Ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot de afgifte, de ontvangst en het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen (Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W08.04.0159/V
- Datum advies
- 28 juni 2004
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 9 november 2004, nr 216
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot de afgifte, de ontvangst en het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen (Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen), met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 22 april 2004, no.04.001605, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot de afgifte, de ontvangst en het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen (Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen), met nota van toelichting.
In het ontwerpbesluit wordt het in de artikelen 10.41 tot en met 10.43 en 10.44, derde lid, van de Wet milieubeheer (Wm) neergelegde stelsel voor de melding van ontvangst, afgifte en vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen (hierna: bga’s) uitgewerkt. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt opmerkingen over de wijze waarop daarin de categorieën van gevallen zijn omschreven waarvoor bepaalde verplichtingen van de wet niet gelden. Hij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is. Voorts zal de uiteenzetting in de nota van toelichting over de ministeriële verantwoordelijkheid voor het functioneren van het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA) moeten worden aangevuld.
1. Artikel 10.43, eerste lid, Wm bepaalt dat de categorieën van gevallen waarvoor de daarin genoemde meldingsverplichtingen met betrekking tot bga’s niet gelden, bij algemene maatregel van bestuur worden aangewezen. Artikel 10.44, derde lid, bevat een soortgelijke bepaling ten aanzien van het verstrekken van een begeleidingsbrief bij de afgifte van bga’s. In de artikelen 2, eerste en tweede lid, 3, vierde lid en 5, eerste en tweede lid, van het ontwerpbesluit wordt evenwel de systematiek gevolgd waarbij eerst de categorieën van gevallen waarvoor de desbetreffende meldingsverplichting geldt, worden aangewezen en vervolgens wordt bepaald dat die verplichting niet geldt voor andere dan de aangewezen categorieën van gevallen. De Raad is van mening dat aldus wordt afgeweken van het in artikel 10.43, eerst lid, Wm neergelegde stelsel, volgens hetwelk de categorieën van gevallen waarvoor de daarin bedoelde verplichtingen niet gelden, uitdrukkelijk bij algemene maatregel van bestuur worden aangewezen. Hij adviseert het ontwerpbesluit aan de systematiek van artikel 10.43, eerste lid, Wm aan te passen.
2. Uit hoofdstuk 5. Uitvoeringsorganisatie, van de nota van toelichting kan worden opgemaakt dat het LMA, dat door de minister als meldingsinstantie zal worden aangewezen(zie noot 1), een interprovinciale stichting zal blijven omdat de provinciebesturen de belangrijkste handhavende bestuursorganen zullen blijven en daarmee ook de belangrijkste gebruikers van de informatie van het LMA. De financiële verantwoordelijkheid van het Rijk voor het LMA zal worden geregeld in een convenant met de provincies, aldus de toelichting. In hoofdstuk 7. Handhaafbaarheid, van de nota van toelichting wordt opgemerkt dat de minister verantwoordelijk is voor het goed functioneren van het LMA. Voorzover die verantwoordelijkheid meer inhoudt dan de eerdergenoemde financiële verantwoordelijkheid, adviseert de Raad in de nota van toelichting de ratio daarvan toe te lichten en tevens uiteen te zetten hoe daaraan gestalte wordt gegeven.
3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no.W08.04.0159/V, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- In artikel 1, derde lid, achter onderdeel a de puntkomma vervangen door: en.
Vervolgens de aanduiding "c" van het tweede onderdeel vervangen door: b.
De bepaling inzake de citeertitel (artikel 14) overeenkomstig aanwijzing 185, tweede lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving formuleren ("kan worden" moet zijn: wordt).
Nader rapport (reactie op het advies) van 1 oktober 2004
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met zijn opmerkingen rekening zal zijn gehouden.
1. De Raad is van mening dat in de artikelen 2, eerste en tweede lid, 3, vierde lid, en 5, eerste en tweede lid, van het ontwerpbesluit wordt afgeweken van het in artikel 10.43, eerste lid, van de Wet milieubeheer (Wm) neergelegde stelsel volgens hetwelk de categorieën van gevallen waarvoor de daarin bedoelde verplichtingen niet gelden, uitdrukkelijk bij algemene maatregel van bestuur worden aangewezen. Hij adviseert het ontwerpbesluit aan de systematiek van artikel 10.43, eerste lid, van de Wm aan te passen.
De in de hiervoor genoemde artikelen van het ontwerpbesluit gekozen systematiek houdt verband met het feit dat het opnemen van de categorieën van gevallen waarin de in de artikelen 10.38, derde lid, 10.40, eerste lid, en onderdeel f van artikel 10.40, eerste lid, van de Wm gestelde verplichtingen niet gelden zou leiden tot zeer ingewikkelde en voor de burger slecht toegankelijke regelgeving. Door het opnemen van een opsomming van de categorieën van gevallen waarin de hiervoor bedoelde verplichtingen niet gelden, zou voor de burger namelijk moeilijk te doorgronden zijn in welke categorieën van gevallen die verplichtingen wel gelden. In de artikelen 2, tweede lid, 3, vierde lid, en 5, tweede lid, van
het ontwerpbesluit is om die reden gekozen voor een systematiek waarbij de categorieën van gevallen worden aangewezen waarvoor de daarin bedoelde verplichtingen wel gelden. Omdat in het ontwerpbesluit (de artikelen 2, eerste lid, 3, vierde lid, en 5, eerste lid), voorafgaand aan die aanwijzingen is bepaald dat de bedoelde verplichtingen niet gelden in andere dan de aangewezen categorieën van gevallen acht ik deze aanwijzingssystematiek in overeenstemming met artikel 10.43, eerste lid, van de Wm. Dit neemt niet weg dat het logischer en doorzichtiger was geweest indien de Wm had voorzien in een grondslag om in dit ontwerpbesluit te volstaan met een aanwijzing van de categorieën van gevallen waarvoor de in de artikelen 10.38, derde lid, 10.40, eerste lid, en 10.40, eerste lid, onder f, van de Wm gestelde verplichtingen gelden. Bij een volgende wijziging van de Wm zal dit aldus worden geregeld. Te zijner tijd zal dan ook het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen hieraan worden aangepast. In de toelichting op artikel 2 zal nader op deze aanwijzingssystematiek worden ingegaan.
2. De Raad adviseert in de nota van toelichting nader in te gaan op de verantwoordelijk-heid van de minister voor het functioneren van het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA), voorzover die verantwoordelijkheid meer inhoudt dan een in een convenant vast te leggen financiële verantwoordelijkheid.
In artikel 10.40, eerste lid, van de Wm is bepaald dat de minister een instantie aanwijst aan wie de in dat lid bedoelde melding moet worden gericht. In artikel 10.40, derde lid, van de Wm is bepaald dat de minister de gemelde gegevens op verzoek van een provincie of gemeente aan die provincie of gemeente zal zenden. Uit dien hoofde is de minister verantwoordelijk voor de aanwijzing van een meldingsinstantie (in dit geval het LMA) en het toeleveren van de gemelde gegevens aan provincies en gemeenten. In het nieuw gebouwde ICT-systeem voor het melden van afvalstoffen is de minister uitsluitend verantwoordelijk voor de meldinterface, de meldapplicatie, de archivering van de meldgegevens en de aanlevering van deze gegevens aan een centrale database/webportal, waarin deze gegevens gekoppeld worden met andere informatiesystemen. De provincies zijn verantwoordelijk voor deze centrale database/webportal. Het LMA zal zowel door de minister als door de provincies worden belast met het beheer van deze gegevens. De uitvoeringsorganisatie LMA is ondergebracht in de Stichting LMA. Teneinde de verantwoordelijkheid van de minister vorm te geven, zal een vertegenwoordiger van de minister zitting nemen in het bestuur van de Stichting LMA. De nota van toelichting is op dit punt verduidelijkt.
3. De redactionele kanttekeningen zijn verwerkt.
4. Van de gelegenheid is gebruikt gemaakt om in het ontwerpbesluit of de nota van toelichting nog de volgende wijzigingen aan te brengen:
- In artikel 10 is een uitzondering gemaakt op de verplichting tot het geven van een omschrijving als bedoeld in artikel 10.39, eerste lid, onder a, van de Wm voor de gevallen dat het de afgifte van afvalstoffen betreft waarvoor ingevolge artikel 2, tweede lid, onder b, van dit ontwerpbesluit geen meldingsplicht bestaat. In artikel 12, zoals dat luidde in de versie zoals aan de Raad verzonden, was voor die gevallen slechts een uitzondering gemaakt op de verplichting tot het gebruik van de afvalstoffenlijst.
- Artikel 12 is in die zin aangepast dat thans daarin de verplichting is opgenomen om gebruik te maken van de formulieren die door de minister zijn vastgesteld en een bevoegdheid voor de minister is opgenomen om toestemming te geven om gebruik te maken van een andere gegevensdrager dan die formulieren.
- In artikel 13 (nieuw) is een overgangsregeling opgenomen ten aanzien van de meldingen met betrekking tot afgiften die plaatsvinden binnen de eerste maand waarin het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen in werking treedt.
- In de tekst van het ontwerpbesluit en de nota van toelichting is voorts een aantal kleine verbeteringen aangebracht.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
(1) Op grond van artikel 10.40, eerste lid, aanhef Wm
In het ontwerpbesluit wordt het in de artikelen 10.41 tot en met 10.43 en 10.44, derde lid, van de Wet milieubeheer (Wm) neergelegde stelsel voor de melding van ontvangst, afgifte en vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen (hierna: bga’s) uitgewerkt. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt opmerkingen over de wijze waarop daarin de categorieën van gevallen zijn omschreven waarvoor bepaalde verplichtingen van de wet niet gelden. Hij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is. Voorts zal de uiteenzetting in de nota van toelichting over de ministeriële verantwoordelijkheid voor het functioneren van het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA) moeten worden aangevuld.
1. Artikel 10.43, eerste lid, Wm bepaalt dat de categorieën van gevallen waarvoor de daarin genoemde meldingsverplichtingen met betrekking tot bga’s niet gelden, bij algemene maatregel van bestuur worden aangewezen. Artikel 10.44, derde lid, bevat een soortgelijke bepaling ten aanzien van het verstrekken van een begeleidingsbrief bij de afgifte van bga’s. In de artikelen 2, eerste en tweede lid, 3, vierde lid en 5, eerste en tweede lid, van het ontwerpbesluit wordt evenwel de systematiek gevolgd waarbij eerst de categorieën van gevallen waarvoor de desbetreffende meldingsverplichting geldt, worden aangewezen en vervolgens wordt bepaald dat die verplichting niet geldt voor andere dan de aangewezen categorieën van gevallen. De Raad is van mening dat aldus wordt afgeweken van het in artikel 10.43, eerst lid, Wm neergelegde stelsel, volgens hetwelk de categorieën van gevallen waarvoor de daarin bedoelde verplichtingen niet gelden, uitdrukkelijk bij algemene maatregel van bestuur worden aangewezen. Hij adviseert het ontwerpbesluit aan de systematiek van artikel 10.43, eerste lid, Wm aan te passen.
2. Uit hoofdstuk 5. Uitvoeringsorganisatie, van de nota van toelichting kan worden opgemaakt dat het LMA, dat door de minister als meldingsinstantie zal worden aangewezen(zie noot 1), een interprovinciale stichting zal blijven omdat de provinciebesturen de belangrijkste handhavende bestuursorganen zullen blijven en daarmee ook de belangrijkste gebruikers van de informatie van het LMA. De financiële verantwoordelijkheid van het Rijk voor het LMA zal worden geregeld in een convenant met de provincies, aldus de toelichting. In hoofdstuk 7. Handhaafbaarheid, van de nota van toelichting wordt opgemerkt dat de minister verantwoordelijk is voor het goed functioneren van het LMA. Voorzover die verantwoordelijkheid meer inhoudt dan de eerdergenoemde financiële verantwoordelijkheid, adviseert de Raad in de nota van toelichting de ratio daarvan toe te lichten en tevens uiteen te zetten hoe daaraan gestalte wordt gegeven.
3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no.W08.04.0159/V, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- In artikel 1, derde lid, achter onderdeel a de puntkomma vervangen door: en.
Vervolgens de aanduiding "c" van het tweede onderdeel vervangen door: b.
De bepaling inzake de citeertitel (artikel 14) overeenkomstig aanwijzing 185, tweede lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving formuleren ("kan worden" moet zijn: wordt).
Nader rapport (reactie op het advies) van 1 oktober 2004
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met zijn opmerkingen rekening zal zijn gehouden.
1. De Raad is van mening dat in de artikelen 2, eerste en tweede lid, 3, vierde lid, en 5, eerste en tweede lid, van het ontwerpbesluit wordt afgeweken van het in artikel 10.43, eerste lid, van de Wet milieubeheer (Wm) neergelegde stelsel volgens hetwelk de categorieën van gevallen waarvoor de daarin bedoelde verplichtingen niet gelden, uitdrukkelijk bij algemene maatregel van bestuur worden aangewezen. Hij adviseert het ontwerpbesluit aan de systematiek van artikel 10.43, eerste lid, van de Wm aan te passen.
De in de hiervoor genoemde artikelen van het ontwerpbesluit gekozen systematiek houdt verband met het feit dat het opnemen van de categorieën van gevallen waarin de in de artikelen 10.38, derde lid, 10.40, eerste lid, en onderdeel f van artikel 10.40, eerste lid, van de Wm gestelde verplichtingen niet gelden zou leiden tot zeer ingewikkelde en voor de burger slecht toegankelijke regelgeving. Door het opnemen van een opsomming van de categorieën van gevallen waarin de hiervoor bedoelde verplichtingen niet gelden, zou voor de burger namelijk moeilijk te doorgronden zijn in welke categorieën van gevallen die verplichtingen wel gelden. In de artikelen 2, tweede lid, 3, vierde lid, en 5, tweede lid, van
het ontwerpbesluit is om die reden gekozen voor een systematiek waarbij de categorieën van gevallen worden aangewezen waarvoor de daarin bedoelde verplichtingen wel gelden. Omdat in het ontwerpbesluit (de artikelen 2, eerste lid, 3, vierde lid, en 5, eerste lid), voorafgaand aan die aanwijzingen is bepaald dat de bedoelde verplichtingen niet gelden in andere dan de aangewezen categorieën van gevallen acht ik deze aanwijzingssystematiek in overeenstemming met artikel 10.43, eerste lid, van de Wm. Dit neemt niet weg dat het logischer en doorzichtiger was geweest indien de Wm had voorzien in een grondslag om in dit ontwerpbesluit te volstaan met een aanwijzing van de categorieën van gevallen waarvoor de in de artikelen 10.38, derde lid, 10.40, eerste lid, en 10.40, eerste lid, onder f, van de Wm gestelde verplichtingen gelden. Bij een volgende wijziging van de Wm zal dit aldus worden geregeld. Te zijner tijd zal dan ook het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen hieraan worden aangepast. In de toelichting op artikel 2 zal nader op deze aanwijzingssystematiek worden ingegaan.
2. De Raad adviseert in de nota van toelichting nader in te gaan op de verantwoordelijk-heid van de minister voor het functioneren van het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA), voorzover die verantwoordelijkheid meer inhoudt dan een in een convenant vast te leggen financiële verantwoordelijkheid.
In artikel 10.40, eerste lid, van de Wm is bepaald dat de minister een instantie aanwijst aan wie de in dat lid bedoelde melding moet worden gericht. In artikel 10.40, derde lid, van de Wm is bepaald dat de minister de gemelde gegevens op verzoek van een provincie of gemeente aan die provincie of gemeente zal zenden. Uit dien hoofde is de minister verantwoordelijk voor de aanwijzing van een meldingsinstantie (in dit geval het LMA) en het toeleveren van de gemelde gegevens aan provincies en gemeenten. In het nieuw gebouwde ICT-systeem voor het melden van afvalstoffen is de minister uitsluitend verantwoordelijk voor de meldinterface, de meldapplicatie, de archivering van de meldgegevens en de aanlevering van deze gegevens aan een centrale database/webportal, waarin deze gegevens gekoppeld worden met andere informatiesystemen. De provincies zijn verantwoordelijk voor deze centrale database/webportal. Het LMA zal zowel door de minister als door de provincies worden belast met het beheer van deze gegevens. De uitvoeringsorganisatie LMA is ondergebracht in de Stichting LMA. Teneinde de verantwoordelijkheid van de minister vorm te geven, zal een vertegenwoordiger van de minister zitting nemen in het bestuur van de Stichting LMA. De nota van toelichting is op dit punt verduidelijkt.
3. De redactionele kanttekeningen zijn verwerkt.
4. Van de gelegenheid is gebruikt gemaakt om in het ontwerpbesluit of de nota van toelichting nog de volgende wijzigingen aan te brengen:
- In artikel 10 is een uitzondering gemaakt op de verplichting tot het geven van een omschrijving als bedoeld in artikel 10.39, eerste lid, onder a, van de Wm voor de gevallen dat het de afgifte van afvalstoffen betreft waarvoor ingevolge artikel 2, tweede lid, onder b, van dit ontwerpbesluit geen meldingsplicht bestaat. In artikel 12, zoals dat luidde in de versie zoals aan de Raad verzonden, was voor die gevallen slechts een uitzondering gemaakt op de verplichting tot het gebruik van de afvalstoffenlijst.
- Artikel 12 is in die zin aangepast dat thans daarin de verplichting is opgenomen om gebruik te maken van de formulieren die door de minister zijn vastgesteld en een bevoegdheid voor de minister is opgenomen om toestemming te geven om gebruik te maken van een andere gegevensdrager dan die formulieren.
- In artikel 13 (nieuw) is een overgangsregeling opgenomen ten aanzien van de meldingen met betrekking tot afgiften die plaatsvinden binnen de eerste maand waarin het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen in werking treedt.
- In de tekst van het ontwerpbesluit en de nota van toelichting is voorts een aantal kleine verbeteringen aangebracht.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
(1) Op grond van artikel 10.40, eerste lid, aanhef Wm