Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Warenwetbesluit kosmetische produkten en het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten ter implementatie van richtlijn nr. 93/35/EEG van de Raad van 14 juni 1993 tot zesde wijziging van richtlijn 76/768/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake kosmetische produkten (PbEG L 151), richtlijn nr. 2003/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 februari 2003 tot wijziging van richtlijn 76/768/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake cosmetische producten (PbEU L 66) en richtlijn nr. 2003/80/EG van de Commissie van 5 september 2003 tot vaststelling van het symbool dat de houdbaarheid van cosmetische producten aangeeft, in bijlage VIII bis bij richtlijn 76/768/EEG van de Raad (PbEU L 224), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W13.04.0367/III
- Datum advies
- 10 september 2004
- Vindplaats
- Niet gepubliceerd
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Warenwetbesluit kosmetische produkten en het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten ter implementatie van richtlijn nr. 93/35/EEG van de Raad van 14 juni 1993 tot zesde wijziging van richtlijn 76/768/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake kosmetische produkten (PbEG L 151), richtlijn nr. 2003/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 februari 2003 tot wijziging van richtlijn 76/768/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake cosmetische producten (PbEU L 66) en richtlijn nr. 2003/80/EG van de Commissie van 5 september 2003 tot vaststelling van het symbool dat de houdbaarheid van cosmetische producten aangeeft, in bijlage VIII bis bij richtlijn 76/768/EEG van de Raad (PbEU L 224), met nota van toelichting.
Met het ontwerpbesluit wordt de implementatie beoogd van de hiervoor vermelde richtlijnen inzake de aanduiding op de verpakking van kosmetische producten van de toegepaste testmethoden en de naleving van de daarop betrekking hebbende voorschriften.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt twee opmerkingen. Hij is van mening dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Uit artikel 2 en de daarop gegeven toelichting blijkt dat alternatieve methoden die de minister (ter overname van door de Commissie van de Europese Gemeenschappen (hierna: Commissie) goedgekeurde methoden) niet bij ministeriële regeling heeft vastgesteld, verboden zijn wat betreft de alhier verhandelde producten. Er kan echter enige tijd verlopen tussen goedkeuring door de Commissie van methoden en de vastlegging daarvan door de minister. Dit tijdsverloop kan meebrengen dat de testmethode van een product wel voldoet aan de vereisten van de Commissie, maar niet aan die van de minister doordat hij per definitie altijd wat later de toegelaten alternatieve methode in de eigen regeling benoemt en publiceert. Het voorgaande roept ook de vraag op of aan iedere methode die door de Commissie is goedgekeurd ook een einddatum voor de implementatie is verbonden. Verder maakt de toelichting niet duidelijk of reeds vanaf 11 september 2004, de ingangsdatum van de gewijzigde regeling, alternatieve methoden in voldoende mate zijn goedgekeurd en toepasbaar zijn.
Met het oog op het voorgaande beveelt de Raad aan te voorkomen dat onnodige complicaties ontstaan over de verhandelbaarheid van producten waarvan de testmethoden aan de zijde van de Europese Unie reeds in orde zijn bevonden, dan wel per 11 september 2004 nog niet kenbaar zijn.
2. Uit de toelichting blijkt dat ingevolge het voorstel en op grond van Europese richtlijnen de etikettering van cosmetische producten en hun verpakking zodanige wijziging ondergaat dat daarmee aanzienlijke financiële lasten zijn gemoeid voor het bedrijfsleven. Tevens wordt in de toelichting vermeld dat die lasten eenmalig noch structureel binnen de kabinetsperiode kunnen worden gecompenseerd.
De memorie van toelichting wekt evenwel op de op één na laatste bladzijde de indruk dat de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport nog wil bezien of er de komende jaren financiële ruimte in de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is voor compensatie.
De Raad merkt op dat het niet voor de hand ligt de kosten van de nieuwe etiketteringvereisten uit de algemene middelen aan het bedrijfsleven te vergoeden. Het ligt veeleer voor de hand dat de cosmeticabedrijven deze zelf betalen en zelf bepalen in hoeverre zij dit doorberekenen in de consumentenprijs van hun producten.
De Raad beveelt daarom aan, duidelijk te maken dat in dit geval geen financiële compensatie zal plaatsvinden.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 7 oktober 2004
1. Zoals in de nota van toelichting reeds is uiteengezet, worden de door de Commissie goedgekeurde methoden aan bijlage IX van richtlijn 76/768/EEG of bijlage V van richtlijn 67/548/EEG toegevoegd. Dit betekent dat de richtlijn hiertoe moet worden gewijzigd. Deze wijziging omvat een termijn waarbinnen de lidstaten de nationale wetgeving aan de wijziging van bijlage XI van richtlijn 76/768/EEG of bijlage V van richtlijn 67/548/EEG moeten hebben aangepast. Deze termijn biedt voldoende tijd aan Onze Minister om bij ministeriële regeling de wijziging te implementeren in de nationale wetgeving. Een dynamische verwijzing lijkt op dit moment niet wenselijk omdat bijlage V van richtlijn 67/548/EEG een onduidelijke structuur heeft. Het is op voorhand niet duidelijk welke methode een alternatieve is en welke niet.
De Commissie heeft met het oog op het invoeren van alternatieve methoden bij het beproeven van cosmetische producten tot op heden nog geen inhoudelijke wijziging van bijlage IX van richtlijn 76/768/EEG of bijlage V van richtlijn 67/548/EEG voorgesteld. De door de Raad veronderstelde complicaties doen zich dus niet voor.
Zodra hier door de Commissie invulling wordt gegeven aan de alternatieve methoden, wordt dit conform de gestelde termijn verwerkt in een door Onze Minister uit te vaardigen regeling. Op deze manier wordt het ontstaan van een discrepantie tussen de inwerkingtreding van de verbodsbepalingen op Europees en nationaal niveau voorkomen.
De toelichting is ter verduidelijking aangepast.
2. Het advies van de Raad heeft aanleiding gegeven tot verduidelijking van de paragraaf Administratieve lasten in de nota van toelichting. Deze is aangepast zodat duidelijk blijkt dat de compensatie van de administratieve lasten niet de vorm heeft van een financiële compensatie voor het bedrijfsleven. Het kabinet heeft zich ten doel gesteld de administratieve lasten met 25% te verminderen. Indien een wettelijke regeling niet bijdraagt aan deze doelstelling zal het verantwoordelijke departement elders in de regelgeving compensatie moeten zoeken, om de kabinetsdoelstelling te realiseren.
3. Aangezien de in onderdeel IV voorziene datum van inwerkingtreding reeds is verstreken, is het eerste lid van artikel IV gewijzigd.
Ik moge U, in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken en de Minister van Justitie, hierbij het ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport