Ontwerpbesluit tot wijziging van het Bijdragebesluit zorg in verband met het treffen van een overgangsregeling voor verzekerden die in 2003 en 2004 voor het eerst de bijdrage, bedoeld in artikel 4 van het besluit, verschuldigd waren, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W13.04.0541/III
- Datum advies
- 22 november 2004
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 11 januari 2005, nr 7
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Bijdragebesluit zorg in verband met het treffen van een overgangsregeling voor verzekerden die in 2003 en 2004 voor het eerst de bijdrage, bedoeld in artikel 4 van het besluit, verschuldigd waren, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 12 november 2004, no.04.004303, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Bijdragebesluit zorg in verband met het treffen van een overgangsregeling voor verzekerden die in 2003 en 2004 voor het eerst de bijdrage, bedoeld in artikel 4 van het besluit, verschuldigd waren, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit betreft een overgangsmaatregel voor verzekerden die in het jaar 2003 en 2004 voor het eerst de inkomensafhankelijke bijdrage in de kosten van de zorg verleend door een instelling, bedoeld in artikel 4 van het Bijdragebesluit zorg, verschuldigd waren en dat op 1 januari 2005 nog steeds zijn (groep 2003/2004). Sinds 1 januari 2003 wordt bij de vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen uitgegaan van het verzamelinkomen, bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met een correctie voor de buitengewone uitgaven, bedoeld in afdeling 6.5 van die wet. Op grond van artikel 26 van het Bijdragebesluit zorg is deze correctie voor de jaren 2003 en 2004 echter op nihil gesteld. Als vanaf 1 januari 2005 de correctie wel moet worden toegepast, kan de bijdrage voor de groep 2003/2004 honderden euro’s per jaar hoger worden. Omdat het kabinet een dergelijke onvoorziene verhoging ongewenst acht, wordt voor deze groep de eigen bijdrage per 1 januari 2005 niet verhoogd en per 1 januari 2006 alleen geïndexeerd. Voor verzekerden die voor 1 januari 2003 al in een instelling verbleven (groep 2002), gold al dat de - op grond van de oude inkomensvaststelling gebaseerde - bijdrage tot 1 januari 2007 alleen wordt geïndexeerd.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekening met betrekking tot de andere gevolgen die de voorgestelde overgangsmaatregel heeft dan het voorkomen van een onvoorziene verhoging van de bijdrage voor de groep 2003/2004.
1. Andere gevolgen
De in artikel I, onderdeel A, voorgestelde wijziging van artikel 24 van het Bijdragebesluit zorg heeft ook andere gevolgen dan dat de bijdrage voor de groep 2003/2004 tot 1 januari 2007 niet of niet substantieel stijgt.
a. Ten eerste bevat deze overgangsmaatregel, net als die voor de groep 2002, geen afbouwmechanisme, zodat de "onvoorziene" verhoging van de bijdrage per 1 januari 2007 alsnog zal plaatsvinden.(zie noot 1)
b. Op de tweede plaats wordt er, naast de al bestaande ongelijkheid tussen de groepen 2002 en 2003/2004, een nieuwe ongelijkheid gecreëerd tussen deze groepen en de verzekerden voor wie het verzamelinkomen vanaf 1 januari 2005 wel wordt vermeerderd met de correctie voor buitengewone uitgaven, zonder dat daar een rechtvaardiging voor wordt gegeven of daarvan de inkomensconsequenties voor die groep in beeld worden gebracht.(zie noot 2)
c. Ten slotte heeft de overgangsmaatregel tot gevolg dat de instellingen minder inkomsten uit de bijdragen van de verzekerden zullen ontvangen dan oorspronkelijk begroot. Dit tekort zal anderszins moeten worden gefinancierd.
In de toelichting wordt aan deze punten geen specifieke aandacht besteed. In algemene zin wordt slechts aangegeven dat het nieuwe systeem goed zal worden gevolgd, zodat inzicht wordt verkregen in de effecten voor de bijdrageplichtigen en in de werking van het systeem.
De Raad adviseert in de toelichting nader in te gaan op vorenstaande punten alsmede op de wijze waarop het systeem zal worden geëvalueerd.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no.W13.04.0541/III met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
- Artikel I, onderdeel A, onder 2: "artikel 4 of" vervangen door: 4 of.
- Artikel I, onderdeel A, onder 3: In het voorgestelde artikel 24, tweede lid, van het Bijdragebesluit zorg na "ongehuwde" invoegen: verzekerde.
- Artikel I, onderdeel A, onder 2 en 3: In het voorgestelde artikel 24, eerste en tweede lid, "tot 1 januari 2007 dan wel zo lang hij of zij aan de voorwaarden voor die bijdrage voldoet of voldoen of artikel 10 toepassing vindt" in het eerste en tweede lid onderscheidenlijk vervangen door "zo lang hij of zij aan de voorwaarden voor die bijdrage voldoet of voldoen doch uiterlijk tot 1 januari 2007" en "zo lang hij of zij aan de voorwaarden voor die bijdrage voldoet of voldoen of artikel 10 toepassing vindt doch uiterlijk tot 1 januari 2007" en in beide leden "het indexpercentage als bedoeld" vervangen door "het indexpercentage, bedoeld" (aanwijzing 82 van de Aanwijzingen voor de regelgeving).
Nota van toelichting
- Aan het begin van de derde alinea toelichten in welke gevallen en op welke wijze het bijdrageplichtig inkomen een rol speelt (zie artikel 4, derde lid).
- Halverwege de derde alinea toelichten waarom artikel 7 niet van toepassing is op de groep 2003/2004 (zie artikel 11).
Nader rapport (reactie op het advies) van 13 december 2004
1. a. De maatregel biedt geen afbouwmechanisme omdat een dergelijk mechanisme op deze termijn niet meer per 1 januari 2005 is uit te voeren. Toen ik dit najaar het probleem van de onvoorziene verhoging constateerde, heb ik met spoed het College voor zorgverzekeringen, Zorgverzekeraars Nederland en de zorgkantoren geraadpleegd. De zorgkantoren hebben hun voorkeur uitgesproken voor de onderhavige maatregel omdat zij die nog per 1 januari 2005 kunnen uitvoeren. Een ander systeem, bijvoorbeeld een afbouwregeling, is per die datum niet meer uit te voeren.
b. De verzekerden uit de groep 2003/2004 die gebruik hebben gemaakt van de fiscale aftrekpost buitengewone uitgaven mochten er, gelet op artikel 7 van het Bijdragebesluit zorg, op vertrouwen dat hun bijdragen niet van het ene op het andere jaar fors verhoogd zou worden. Als dit voor hen volkomen onverwachts gebeurt, komt de rechtszekerheid in het geding. Tegelijkertijd heb ik het beginsel van de rechtsgelijkheid bij de maatregel betrokken. Als er geen maatregel wordt genomen, zal dit leiden tot maatschappelijke onrust omdat de rechtszekerheid in het geding komt. Verder dient de rechtsgelijkheid te worden genuanceerd, omdat er voor de verzekerden die pas vanaf 2005 de bijdrage verschuldigd zijn, geen sprake is van een hogere bijdrage ten opzichte van het jaar daarvoor. Bovendien is het niet zo dat alle verzekerden uit de groep 2003/2004 buitengewone uitgaven bij de vaststelling van het verzamelinkomen hebben afgetrokken. Met andere woorden, het door de Raad van State bedoelde verschil in eigen bijdrage tussen de groep 2003/2004 en de verzekerden die pas in 2005 voor het eerst de bijdrage verschuldigd zijn, doet zich niet ten opzichte van alle verzekerden voor. Alles afwegende ben ik tot de conclusie gekomen dat de rechtszekerheid in dit geval zwaarder weegt dan de rechtsgelijkheid.
c. Het is niet zo dat instellingen inkomsten mislopen. De eigen bijdragen worden vastgesteld en geïnd door de zorgkantoren. De zorgkantoren dragen de inkomsten uit de eigen bijdragen af aan het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten. Er is verder geen sprake van een tekort in de zin van het Budgettair Kader Zorg omdat de meeropbrengsten van de toepassing van de correctie voor buitengewone uitgaven in 2005 niet zijn ingeboekt in de begroting 2005.
Gezien de opmerkingen van de Raad is de nota van toelichting aangepast.
2. De redactionele kanttekeningen zijn verwerkt.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
(1) Zie ook het advies van de Raad van State van 1 mei 2002, no.W13.02.0109/III bij het Besluit van 17 juni 2002 tot wijziging van het Bijdragebesluit zorg en het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering.
(2) Zie noot 1.
Het ontwerpbesluit betreft een overgangsmaatregel voor verzekerden die in het jaar 2003 en 2004 voor het eerst de inkomensafhankelijke bijdrage in de kosten van de zorg verleend door een instelling, bedoeld in artikel 4 van het Bijdragebesluit zorg, verschuldigd waren en dat op 1 januari 2005 nog steeds zijn (groep 2003/2004). Sinds 1 januari 2003 wordt bij de vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen uitgegaan van het verzamelinkomen, bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met een correctie voor de buitengewone uitgaven, bedoeld in afdeling 6.5 van die wet. Op grond van artikel 26 van het Bijdragebesluit zorg is deze correctie voor de jaren 2003 en 2004 echter op nihil gesteld. Als vanaf 1 januari 2005 de correctie wel moet worden toegepast, kan de bijdrage voor de groep 2003/2004 honderden euro’s per jaar hoger worden. Omdat het kabinet een dergelijke onvoorziene verhoging ongewenst acht, wordt voor deze groep de eigen bijdrage per 1 januari 2005 niet verhoogd en per 1 januari 2006 alleen geïndexeerd. Voor verzekerden die voor 1 januari 2003 al in een instelling verbleven (groep 2002), gold al dat de - op grond van de oude inkomensvaststelling gebaseerde - bijdrage tot 1 januari 2007 alleen wordt geïndexeerd.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekening met betrekking tot de andere gevolgen die de voorgestelde overgangsmaatregel heeft dan het voorkomen van een onvoorziene verhoging van de bijdrage voor de groep 2003/2004.
1. Andere gevolgen
De in artikel I, onderdeel A, voorgestelde wijziging van artikel 24 van het Bijdragebesluit zorg heeft ook andere gevolgen dan dat de bijdrage voor de groep 2003/2004 tot 1 januari 2007 niet of niet substantieel stijgt.
a. Ten eerste bevat deze overgangsmaatregel, net als die voor de groep 2002, geen afbouwmechanisme, zodat de "onvoorziene" verhoging van de bijdrage per 1 januari 2007 alsnog zal plaatsvinden.(zie noot 1)
b. Op de tweede plaats wordt er, naast de al bestaande ongelijkheid tussen de groepen 2002 en 2003/2004, een nieuwe ongelijkheid gecreëerd tussen deze groepen en de verzekerden voor wie het verzamelinkomen vanaf 1 januari 2005 wel wordt vermeerderd met de correctie voor buitengewone uitgaven, zonder dat daar een rechtvaardiging voor wordt gegeven of daarvan de inkomensconsequenties voor die groep in beeld worden gebracht.(zie noot 2)
c. Ten slotte heeft de overgangsmaatregel tot gevolg dat de instellingen minder inkomsten uit de bijdragen van de verzekerden zullen ontvangen dan oorspronkelijk begroot. Dit tekort zal anderszins moeten worden gefinancierd.
In de toelichting wordt aan deze punten geen specifieke aandacht besteed. In algemene zin wordt slechts aangegeven dat het nieuwe systeem goed zal worden gevolgd, zodat inzicht wordt verkregen in de effecten voor de bijdrageplichtigen en in de werking van het systeem.
De Raad adviseert in de toelichting nader in te gaan op vorenstaande punten alsmede op de wijze waarop het systeem zal worden geëvalueerd.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no.W13.04.0541/III met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
- Artikel I, onderdeel A, onder 2: "artikel 4 of" vervangen door: 4 of.
- Artikel I, onderdeel A, onder 3: In het voorgestelde artikel 24, tweede lid, van het Bijdragebesluit zorg na "ongehuwde" invoegen: verzekerde.
- Artikel I, onderdeel A, onder 2 en 3: In het voorgestelde artikel 24, eerste en tweede lid, "tot 1 januari 2007 dan wel zo lang hij of zij aan de voorwaarden voor die bijdrage voldoet of voldoen of artikel 10 toepassing vindt" in het eerste en tweede lid onderscheidenlijk vervangen door "zo lang hij of zij aan de voorwaarden voor die bijdrage voldoet of voldoen doch uiterlijk tot 1 januari 2007" en "zo lang hij of zij aan de voorwaarden voor die bijdrage voldoet of voldoen of artikel 10 toepassing vindt doch uiterlijk tot 1 januari 2007" en in beide leden "het indexpercentage als bedoeld" vervangen door "het indexpercentage, bedoeld" (aanwijzing 82 van de Aanwijzingen voor de regelgeving).
Nota van toelichting
- Aan het begin van de derde alinea toelichten in welke gevallen en op welke wijze het bijdrageplichtig inkomen een rol speelt (zie artikel 4, derde lid).
- Halverwege de derde alinea toelichten waarom artikel 7 niet van toepassing is op de groep 2003/2004 (zie artikel 11).
Nader rapport (reactie op het advies) van 13 december 2004
1. a. De maatregel biedt geen afbouwmechanisme omdat een dergelijk mechanisme op deze termijn niet meer per 1 januari 2005 is uit te voeren. Toen ik dit najaar het probleem van de onvoorziene verhoging constateerde, heb ik met spoed het College voor zorgverzekeringen, Zorgverzekeraars Nederland en de zorgkantoren geraadpleegd. De zorgkantoren hebben hun voorkeur uitgesproken voor de onderhavige maatregel omdat zij die nog per 1 januari 2005 kunnen uitvoeren. Een ander systeem, bijvoorbeeld een afbouwregeling, is per die datum niet meer uit te voeren.
b. De verzekerden uit de groep 2003/2004 die gebruik hebben gemaakt van de fiscale aftrekpost buitengewone uitgaven mochten er, gelet op artikel 7 van het Bijdragebesluit zorg, op vertrouwen dat hun bijdragen niet van het ene op het andere jaar fors verhoogd zou worden. Als dit voor hen volkomen onverwachts gebeurt, komt de rechtszekerheid in het geding. Tegelijkertijd heb ik het beginsel van de rechtsgelijkheid bij de maatregel betrokken. Als er geen maatregel wordt genomen, zal dit leiden tot maatschappelijke onrust omdat de rechtszekerheid in het geding komt. Verder dient de rechtsgelijkheid te worden genuanceerd, omdat er voor de verzekerden die pas vanaf 2005 de bijdrage verschuldigd zijn, geen sprake is van een hogere bijdrage ten opzichte van het jaar daarvoor. Bovendien is het niet zo dat alle verzekerden uit de groep 2003/2004 buitengewone uitgaven bij de vaststelling van het verzamelinkomen hebben afgetrokken. Met andere woorden, het door de Raad van State bedoelde verschil in eigen bijdrage tussen de groep 2003/2004 en de verzekerden die pas in 2005 voor het eerst de bijdrage verschuldigd zijn, doet zich niet ten opzichte van alle verzekerden voor. Alles afwegende ben ik tot de conclusie gekomen dat de rechtszekerheid in dit geval zwaarder weegt dan de rechtsgelijkheid.
c. Het is niet zo dat instellingen inkomsten mislopen. De eigen bijdragen worden vastgesteld en geïnd door de zorgkantoren. De zorgkantoren dragen de inkomsten uit de eigen bijdragen af aan het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten. Er is verder geen sprake van een tekort in de zin van het Budgettair Kader Zorg omdat de meeropbrengsten van de toepassing van de correctie voor buitengewone uitgaven in 2005 niet zijn ingeboekt in de begroting 2005.
Gezien de opmerkingen van de Raad is de nota van toelichting aangepast.
2. De redactionele kanttekeningen zijn verwerkt.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
(1) Zie ook het advies van de Raad van State van 1 mei 2002, no.W13.02.0109/III bij het Besluit van 17 juni 2002 tot wijziging van het Bijdragebesluit zorg en het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering.
(2) Zie noot 1.