Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing (laten vervallen van het onderscheid tussen kleine en grote projecten, opheffing Commissie innovatie stedelijke vernieuwing (laten vervallen van het onderscheid tussen kleine en grote projecten, opheffing Commissie innovatie stedelijke vernieuwing).
- Kenmerk
- W08.03.0059/V
- Datum advies
- 18 april 2003
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 12 augustus 2003, nr 153
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing (laten vervallen van het onderscheid tussen kleine en grote projecten, opheffing Commissie innovatie stedelijke vernieuwing (laten vervallen van het onderscheid tussen kleine en grote projecten, opheffing Commissie innovatie stedelijke vernieuwing).
Bij Kabinetsmissive van 12 februari 2003, no.03.000669, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing (laten vervallen van het onderscheid tussen kleine en grote projecten, opheffing Commissie innovatie stedelijke vernieuwing).
Het ontwerpbesluit wijzigt het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing op een viertal punten: het onderscheid tussen grote en kleine projecten vervalt, waardoor er één nieuwe categorie ontstaat, de verplichte advisering door de Commissie innovatieve stedelijke vernieuwing wordt geschrapt, de termijn voor het indienen van een aanvraag wordt met een maand verlengd en de subsidie voor de nieuwe categorie projecten kan alleen nog worden aangevraagd door gemeenten die zijn aangewezen in het Besluit aanwijzing rechtstreekse gemeenten en verdeelsleutel stedelijke vernieuwing.
1. Met het besluit vervalt het onderscheid tussen grote en kleine projecten. Subsidieaanvragen in de nieuwe categorie projecten kunnen alleen nog worden ingediend door gemeenten die zijn aangewezen in het Besluit aanwijzing rechtstreekse gemeenten en verdeelsleutel stedelijke vernieuwing (het in artikel I, onderdeel O, voorgestelde artikel 29).
De reden dat het onderscheid tussen grote en kleine projecten komt te vervallen, is dat dit onderscheid in de praktijk weinig betekenis heeft. De ingediende grote projecten verenigden vaak meerdere innovatieve elementen in zich, waarmee deze projecten feitelijk een bundeling van enkele kleine projecten zijn, aldus de toelichting.
Aanvragen voor kleine projecten kunnen thans worden ingediend door rechtspersonen zonder winstoogmerk, waaronder gemeenten. De achterliggende gedachte bij de keuze voor deze ruime doelgroep was dat zoveel mogelijk kleinere uitvoeringsprojecten een kans moeten krijgen.
De nieuwe categorie projecten kan alleen nog worden aangevraagd door gemeenten die zijn aangewezen in het Besluit aanwijzing rechtstreekse gemeenten. Hierdoor wordt de groep subsidieaanvragers voor uitvoering van een project aanmerkelijk beperkt.
De Raad van State mist in de toelichting een uiteenzetting over de consequentie van de wijziging voor de niet-aangewezen gemeenten en andere rechtspersonen zonder winstoogmerk en beveelt aan deze alsnog te geven.
2. Het besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, artikel II, zonder dat voorzien is in overgangsrecht.
De toelichting gaat niet in op de gevolgen voor subsidieaanvragen voor uitvoering van projecten, die voor de inwerkingtreding van het besluit zijn ingediend.
De Raad is van mening dat, indien er reeds subsidieaanvragen voor de uitvoering van projecten zijn ingediend, het besluit dient te voorzien in overgangsrecht voor deze aanvragen.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 28 mei 2003
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met zijn opmerkingen rekening zal zijn gehouden.
1. De aanbeveling van de Raad om de toelichting uit te breiden met een uiteenzetting over de consequenties van de wijziging voor de niet-aangewezen gemeenten en andere rechtspersonen zonder winstoogmerk is overgenomen. Toegelicht is dat de niet-aangewezen gemeenten en andere rechtspersonen zonder winstoogmerk een aanvraag kunnen indienen voor een bijdrage in de subsidiecategorie idee- en planvorming.
Daarnaast hebben ze toegang tot de kennis en ervaring van de rechtstreekse gemeenten over de uitvoeringsprojecten via het kennis- en leerprogramma van het InnovatieProgramma Stedelijke Vernieuwing.
2. Overeenkomstig het advies van de Raad is er voorzien in overgangsrecht met betrekking tot de aanvragen voor subsidie die voor inwerkingtreding van dit besluit zijn ingediend (nieuw artikel II). De betreffende aanvragen worden afgehandeld overeenkomstig het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing zoals dat luidt na inwerkingtreding van dit besluit. Als gevolg hiervan is ook de nota van toelichting aangepast.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om een wijziging in het ontwerpbesluit aan te brengen, naast de wijzigingen zoals voorgesteld door de Raad. In plaats van inwerkingtreding van dit ontwerpbesluit bij koninklijk besluit is er voor gekozen om dit ontwerpbesluit in werking te laten treden op de dag na publicatie in het Staatsblad.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
Het ontwerpbesluit wijzigt het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing op een viertal punten: het onderscheid tussen grote en kleine projecten vervalt, waardoor er één nieuwe categorie ontstaat, de verplichte advisering door de Commissie innovatieve stedelijke vernieuwing wordt geschrapt, de termijn voor het indienen van een aanvraag wordt met een maand verlengd en de subsidie voor de nieuwe categorie projecten kan alleen nog worden aangevraagd door gemeenten die zijn aangewezen in het Besluit aanwijzing rechtstreekse gemeenten en verdeelsleutel stedelijke vernieuwing.
1. Met het besluit vervalt het onderscheid tussen grote en kleine projecten. Subsidieaanvragen in de nieuwe categorie projecten kunnen alleen nog worden ingediend door gemeenten die zijn aangewezen in het Besluit aanwijzing rechtstreekse gemeenten en verdeelsleutel stedelijke vernieuwing (het in artikel I, onderdeel O, voorgestelde artikel 29).
De reden dat het onderscheid tussen grote en kleine projecten komt te vervallen, is dat dit onderscheid in de praktijk weinig betekenis heeft. De ingediende grote projecten verenigden vaak meerdere innovatieve elementen in zich, waarmee deze projecten feitelijk een bundeling van enkele kleine projecten zijn, aldus de toelichting.
Aanvragen voor kleine projecten kunnen thans worden ingediend door rechtspersonen zonder winstoogmerk, waaronder gemeenten. De achterliggende gedachte bij de keuze voor deze ruime doelgroep was dat zoveel mogelijk kleinere uitvoeringsprojecten een kans moeten krijgen.
De nieuwe categorie projecten kan alleen nog worden aangevraagd door gemeenten die zijn aangewezen in het Besluit aanwijzing rechtstreekse gemeenten. Hierdoor wordt de groep subsidieaanvragers voor uitvoering van een project aanmerkelijk beperkt.
De Raad van State mist in de toelichting een uiteenzetting over de consequentie van de wijziging voor de niet-aangewezen gemeenten en andere rechtspersonen zonder winstoogmerk en beveelt aan deze alsnog te geven.
2. Het besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, artikel II, zonder dat voorzien is in overgangsrecht.
De toelichting gaat niet in op de gevolgen voor subsidieaanvragen voor uitvoering van projecten, die voor de inwerkingtreding van het besluit zijn ingediend.
De Raad is van mening dat, indien er reeds subsidieaanvragen voor de uitvoering van projecten zijn ingediend, het besluit dient te voorzien in overgangsrecht voor deze aanvragen.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 28 mei 2003
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met zijn opmerkingen rekening zal zijn gehouden.
1. De aanbeveling van de Raad om de toelichting uit te breiden met een uiteenzetting over de consequenties van de wijziging voor de niet-aangewezen gemeenten en andere rechtspersonen zonder winstoogmerk is overgenomen. Toegelicht is dat de niet-aangewezen gemeenten en andere rechtspersonen zonder winstoogmerk een aanvraag kunnen indienen voor een bijdrage in de subsidiecategorie idee- en planvorming.
Daarnaast hebben ze toegang tot de kennis en ervaring van de rechtstreekse gemeenten over de uitvoeringsprojecten via het kennis- en leerprogramma van het InnovatieProgramma Stedelijke Vernieuwing.
2. Overeenkomstig het advies van de Raad is er voorzien in overgangsrecht met betrekking tot de aanvragen voor subsidie die voor inwerkingtreding van dit besluit zijn ingediend (nieuw artikel II). De betreffende aanvragen worden afgehandeld overeenkomstig het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing zoals dat luidt na inwerkingtreding van dit besluit. Als gevolg hiervan is ook de nota van toelichting aangepast.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om een wijziging in het ontwerpbesluit aan te brengen, naast de wijzigingen zoals voorgesteld door de Raad. In plaats van inwerkingtreding van dit ontwerpbesluit bij koninklijk besluit is er voor gekozen om dit ontwerpbesluit in werking te laten treden op de dag na publicatie in het Staatsblad.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer