Voorstel van wet houdende wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 in verband met de invoering van lumpsumbekostiging in het primair onderwijs, met memorie van toelichting.
- Kenmerk
- W05.04.0215/III
- Datum advies
- 16 augustus 2004
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2003/04, 29 736, nr 4
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Wet
Toon inhoud
Volledige tekst
Voorstel van wet houdende wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 in verband met de invoering van lumpsumbekostiging in het primair onderwijs, met memorie van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 1 juni 2004, no.04.002135, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 in verband met de invoering van lumpsumbekostiging in het primair onderwijs, met memorie van toelichting.
Het voorstel strekt tot invoering van lumpsumfinanciering in het primair en speciaal onderwijs. De Raad maakt enkele opmerkingen met betrekking over de mogelijkheid tot afwijking van de wet bij ministeriële regeling en over de inwerkingtreding. Op basis daarvan dienen het wetsvoorstel en de toelichting te worden aangevuld.
1. Afwijking bij ministeriële regeling
Ingevolge artikel XIV van het voorstel kunnen, zonodig in afwijking van de wet, tot en met het tweede jaar volgend op de inwerkingtreding van het voorstel, voorzieningen worden getroffen ten behoeve van een goede invoering van de wet, zowel bij algemene maatregel van bestuur als bij ministeriële regeling. De memorie van toelichting benadrukt dat van de laatste mogelijkheid uitsluitend gebruik zal worden gemaakt indien een algemene maatregel van bestuur niet tijdig kan worden gerealiseerd en dat, indien sprake is van een structurele afwijking van de wet, tevens zo spoedig mogelijk een wetswijziging in gang zal worden gezet.
De Raad acht het onder deze voorwaarden gerechtvaardigd om (tijdelijk) van de wet af te wijken. Mede gelet op het beginsel dat de toelichting niet dient te worden gebruikt voor het stellen van nadere regels, acht hij het wenselijk dat deze in de toelichting genoemde regels in artikel XIV zelf worden opgenomen.
De Raad adviseert artikel XIV in deze zin aan te passen.
2. Gedifferentieerde inwerkingtreding
Artikel XV voorziet in de mogelijkheid van gedifferentieerde inwerkingtreding. De Raad acht zulks in beginsel niet wenselijk omdat dit het risico van rechtsonzekerheid meebrengt.
De Raad adviseert het daarop betrekking hebbende zinsdeel van artikel XV te schrappen dan wel in de toelichting aan te geven waarom een gedifferentieerde inwerkingtreding in dit geval wenselijk is.
3. Voor een redactionele kanttekening verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 7 september 2004
Het voorstel van de Raad om artikel XIV aan te passen, is overgenomen.
In de toelichting bij artikel XV is aangegeven waarom een gedifferentieerde inwerkingtreding in dit geval wenselijk is.
De redactionele opmerking is verwerkt.
Tevens zijn nog enkele technische onvolkomenheden in het voorstel van wet gecorrigeerd. Het betreft een wijziging in artikel I, onderdeel N, waar in artikel 120, eerste lid, “leraren in het basisonderwijs” is vervangen door: leraren van basisscholen. Verder is in artikel II, onderdeel Q, een grondslag opgenomen voor het toekennen van een bedrag per school (naast de diverse bedragen per leerling) in de bekostiging voor scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs, niet zijnde instellingen.
Ik moge U, mede namens mijn ambtgenoot van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Het voorstel strekt tot invoering van lumpsumfinanciering in het primair en speciaal onderwijs. De Raad maakt enkele opmerkingen met betrekking over de mogelijkheid tot afwijking van de wet bij ministeriële regeling en over de inwerkingtreding. Op basis daarvan dienen het wetsvoorstel en de toelichting te worden aangevuld.
1. Afwijking bij ministeriële regeling
Ingevolge artikel XIV van het voorstel kunnen, zonodig in afwijking van de wet, tot en met het tweede jaar volgend op de inwerkingtreding van het voorstel, voorzieningen worden getroffen ten behoeve van een goede invoering van de wet, zowel bij algemene maatregel van bestuur als bij ministeriële regeling. De memorie van toelichting benadrukt dat van de laatste mogelijkheid uitsluitend gebruik zal worden gemaakt indien een algemene maatregel van bestuur niet tijdig kan worden gerealiseerd en dat, indien sprake is van een structurele afwijking van de wet, tevens zo spoedig mogelijk een wetswijziging in gang zal worden gezet.
De Raad acht het onder deze voorwaarden gerechtvaardigd om (tijdelijk) van de wet af te wijken. Mede gelet op het beginsel dat de toelichting niet dient te worden gebruikt voor het stellen van nadere regels, acht hij het wenselijk dat deze in de toelichting genoemde regels in artikel XIV zelf worden opgenomen.
De Raad adviseert artikel XIV in deze zin aan te passen.
2. Gedifferentieerde inwerkingtreding
Artikel XV voorziet in de mogelijkheid van gedifferentieerde inwerkingtreding. De Raad acht zulks in beginsel niet wenselijk omdat dit het risico van rechtsonzekerheid meebrengt.
De Raad adviseert het daarop betrekking hebbende zinsdeel van artikel XV te schrappen dan wel in de toelichting aan te geven waarom een gedifferentieerde inwerkingtreding in dit geval wenselijk is.
3. Voor een redactionele kanttekening verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 7 september 2004
Het voorstel van de Raad om artikel XIV aan te passen, is overgenomen.
In de toelichting bij artikel XV is aangegeven waarom een gedifferentieerde inwerkingtreding in dit geval wenselijk is.
De redactionele opmerking is verwerkt.
Tevens zijn nog enkele technische onvolkomenheden in het voorstel van wet gecorrigeerd. Het betreft een wijziging in artikel I, onderdeel N, waar in artikel 120, eerste lid, “leraren in het basisonderwijs” is vervangen door: leraren van basisscholen. Verder is in artikel II, onderdeel Q, een grondslag opgenomen voor het toekennen van een bedrag per school (naast de diverse bedragen per leerling) in de bekostiging voor scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs, niet zijnde instellingen.
Ik moge U, mede namens mijn ambtgenoot van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap