Ontwerpbesluit houdende buitenwerkingstelling van de restauratie-behoefteraming, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W05.04.0230/III
- Datum advies
- 26 juli 2004
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 12 oktober 2004, nr 196
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit houdende buitenwerkingstelling van de restauratie-behoefteraming, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 11 juni 2004, no.04.002273, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mr. M.C. van der Laan, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende buitenwerkingstelling van de restauratie-behoefteraming, met nota van toelichting.
Volgens het Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997 stellen burgemeester en wethouders eenmaal per vier jaar vóór 1 mei een restauratie-behoefteraming voor vier jaar op. Op grond van deze behoefteraming stelt de minister de budgetten voor de restauratie van monumenten vast. De nieuwe vierjaarlijkse periode start op 1 mei 2005.
Thans is in voorbereiding een nieuwe systematiek van rijkssubsidiëring van monumenten, waarin gemeenten naar verwachting een andere rol krijgen, waardoor het opstellen van een restauratie-behoefteraming niet meer nodig is. Het ontwerpbesluit geeft de minister de bevoegdheid om de budgetten voor restauratie van monumenten voor de periode 2005-2009 zelfstandig vast te stellen, zodat burgemeester en wethouders vóór 1 mei 2005 geen behoefteraming hoeven op te stellen.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit maar maakt opmerkingen over de gekozen opzet en over de budgettering en is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Het doel van het ontwerpbesluit is de gemeenten veel werk te besparen door het laten vervallen van de verplichting om een restauratie-behoefteraming op te stellen, die niet meer gebruikt wordt indien de nieuwe systematiek van subsidiëring zal worden ingevoerd. Volgens de toelichting zal de minister van zijn bevoegdheid, de behoefteraming tijdelijk buiten werking te stellen, pas gebruik maken als een redelijke mate van zekerheid bestaat over de politieke besluitvorming met betrekking tot de nieuwe systematiek van rijkssubsidiering van monumenten.(zie noot 1)
De Raad merkt op dat de gekozen opzet van het ontwerpbesluit onvoldoende zekerheid geeft aan gemeenten dat er geen behoefteraming voor 1 mei 2005 hoeft te worden opgesteld. Onduidelijk is wanneer er een “redelijke mate van zekerheid” bestaat. Indien deze zekerheid niet tijdig geboden wordt, is het bovendien de vraag of gemeenten voldoende tijd hebben om alsnog een behoefteraming op te stellen.
De Raad adviseert aan te geven hoe dit vraagstuk zal worden opgelost en zo nodig de gekozen opzet aan te passen.
2. Indien besloten wordt om de minister de budgetten op basis van de restauratie-behoefteramingen die zijn opgesteld voor de periode 2001-2005 vast te laten stellen, is het van belang te weten hoe gemeenten en provincies hiertegenover staan.
De Raad adviseert in de toelichting hieraan aandacht te besteden.
3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft u in overweging het ontwerpbesluit vast te stellen nadat met het voorgaande rekening is gehouden.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 1 september 2004
1. Volgens de Raad van State geeft de gekozen opzet van het ontwerp-besluit, op grond waarvan aan de minister de bevoegdheid zou worden toegekend om de restauratie-behoefteraming tijdelijk buiten werking te stellen, onvoldoende zekerheid aan gemeenten. Gelet op de verwachte publicatie van het besluit (eind 2004) bestaat inmiddels geen behoefte meer aan een bepaling die een bevoegdheid aan de minister geeft. Om de gemeenten direct de zekerheid te geven dat zij geen behoefteraming hoeven op te stellen, is de tekst zodanig aangepast dat de betreffende voorschriften omtrent de behoefteraming direct bij inwerkingtreding van het besluit buiten werking worden gesteld. Ook de inwerkingstredingsbepaling en de nota van toelichting zijn in dat verband aangepast.
2. Op verzoek van de Raad van State is de nota van toelichting aangevuld met een passage waarin is ingegaan op de standpunten van gemeenten en provincies over het onderhavige besluit.
3. De redactionele kanttekeningen zijn verwerkt.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
(1) Nota van toelichting, paragraaf 1, laatste alinea.
Volgens het Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997 stellen burgemeester en wethouders eenmaal per vier jaar vóór 1 mei een restauratie-behoefteraming voor vier jaar op. Op grond van deze behoefteraming stelt de minister de budgetten voor de restauratie van monumenten vast. De nieuwe vierjaarlijkse periode start op 1 mei 2005.
Thans is in voorbereiding een nieuwe systematiek van rijkssubsidiëring van monumenten, waarin gemeenten naar verwachting een andere rol krijgen, waardoor het opstellen van een restauratie-behoefteraming niet meer nodig is. Het ontwerpbesluit geeft de minister de bevoegdheid om de budgetten voor restauratie van monumenten voor de periode 2005-2009 zelfstandig vast te stellen, zodat burgemeester en wethouders vóór 1 mei 2005 geen behoefteraming hoeven op te stellen.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit maar maakt opmerkingen over de gekozen opzet en over de budgettering en is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Het doel van het ontwerpbesluit is de gemeenten veel werk te besparen door het laten vervallen van de verplichting om een restauratie-behoefteraming op te stellen, die niet meer gebruikt wordt indien de nieuwe systematiek van subsidiëring zal worden ingevoerd. Volgens de toelichting zal de minister van zijn bevoegdheid, de behoefteraming tijdelijk buiten werking te stellen, pas gebruik maken als een redelijke mate van zekerheid bestaat over de politieke besluitvorming met betrekking tot de nieuwe systematiek van rijkssubsidiering van monumenten.(zie noot 1)
De Raad merkt op dat de gekozen opzet van het ontwerpbesluit onvoldoende zekerheid geeft aan gemeenten dat er geen behoefteraming voor 1 mei 2005 hoeft te worden opgesteld. Onduidelijk is wanneer er een “redelijke mate van zekerheid” bestaat. Indien deze zekerheid niet tijdig geboden wordt, is het bovendien de vraag of gemeenten voldoende tijd hebben om alsnog een behoefteraming op te stellen.
De Raad adviseert aan te geven hoe dit vraagstuk zal worden opgelost en zo nodig de gekozen opzet aan te passen.
2. Indien besloten wordt om de minister de budgetten op basis van de restauratie-behoefteramingen die zijn opgesteld voor de periode 2001-2005 vast te laten stellen, is het van belang te weten hoe gemeenten en provincies hiertegenover staan.
De Raad adviseert in de toelichting hieraan aandacht te besteden.
3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft u in overweging het ontwerpbesluit vast te stellen nadat met het voorgaande rekening is gehouden.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 1 september 2004
1. Volgens de Raad van State geeft de gekozen opzet van het ontwerp-besluit, op grond waarvan aan de minister de bevoegdheid zou worden toegekend om de restauratie-behoefteraming tijdelijk buiten werking te stellen, onvoldoende zekerheid aan gemeenten. Gelet op de verwachte publicatie van het besluit (eind 2004) bestaat inmiddels geen behoefte meer aan een bepaling die een bevoegdheid aan de minister geeft. Om de gemeenten direct de zekerheid te geven dat zij geen behoefteraming hoeven op te stellen, is de tekst zodanig aangepast dat de betreffende voorschriften omtrent de behoefteraming direct bij inwerkingtreding van het besluit buiten werking worden gesteld. Ook de inwerkingstredingsbepaling en de nota van toelichting zijn in dat verband aangepast.
2. Op verzoek van de Raad van State is de nota van toelichting aangevuld met een passage waarin is ingegaan op de standpunten van gemeenten en provincies over het onderhavige besluit.
3. De redactionele kanttekeningen zijn verwerkt.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
(1) Nota van toelichting, paragraaf 1, laatste alinea.