Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Georgië inzake internationaal vervoer over de weg; Tbilisi, 31 oktober 2002 (Trb.2002, 214), met toelichtende nota.
- Kenmerk
- W09.03.0016/V
- Datum advies
- 31 januari 2003
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2002/03, 28 849, nr A
- Infrastructuur en Waterstaat
- Verdrag
Toon inhoud
Volledige tekst
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Georgië inzake internationaal vervoer over de weg; Tbilisi, 31 oktober 2002 (Trb.2002, 214), met toelichtende nota.
Bij Kabinetsmissive van 15 januari 2003, no.03.000158, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Georgië inzake internationaal vervoer over de weg; Tbilisi, 31 oktober 2002 (Trb.2002, 214), met toelichtende nota.
Het wegvervoerverdrag vervangt, voor wat betreft de verhouding tussen het Koninkrijk en Georgië het op 26 november 1971 te Moskou gesloten Verdrag betreffende het internationale vervoer over de weg (Trb.1972, 3).
De Raad van State ziet geen beletsel voor de goedkeuring van het Verdrag, maar plaatst de volgende kanttekeningen bij de toelichtende nota.
1. Volgens de toelichtende nota(zie noot 1) zal de Gemengde Commissie, naast activiteiten ter regulering van de markt, in haar werkzaamheden vooral het accent leggen op de kwaliteit van het vervoer. Aangezien dit niet zonder meer blijkt uit artikel 14, in het bijzonder niet uit de in het vijfde lid genoemde aangelegenheden, adviseert de Raad van State de grondslag in het Verdrag voor deze taakopvatting en uitoefening nader toe te lichten.
2. Volgens de toelichtende nota(zie noot 2) kunnen de uitgegeven vergunningen in de eerste plaats worden gebruikt voor statistische doeleinden ten behoeve van marktobservatie. Naar de mening van de Raad vinden de woorden "in de eerste plaats" geen grondslag in de strekking van het Verdrag dat allereerst strekt tot marktregulering. Het college beveelt aan dit voorop te stellen. Mede met het oog op de jaarlijkse uitwisseling van een overeengekomen aantal blanco vergunningsformulieren, kan ingevolge artikel 8, eerste lid, van het Verdrag erop worden gewezen dat de vergunning kan worden gebruikt als instrument om het vervoer op het gewenste niveau te houden, daaronder begrepen de mogelijkheid van inperking van het vervoer.
De Raad van State geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Verdrag wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 28 maart 2003
1. Conform het advies van de Raad van State is de toelichtende nota aangevuld.
2. De toelichtende nota is conform het advies van de Raad aangevuld.
Ik moge U mede namens de Minister van Verkeer en Waterstaat, verzoeken mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
De Minister van Buitenlandse Zaken
(1) Paragraaf 2, voorlaatste alinea.
(2) Paragraaf 2, laatste alinea.
Het wegvervoerverdrag vervangt, voor wat betreft de verhouding tussen het Koninkrijk en Georgië het op 26 november 1971 te Moskou gesloten Verdrag betreffende het internationale vervoer over de weg (Trb.1972, 3).
De Raad van State ziet geen beletsel voor de goedkeuring van het Verdrag, maar plaatst de volgende kanttekeningen bij de toelichtende nota.
1. Volgens de toelichtende nota(zie noot 1) zal de Gemengde Commissie, naast activiteiten ter regulering van de markt, in haar werkzaamheden vooral het accent leggen op de kwaliteit van het vervoer. Aangezien dit niet zonder meer blijkt uit artikel 14, in het bijzonder niet uit de in het vijfde lid genoemde aangelegenheden, adviseert de Raad van State de grondslag in het Verdrag voor deze taakopvatting en uitoefening nader toe te lichten.
2. Volgens de toelichtende nota(zie noot 2) kunnen de uitgegeven vergunningen in de eerste plaats worden gebruikt voor statistische doeleinden ten behoeve van marktobservatie. Naar de mening van de Raad vinden de woorden "in de eerste plaats" geen grondslag in de strekking van het Verdrag dat allereerst strekt tot marktregulering. Het college beveelt aan dit voorop te stellen. Mede met het oog op de jaarlijkse uitwisseling van een overeengekomen aantal blanco vergunningsformulieren, kan ingevolge artikel 8, eerste lid, van het Verdrag erop worden gewezen dat de vergunning kan worden gebruikt als instrument om het vervoer op het gewenste niveau te houden, daaronder begrepen de mogelijkheid van inperking van het vervoer.
De Raad van State geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Verdrag wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 28 maart 2003
1. Conform het advies van de Raad van State is de toelichtende nota aangevuld.
2. De toelichtende nota is conform het advies van de Raad aangevuld.
Ik moge U mede namens de Minister van Verkeer en Waterstaat, verzoeken mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
De Minister van Buitenlandse Zaken
(1) Paragraaf 2, voorlaatste alinea.
(2) Paragraaf 2, laatste alinea.