Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W07.02.0485/II

Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Verplaatsingskostenbesluit militairen in het kader van de nadere vaststelling van aanspraken in verband met tijdelijke onderbrenging van gezinsleden van militairen en van enige besluiten in verband met technische wijzigingen.

Kenmerk
W07.02.0485/II
Datum advies
13 februari 2003
Vindplaats
Bijvoegsel Staatscourant 10 juni 2003, nr 108
  • Defensie
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Verplaatsingskostenbesluit militairen in het kader van de nadere vaststelling van aanspraken in verband met tijdelijke onderbrenging van gezinsleden van militairen en van enige besluiten in verband met technische wijzigingen.

Bij Kabinetsmissive van 8 november 2002, no.02.005073, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Defensie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Verplaatsingskostenbesluit militairen in het kader van de nadere vaststelling van aanspraken in verband met tijdelijke onderbrenging van gezinsleden van militairen en van enige besluiten in verband met technische wijzigingen.

Het ontwerpbesluit betreft een aantal wijzigingen van verschillende, merendeels rechtspositionele, besluiten die van toepassing zijn op defensiepersoneel. Die wijzigingen zijn niet alleen van rechtspositionele aard, doch betreffen ook de doorwerking van eerdere in wetten en andere besluiten in werking getreden wijzigingen. Over het ontwerpbesluit is overeenstemming bereikt met de Sectorcommissie Defensie.
De Raad van State maakt naar aanleiding van het ontwerpbesluit een aantal opmerkingen. Hij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.

1. In artikel XVI wordt voor een groot aantal bepalingen bepaald dat die met terugwerkende kracht in werking treden.
De Raad is van mening dat voor de terugwerkende kracht een bijzondere reden dient te bestaan.(zie noot 1) Deze dienen in de toelichting te worden aangegeven.
In verband hiermee beveelt het college aan als bijzondere reden alsnog in de toelichting te vermelden dat de noodzaak voor de terugwerkende kracht is gelegen in de doorvoering achteraf van in andere wetten en besluiten reeds in werking getreden wijzigingen die nu in de in geding zijnde besluiten worden verwerkt.

2a. Niet duidelijk is waarom in het geval van verhuizing van de militair en in voorkomend geval ook zijn gezinsleden in het eerste lid van artikel 9 wel nadere voorwaarden aan de aanspraak op onderbrenging zijn gesteld en waarom dergelijke voorwaarden niet zijn gesteld in het tweede lid met betrekking tot de verhuizing van gezinsleden van de militair naar Nederland, indien deze zelf nog niet kan terugkeren.
In verband met het vorenstaande adviseert de Raad artikel 9, tweede lid, aan te vullen met soortgelijke voorwaarden als die welke zijn opgenomen in de onderdelen a en b van het eerste lid van artikel 9. Hierbij merkt hij op dat dergelijke voorwaarden, gelet op aanwijzing 26 Ar, niet bij ministeriële regeling kunnen worden gesteld.

b. In het voorgestelde artikel 9, vijfde lid, van het Verplaatsingskostenbesluit militairen wordt bepaald dat bij ministeriële regeling nadere regels kunnen worden gesteld omtrent de aanspraak op tijdelijke onderbrenging. Noch uit de regeling, noch uit de toelichting blijkt aan wat voor soort nadere regels naast de in het eerste lid, onder a en b, genoemde voorwaarden moet worden gedacht. In dit verband wijst het college op de beperkingen die in aanwijzing 26 van de Aanwijzingen voor de regelgeving zijn opgenomen ter voorkoming van vergaande subdelegatie aan de minister.
De Raad adviseert in de toelichting uiteen te zetten aan wat voor nadere regels bij de toepassing van artikel 9, vijfde lid, moet worden gedacht.

3. In artikel II, onder D, wordt het tweede lid van artikel 51 van het Algemeen militair ambtenarenreglement gewijzigd. Die wijziging betreft een aanvulling van de onderwerpen die in het na het ontslag te verstrekken getuigschrift dienen te worden opgenomen. Volgens de toelichting op die bepaling wordt hiermee beter aangesloten bij hetgeen op de arbeidsmarkt gebruikelijk is. Bovendien wordt opgemerkt dat de aanpassing analoog is aan het bepaalde in artikel 7:656 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Het college merkt op dat artikel 7:656 uitgebreider is dan de voorgestelde bepaling. In het tweede lid, onder a, van artikel 7:656 wordt immers ook voorgeschreven dat de arbeidsduur per dag of per week moet worden vermeld. Bovendien wordt in onderdeel e van die bepaling voorgeschreven dat in het getuigschrift bij opzegging door de werknemer de reden van opzegging wordt vermeld.
In verband met het vorenstaande adviseert de Raad artikel 51, tweede lid, aan te vullen met de hiervoor genoemde niet uit artikel 7:656, tweede lid, BW overgenomen vereisten, dan wel in de toelichting te vermelden waarom dat niet is gedaan. Bovendien dient in dat geval de in de toelichting opgenomen vermelding dat het om een analoge aanpassing aan artikel 7:656 BW gaat, achterwege te blijven.

4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De Vice-President van de Raad van State



Bijlage bij het advies van de Raad van State van 13 februari 2003, no.W07.02.0485/II, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.

Ontwerpbesluit
- In artikel VI het voorgestelde derde lid van artikel 2 van het Besluit maaltijdvergoeding bij overwerk burgerlijke ambtenaren defensie de onderdelen a en b samenvoegen onder de eenmalige vermelding van een vergoeding op grond van artikel 12, eerste lid, van het Besluit dienstreizen defensie aangezien in beide onderscheiden gevallen naar dezelfde vergoedingsbepaling wordt verwezen.
- In de in artikel VII voorgestelde wijziging "artikel 7, eerste lid, van het Besluit procedure geneeskundig onderzoek verzetsmilitairen en ondergedoken militairen" wijzigen in: artikel 7, tweede lid, van het Besluit procedure geneeskundig onderzoek verzetsmilitairen en ondergedoken militairen.
- In artikel IX, onderdeel A, "artikel 21", mede gelet op aanwijzing 79 van de Aanwijzingen voor de regelgeving, wijzigen in: artikel 21, eerste en tweede lid,.
- Artikel XII schrappen aangezien het daarin voorgestelde reeds heeft plaatsgevonden bij de inwerkingtreding van artikel VII van het Besluit van 15 december 1997, houdende aanpassing van een aantal algemene maatregelen van bestuur aan de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Ministerie van Defensie) (Stb.1997, 702).
Voorts in verband hiermee de doornummering van het ontwerpbesluit na artikel XI wijzigen.

Nota van toelichting
- In de toelichting op artikel II, onderdelen C tot en met E met het oog op de duidelijkheid aangeven op welke bepalingen of paragrafen van de Algemene wet bestuursrecht in de zin beginnend met "Gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)" wordt gedoeld.



Nader rapport (reactie op het advies) van 23 april 2003

1, 2a en 2b. Naar aanleiding van het advies van de Raad in de punten 1, 2a en 2b bericht ik U, dat deze aanvullingen in het besluit onderscheidenlijk in de nota van toelichting zijn ingevoegd, waardoor aan de suggestie van de Raad gevolg is gegeven.

3. Gelet op de suggestie van de Raad om artikel 7:656 BW analoog toe te passen, bericht ik U, dat het besluit in deze is aangevuld en de overbodige vermelding van de analoge toepassing in de nota van toelichting is verwijderd, waardoor aan het advies van de Raad gevolg is gegeven.

4. Naar aanleiding van de redactionele kanttekeningen bericht ik U, dat deze in het besluit en de nota van toelichting zijn aangebracht.

De Staatssecretaris van Defensie



(1) Zie ook aanwijzing 167, eerste lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon