Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke stoffen houdende regels betreffende grensoverschrijdende verplaatsing en traceerbaarheid en etikettering van genetisch gemodificeerde organismen (uitvoering verordeningen (EG) nrs. 1946/2003, 1829/2003 en 1830/2003), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W08.04.0175/V
- Datum advies
- 16 juni 2004
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 12 oktober 2004, nr 196
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke stoffen houdende regels betreffende grensoverschrijdende verplaatsing en traceerbaarheid en etikettering van genetisch gemodificeerde organismen (uitvoering verordeningen (EG) nrs. 1946/2003, 1829/2003 en 1830/2003), met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 12 mei 2004, no.04.001811, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke stoffen houdende regels betreffende grensoverschrijdende verplaatsing en traceerbaarheid en etikettering van genetisch gemodificeerde organismen (uitvoering verordeningen (EG) nrs. 1946/2003, 1829/2003 en 1830/2003), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit bevat wijzigingen van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke stoffen (hierna: Besluit ggo’s Wms) in verband met uitvoering van drie Europese verordeningen. In verband daarmee worden bepalingen aangebracht ter uitvoering van in die verordeningen voorgeschreven implementatie van aanvullende bepalingen van een Europese richtlijn over de etikettering en traceerbaarheid van genetisch gemodificeerde organismen (hierna: ggo’s) en over overgangsmaatregelen betreffende de onvoorziene of technisch niet te voorkomen aanwezigheid van ggo’s in producten waarvoor een risicobeoordeling tot een gunstig resultaat heeft geleid. Voorts wordt een bevoegde instantie aangewezen en bevatten de wijzigingen van het Besluit ggo’s Wms verbodsbepalingen met het oog op strafbaarstelling.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit maar maakt daarbij kanttekeningen met betrekking tot het ontbreken van een verbodsbepaling en de vermelding van bijlage IV van richtlijn 2001/18/EG.
1. In artikel I, onder C, tweede lid, van het ontwerpbesluit is een aantal verbodsbepalingen opgenomen. Deze betreffen verordening (EG) nr. 1830/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 (PbEU L 268) betreffende de traceerbaarheid en etikettering van genetisch gemodificeerde organismen en de traceerbaarheid van met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde levensmiddelen en diervoeders en hangen samen met de wijziging van richtlijn 2001/18/EG. In de opsomming komt geen verbodsbepaling voor die is gebaseerd op artikel 5 van die verordening. Een dergelijke bepaling komt wel voor in het Besluit van 13 april 2004, houdende wijziging van het Warenwetbesluit Nieuwe voedingsmiddelen in verband met verordeningen (EG) 1829/2003 en 1830/2003. Uit de bij het ontwerpbesluit behorende nota van toelichting wordt ook niet duidelijk waarom de uitwerking van artikel 5 van de verordening tot de verantwoordelijkheid van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wordt gerekend en niet eveneens tot die van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
In verband hiermee adviseert de Raad van State in de toelichting op artikel I, onder C, tweede lid, uiteen te zetten waarom artikel 5 van de verordening niet is opgenomen in die bepaling.
2. In artikel 7, onderdeel 1, van verordening nr. 1830/2003 wordt artikel 4, lid 6, van richtlijn 2001/18/EG geschrapt. Die richtlijnbepaling schrijft voor dat de lidstaten de nodige maatregelen treffen om de traceerbaarheid, overeenkomstig bijlage IV van die richtlijn, in alle stadia van het in de handel brengen van krachtens deel C toegelaten ggo’s te verzekeren. In de toelichting op artikel I, onder C, van het ontwerpbesluit wordt hierover opgemerkt dat het schrappen van de richtlijnbepaling niet heeft geleid tot aanpassing van dat ontwerpbesluit. Die opmerking wordt niet toegelicht.
De evengenoemde richtlijnbepaling is geïmplementeerd in artikel 26, vierde lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen en in artikel 28, eerste lid, onder a en f, van het Besluit ggo’s Wms. Ingevolge die laatste bepalingen dient een aanvraag om een vergunning voor het in de handel brengen van producten waarin zich ggo’s bevinden, in ieder geval informatie alsmede een voorstel tot etikettering en verpakking overeenkomstig onder meer bijlage IV van richtlijn 2001/18/EG te bevatten.
Als die bepaling wordt geschrapt, komen ook de voorschriften van bijlage IV voor zover die betrekking hebben op de traceerbaarheid van ggo’s te vervallen. In verband daarmee rijst de vraag of die bijlage nog vermeld kan blijven in artikel 28, eerste lid, onder a en f, van het eerdergenoemde besluit. Vermelding zou naar de mening van de Raad alleen nog gerechtvaardigd zijn indien de verwijzing naar bijlage IV ook geldt voor andere situaties dan de traceerbaarheid van ggo’s.
Gezien het vorenstaande beveelt het college aan de in de toelichting gemaakte opmerking dat het schrappen van artikel 4, lid 6, van richtlijn 2001/18/EG niet heeft geleid tot aanpassing van dat ontwerpbesluit, te motiveren.
3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Raad van State van 16 juni 2004, no.W08.04.0175/V, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
- In artikel I, onder A, de publicatievermelding van de verordeningen met inachtneming van aanwijzing 89, eerste lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar) vermelden aan het eind van de benaming van de verordening.
- In artikel I, onder B, in het opgenomen onderdeel h van artikel 23, tweede lid, van het Besluit ggo’s Wms het eerste deel van de bepaling luidende "sporen van een genetisch gemodificeerd organisme in producten die in de handel worden gebracht" wijzigen in: sporen van een genetisch gemodificeerd organisme of een combinatie van genetisch gemodificeerde organismen in producten die in de handel worden gebracht.
Nota van toelichting
- In de toelichting op artikel I, onder B, "artikel 32, tweede lid," wijzigen in: artikel 23, tweede lid.
Nader rapport (reactie op het advies) van 28 juli 2004
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan de opmerkingen van de Raad aandacht zal zijn geschonken.
1. De handelingen genoemd in artikel 5 van verordening (EG) nr. 1830/2003 zijn niet in dit besluit strafbaar gesteld omdat dit artikel van toepassing is op met genetisch gemodificeerde organismen (hierna: ggo’s) geproduceerde producten die in levensmiddelen of diervoeders worden gebruikt. De ggo’s uit deze producten zijn niet in staat zich te vermenigvuldigen of genetisch materiaal over te brengen omdat ze van ggo’s zijn afgeleid en niet geheel of gedeeltelijk uit ggo’s bestaan. Daarmee vallen ze uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en niet (mede) onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: VROM). De Minister van VROM is verantwoordelijk voor die ggo’s die onder de definitie van ggo’s vallen zoals opgenomen in artikel 1, eerste lid, onder e en f, van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke stoffen (hierna: Besluit ggo). Deze ggo’s zijn wel in staat zich te vermenigvuldigen of genetisch materiaal over te brengen.
In navolging van het advies van de Raad heb ik in de toelichting op artikel I, onder C, tweede lid, uiteengezet waarom artikel 5 van verordening 1830/2003 niet is opgenomen in die bepaling.
2. Artikel 4, zesde lid, van richtlijn nr. 2001/18/EG gaf de lidstaten de opdracht om maatregelen te treffen ten aanzien van de traceerbaarheid van ggo’s. Die maatregelen waren nog niet getroffen en derhalve was nog geen uitvoering gegeven aan deze richtlijnbepaling. Het vervallen van dit artikel heeft dan ook niet tot aanpassing van het Besluit ggo geleid. Artikel 4, zesde lid, is derhalve evenmin geïmplementeerd in artikel 24, zesde lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen (hierna: Wms), noch in artikel 28, eerste lid, onder a en f, van het Besluit ggo, zoals de Raad stelt. Artikel 24, zesde lid, van de Wms is een deel van de basis van het Besluit ggo en de onderdelen a en f van het eerste lid, van artikel 28, zijn een omzetting van artikel 13, tweede lid, onder a en f, van richtlijn nr. 2001/18/EG.
De lidstaten kunnen deze maatregelen inmiddels achterwege laten nu de in artikel 4, zesde lid, gegeven opdracht is vervuld met verordening (EG) nr. 1830/2003. Deze verordening verzekert ‘de traceerbaarheid overeenkomstig de voorschriften van bijlage IV in alle stadia van het in de handel brengen van krachtens deel C van richtlijn nr. 2001/18/EG toegelaten ggo’s’. Indien de voorschriften over traceerbaarheid van ggo’s van bijlage IV van richtlijn nr. 2001/18/EG zouden moeten vervallen, zou verordening (EG) nr. 1830/2003 daarin hebben voorzien.
Verordening (EG) nr. 1830/2003 stelt traceerbaarheids- en etiketteringsvoorschriften, voor uit ggo’s bestaande of ggo’s bevattende producten, die zijn vergund op grond van artikel 30 van het Besluit ggo (handelsvergunning volgens richtlijn nr. 2001/18/EG) en die zijn vergund op grond van verordening (EG) nr. 1829/2003, verplicht. Dit houdt in dat ggo’s die zijn toegelaten op grond van een handelsvergunning, naast de bepalingen uit het Besluit ggo (ter omzetting van richtlijn nr. 2001/18/EG) ook dienen te voldoen aan de bepalingen uit verordening (EG) nr. 1830/2003.
In navolging van het advies van de Raad heb ik dit punt in de nota van toelichting uitgewerkt.
3. De redactionele kanttekeningen heb ik verwerkt met uitzondering van de tweede kanttekening over het ontwerpbesluit. Het zinsdeel ‘of een combinatie van genetisch gemodificeerde organismen’ heb ik niet overgenomen, omdat op grond van artikel 1, tweede lid, van het Besluit ggo, onder ‘genetisch gemodificeerd organisme dan wel genetisch gemodificeerde organismen’ tevens wordt verstaan: een combinatie van genetisch gemodificeerde organismen. Dit lid is aan artikel 1 toegevoegd, met het wijzigingsbesluit van 26 april 2004 (Stb. 209).
4. Tot slot heb ik nog enkele onvolkomenheden hersteld in het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, het Besluit implementatie EG-verbodsrichtlijn Wms 1998, het Besluit broeikasgassen Wms 2003 en het Vuurwerkbesluit.
Ik moge U hierbij, in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en mijn ambtgenoot van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer