Ontwerpbesluit houdende wijziging van enkele besluiten op het terrein van het Ministerie van VROM in verband met de nieuwe Spoorwegwet, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W08.04.0060/V
- Datum advies
- 27 februari 2004
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 11 januari 2005, nr 57
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit houdende wijziging van enkele besluiten op het terrein van het Ministerie van VROM in verband met de nieuwe Spoorwegwet, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 10 februari 2004, no. 04.000488, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en in overeenstemming met de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van enkele besluiten op het terrein van het Ministerie van VROM in verband met de nieuwe Spoorwegwet, met nota van toelichting.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een opmerking over de grondslag ervan.
In de aanhef van het ontwerpbesluit wordt onder meer verwezen naar artikel 106 van de Wet geluidhinder (Wgh). De Raad wijst erop dat, hoewel (het toenmalige) artikel 106 Wgh indertijd ten grondslag lag aan het Besluit geluidhinder spoorwegen, dat door het ontwerpbesluit wordt gewijzigd, artikel 106 naar zijn huidige tekst geen basis biedt voor het stellen van regels bij algemene maatregel van bestuur. Het college adviseert dan ook de verwijzing naar dit artikel in de aanhef van het ontwerpbesluit te laten vervallen.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 12 november 2004
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met zijn opmerkingen rekening is gehouden.
Aan het advies van de Raad om in de aanhef de verwijzing naar artikel 106 van de Wet geluidhinder te schrappen is gevolg gegeven.
Daarnaast is artikel I, onderdeel B, geschrapt. In dat onderdeel werd in artikel 24, eerste lid, van het Besluit geluidhinder spoorwegen de term spoorbaan vervangen door spoorweg. In de bestaande tekst van artikel 24, eerste lid, wordt echter een onderscheid gemaakt tussen spoorweg en spoorbaan. De laatste term richt zich op de aard van de constructie. Dit onderscheid dient in het artikel gehandhaafd te worden. Om die reden is de term spoorbaan bij nader inzien niet vervangen door de meer algemene term spoorweg.
Voorts is de inwerkingtredingsbepaling zo aangepast dat de verschillende artikelen en onderdelen op verschillende tijdstippen in werking kunnen treden. Het ontwerpbesluit sluit daarmee aan bij de Spoorwegwet die eveneens gefaseerd in werking kan treden.
Bovenvermelde wijzigingen hebben geleid tot een aanpassing van de desbetreffende onderdelen van de nota van toelichting. Tot slot zijn enkele redactionele wijzigingen aangebracht.
Ik moge U hierbij, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat, het gewijzigde ontwerpbesluit en de nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een opmerking over de grondslag ervan.
In de aanhef van het ontwerpbesluit wordt onder meer verwezen naar artikel 106 van de Wet geluidhinder (Wgh). De Raad wijst erop dat, hoewel (het toenmalige) artikel 106 Wgh indertijd ten grondslag lag aan het Besluit geluidhinder spoorwegen, dat door het ontwerpbesluit wordt gewijzigd, artikel 106 naar zijn huidige tekst geen basis biedt voor het stellen van regels bij algemene maatregel van bestuur. Het college adviseert dan ook de verwijzing naar dit artikel in de aanhef van het ontwerpbesluit te laten vervallen.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 12 november 2004
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met zijn opmerkingen rekening is gehouden.
Aan het advies van de Raad om in de aanhef de verwijzing naar artikel 106 van de Wet geluidhinder te schrappen is gevolg gegeven.
Daarnaast is artikel I, onderdeel B, geschrapt. In dat onderdeel werd in artikel 24, eerste lid, van het Besluit geluidhinder spoorwegen de term spoorbaan vervangen door spoorweg. In de bestaande tekst van artikel 24, eerste lid, wordt echter een onderscheid gemaakt tussen spoorweg en spoorbaan. De laatste term richt zich op de aard van de constructie. Dit onderscheid dient in het artikel gehandhaafd te worden. Om die reden is de term spoorbaan bij nader inzien niet vervangen door de meer algemene term spoorweg.
Voorts is de inwerkingtredingsbepaling zo aangepast dat de verschillende artikelen en onderdelen op verschillende tijdstippen in werking kunnen treden. Het ontwerpbesluit sluit daarmee aan bij de Spoorwegwet die eveneens gefaseerd in werking kan treden.
Bovenvermelde wijzigingen hebben geleid tot een aanpassing van de desbetreffende onderdelen van de nota van toelichting. Tot slot zijn enkele redactionele wijzigingen aangebracht.
Ik moge U hierbij, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat, het gewijzigde ontwerpbesluit en de nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer