meer functies bij een andere werkgever" vervangen door: "in voor hem passende arbeid bij een andere werkgever" (conform de aanpassing van het BW).
Artikel I, onder F en G. Naar aanleiding van de opmerking van de Raad zijn de opschriften boven de artikelen 11 en 11a gewijzigd in respectievelijk: "Regels voor het bevoegd gezag met betrekking tot de reïntegratie van de zieke betrokkene" en: "Regels voor de zieke betrokkene met betrekking tot reïntegratie". Tevens is de formulering van de voorgestelde artikelen 11 en 11a BZA in overeenstemming gebracht met de wijze waarop overige verplichtingen in het BZA zijn geformuleerd.
Artikel I, onder L. Naar aanleiding van de opmerking van de Raad is in de toelichting aanvullend opgenomen dat de procedure van de commissie van geneeskundigen zoals neergelegd in artikel 19, naast het in de Wet structuur en uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI) bepaalde, overbodig is voor het onderzoek dat op grond van de artikelen 11, 11a en 17 kan plaats vinden.
Artikel I, onder M. In het overleg met de centrales in de SCOP is overeengekomen dat in de toelichting op dit artikel wordt benadrukt dat het ontslaan van een zieke betrokkene die onvoldoende meewerkt aan zijn reïntegratie als ultimum remedium gezien moet worden.
Volgens sociale partners verenigd in de SCOP volgt dit uit het karakter van deze maatregel in relatie tot andere mogelijke maatregelen, zoals bijvoorbeeld looninhouding. Om die reden geef ik er de voorkeur aan deze passage in de toelichting te handhaven.
Artikel I, onder N. Naar aanleiding van de opmerking van de Raad is de redactie van de voorgestelde aanpassing van artikel 39, eerste, zesde en achtste lid aangepast als volgt: "dan wel na onafgebroken arbeidsongeschiktheid gedurende het in artikel 19, eerste en tweede lid, van de WAO bedoelde tijdvak, al dan niet verlengd op grond van artikel 19, zevende lid WAO of artikel XV, veertiende lid, onder a en c, van de Wet terugdringing ziekteverzuim, gangbare arbeid te verrichten".
3. De redactionele kanttekeningen die de Raad maakt zijn in het ontwerpbesluit en de nota van toelichting verwerkt.
Ik moge U hierbij, mede namens de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
(1) Aanwijzing 98, eerste lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving.