Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit milieu-effectrapportage 1994 in verband met Schiphol 2003, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W08.04.0110/V
- Datum advies
- 17 mei 2004
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 14 december 2004, nr 241
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit milieu-effectrapportage 1994 in verband met Schiphol 2003, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 18 maart 2004, no.04.001103, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en in overeenstemming met de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit milieu-effectrapportage 1994 in verband met Schiphol 2003, met nota van toelichting.
1. Het ontwerpbesluit voorziet in de regeling van de milieu-effectrapportage voor een luchthavenindelingsbesluit of een luchthavenverkeersbesluit voor de luchthaven Schiphol als bedoeld in respectievelijk de artkelen 8.4 en 8.15 van de Wet luchtvaart, alsmede voor besluiten tot wijziging daarvan. Daartoe wordt onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieu-effectrapportage 1994 (Besluit-mer’94) gewijzigd. Ingevolge de wijzigingen, die worden voorgesteld in de kolommen van categorie 6.3 van onderdeel C van de bijlage bij het Besluit-mer’94, is voor wijziging in de ligging van een start- of landingsbaan van Schiphol, de verlenging van of verbreding daarvan, de intensivering of wijziging van het gebruik van het banenstelsel, dan wel de wijziging van de luchtverkeerswegen van en naar deze luchthaven onder meer geen milieu-effectrapportage verplicht wanneer de voorgenomen wijziging niet leidt tot een wijziging van de grenswaarden, bedoeld in artikel 8.17, vijfde lid, onder a tot en met c(zie noot 1), van de Wet luchtvaart of tot grenswaarden die een beter beschermingsniveau bieden dan de geldende grenswaarden. Deze uitzondering is blijkens de nota van toelichting naar aanleiding van de inspraakreacties van Schiphol Group en Luchtverkeersleiding Nederland op het voorgepubliceerde ontwerpbesluit(zie noot 2) in het ontwerpbesluit opgenomen.
De Raad van State wijst erop dat volgens artikel 4.2.1, derde lid, en artikel 4.2.2, derde lid, van het geldende Luchthavenverkeersbesluit Schiphol grenswaarden voor geluid zijn vastgesteld. Dit zijn de in de bijlagen 2 en 3 van dit besluit vastgestelde grenswaarden in de handhavingspunten in een bepaald gebied rond de luchthaven en de grenswaarden voor het totale volume van de geluidbelasting. Of een voorgenomen wijziging zal leiden tot grenswaarden die een beter beschermingsniveau bieden dan de geldende grenswaarden zal slechts kunnen worden bepaald aan de hand van handhavingspunten die representatief zijn voor de beoordeling van de geluidbelasting die na voorgenomen wijziging van de start- of landingsbaan zal ontstaan. Daarom zal naar de mening van de Raad eerst moeten worden beoordeeld of de bestaande handhavingspunten nog wel kunnen worden gebruikt voor de berekening van de geluidbelasting na de wijziging en voor de beoordeling van het beschermingsniveau, alvorens de vraag kan worden beantwoord of een milieu-effectrapportage op de in het ontwerpbesluit aangegeven gronden achterwege kan blijven.
De Raad adviseert in de nota van toelichting aan dit punt aandacht te besteden.
2. Voor een redactionele kanttekening verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 17 mei 2004, no.W08.04.0110/V, met een redactionele kanttekening die de Raad in overweging geeft.
- Aan het slot van paragraaf 1 van hoofdstuk I van de nota van toelichting in plaats van naar artikel 4.1 naar artikel 3.1 van het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol verwijzen.
Nader rapport (reactie op het advies) van 26 oktober 2004
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan zijn opmerkingen aandacht zal zijn geschonken.
Op de opmerkingen van de Raad ga ik in het navolgende in, waarbij ik dezelfde volgorde en nummering zal aanhouden.
1. De representativiteit van de bestaande handhavingspunten is met name aan de orde bij het in gebruik nemen van een nieuwe start- of landingsbaan of bij een ander gebruik van het huidige banenstelsel.
In gevallen waarin de luchthaven Schiphol de beschikking krijgt over een start- of landingsbaan van 1800 meter of meer is er sprake van een m.e.r.-plichtige activiteit in zin van categorie 6.2 van onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieu-effectrapportage 1994. De aanleg van een nieuwe start- of landingsbaan - ook als deze start- of landingsbaan buiten het gebied van de bestaande handhavingspunten komt te liggen - valt daardoor altijd onder de m.e.r.-plicht. Bij de beoordeling of er sprake is van een m.e.r.-plichtige activiteit spelen de handhavingspunten en de representativiteit daarvan derhalve geen rol.
Of er een m.e.r.-plicht geldt voor een wijziging van een start- of landingsbaan van de luchthaven Schiphol wordt beoordeeld op basis van categorie 6.3 van onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieu-effectrapportage 1994. Met betrekking tot het stelsel van grenswaarden geldt dat een MER moet worden gemaakt indien er sprake is van een wijziging van één van die grenswaarden. Een MER blijft daarbij slechts achterwege indien de voorgenomen wijziging leidt tot grenswaarden die een beter beschermingsniveau bieden dan de geldende grenswaarden. Het gaat daarbij niet om een per saldo beter beschermingsniveau, maar om het beschermingsniveau van elke grenswaarde afzonderlijk.
Zoals in de nota van toelichting op het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol is vermeld, beoogt het stelsel van grenswaarden te bewerkstelligen dat in woongebieden buiten de 58 dB(A) Lden-contour geen geluidbelasting neerslaat die hoger is dan 58 dB(A) Lden. Het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol kent hiertoe 35 punten (de handhavingspunten) die zoveel mogelijk zijn gesitueerd in woongebieden met voor die punten vastgestelde grenswaarden. Daarnaast is in het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol een grenswaarde voor het totale volume van de geluidbelasting vastgesteld.
De beoordeling of een voorgenomen wijziging van een start- of landingsbaan zal leiden tot grenswaarden die een beter beschermingsniveau bieden dan de geldende grenswaarden zal aan de hand van de bestaande handhavingspunten kunnen worden bepaald. Zoals in de nota van toelichting is vermeld gaat het om alle grenswaarden afzonderlijk. Indien één van de grenswaarden hoger wordt vastgesteld, zal een MER moeten worden gemaakt.
Recente ervaringen in het kader van de m.e.r.-procedure ‘Wijziging Luchthaven-besluiten Schiphol’ (herstel invoerfout) bevestigen de representativiteit van de huidige handhavingspunten voor het huidige vijfbanenstelsel. Zelfs een beperkt ander gebruik van de luchthaven in de zin van een wijziging van luchtverkeerwegen in de nabijheid van de luchthaven is niet mogelijk gebleken zonder wijziging van de grenswaarden in (een deel van) de handhavingspunten. Wijziging van luchtverkeerwegen verder van de luchthaven met effect op het milieu zal enkel binnen de gestelde grenzen mogelijk zijn.
Een wijziging van het banenstelsel zal naar mijn verwachting dan ook onmiddellijk van invloed zijn op de grenswaarden in de handhavingspunten. Ik acht een vereiste vooraf van een beoordeling of de handhavingspunten representatief zijn voor de beoordeling van de geluidbelasting die na de voorgenomen wijziging van de start- of landingsbaan zal ontstaan dan ook niet nodig.
Naar aanleiding van de opmerking van de Raad is de toelichting op artikel I, onderdeel 2, aangevuld.
2. Naar aanleiding van de redactionele kanttekening die de Raad in overweging geeft, is in het slot van paragraaf 1 van hoofdstuk I van de nota van toelichting in plaats van naar artikel 4.1 naar artikel 3.1 van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol verwezen.
Tot slot is van de gelegenheid gebruik gemaakt om in categorie 6.3 een redactionele verbetering aan te brengen.
Ik moge U hierbij, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en in overeenstemming met de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
(1) Respectievelijk voor het externe-veiligheidsrisico, de geluidsbelasting en emissie van stoffen die lokale luchtverontreining veroorzaken.
(2) Staatscourant 2003, 89, blz. 11.