Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Besluit slotallocatie in verband met Schiphol 2003.
- Kenmerk
- W09.03.0063/V
- Datum advies
- 18 april 2003
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 12 augustus 2003, nr 153
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Besluit slotallocatie in verband met Schiphol 2003.
Bij Kabinetsmissive van 19 februari 2003, no.03.000777, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Besluit slotallocatie in verband met Schiphol 2003.
Het ontwerpbesluit hangt samen met de komende inwerkingtreding van de Wet van 27 juni 2002 tot wijziging van de Wet luchtvaart inzake de inrichting en het gebruik van de luchthaven Schiphol (Stb. 374). Bij die wet is een nieuw hoofdstuk 8 in de Wet luchtvaart (hierna: de wet) gevoegd, waarin de belangrijkste regels met betrekking tot de luchthaven Schiphol zijn opgenomen. De regels met betrekking tot het gebruik van de capaciteit van de luchthaven Schiphol, de zogenaamde slotallocatie, zullen echter niet naar het nieuwe hoofdstuk 8 van de wet worden overgeheveld maar in het Besluit slotallocatie blijven. In verband daarmee moet dit besluit in overeenstemming worden gebracht met de wijze waarop in hoofdstuk 8 van de wet voor Schiphol is geregeld hoe de op grond van dat hoofdstuk vastgestelde grenswaarden op het punt van externe veiligheid, geluid en luchtverontreiniging (in het luchthavenverkeersbesluit) zullen doorwerken naar de luchtverkeerscapaciteit. De coördinator van het aankomend en vertrekkend vliegverkeer zal op basis van die capaciteit moeten opereren. Het ontwerpbesluit strekt tot deze aanpassing. De Raad van State maakt naar aanleiding van het ontwerpbesluit een tweetal opmerkingen. Hij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Ingevolge artikel 8.18 van de wet zullen de exploitant van de luchthaven Schiphol, de luchtverkeersleiding(zie noot 1) en de luchtvaartmaatschappijen gezamenlijk bepalen hoe de verkeersruimte binnen de in het luchthavenverkeersbesluit Schiphol vastgestelde grenswaarden zal worden ingevuld. De Raad merkt op dat in het ontwerpbesluit geen rekening wordt gehouden met de mogelijkheid dat de exploitant van de luchthaven Schiphol, de luchtverkeersleider en de luchtvaartmaatschappijen er niet in slagen om binnen de in het luchthavenverkeersbesluit gestelde grenswaarden te blijven of geen overeenstemming kunnen bereiken over de beschikbare capaciteit van de luchthaven binnen die vaststelde grenswaarden.
In die gevallen zal de inspecteur-generaal van de Inspectie van Verkeer en Waterstaat op grond van artikel 8.22 van de wet maatregelen voorschrijven die nodig zijn om wel binnen de gestelde grenswaarden te blijven. Die maatregelen kunnen hun weerslag hebben op de beschikbare capaciteit die de coördinator bij zijn toewijzing van slots in acht moet nemen. In verband hiermee meent de Raad dat het ontwerpbesluit moet worden aangevuld.
2. In de toelichting op artikel I, onderdeel B, wordt opgemerkt dat doordat de in artikel 8.18 van de wet bedoelde partijen de capaciteit vaststellen, ook een koppeling kan worden gelegd met de (geldende) definitie van capaciteit in artikel 1, onderdeel b, van het besluit. Voorts wordt gesteld dat deze definitie ten aanzien van de luchthaven Schiphol algemener is dan voor andere luchthavens, omdat de daarin voorkomende norm omtrent geluid niet meer opgaat voor Schiphol aangezien die norm wordt bepaald op grond van artikel 25a van de Luchtvaartwet. Dit verschil in reikwijdte is echter niet duidelijk af te leiden uit de tekst van artikel 1, onderdeel b. De Raad is van mening dat de voor Schiphol bedoelde koppeling moet worden gelegd in de vorm van een verwijzing naar artikel 8.18 van de wet in de definitie van capaciteit, zoals dat voor de andere luchthavens is gebeurd met betrekking tot artikel 25a van de Luchtvaartwet. Er zal dus een aangepaste definitie voor Schiphol moeten komen, waarin overigens ook rekening wordt gehouden met de maatregelen die de inspecteur-generaal op grond van artikel 8.22 van de wet kan treffen (punt 1 van dit advies).
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 28 mei 2003
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het advies rekening zal zijn gehouden.
Op de opmerkingen van de Raad ga ik in het navolgende in, waarbij ik dezelfde volgorde en nummering zal aanhouden.
1. De Raad noemt een tweetal situaties waarin problemen zouden kunnen ontstaan. Ten eerste wordt gewezen op de situatie waarin de partijen uit artikel 8.18 van de Wet luchtvaart (hierna: de wet) er niet in slagen de capaciteit vast te stellen. Momenteel is alleen de burgerexploitant verantwoordelijk voor het vaststellen van de capaciteit. Indien deze de capaciteit niet vaststelt, zal de slotcoördinator de exploitant hierop aanspreken. Dit kan in het uiterste geval door een gang naar de rechter. Nu de drie partijen de capaciteit moeten gaan vaststellen, zal de slotcoördinator niet één, maar alledrie de partijen kunnen aanspreken. Hierin wordt geen bezwaar gezien, aangezien de partijen momenteel al deelnemen aan overleg met de burgerexploitant over de slotcapaciteit. Een dergelijk overleg zal ook plaatsvinden ter invulling van de verantwoordelijkheid die partijen hebben gekregen op grond van artikel 8.18 van de wet.
Niettemin zijn de vaststelling van de slotcapaciteit en de invulling van artikel 8.18 twee verschillende onderwerpen. Zoals aangegeven in de nota van toelichting heeft de slotcapaciteit betrekking op het aantal starts en landingen dat mogelijk is binnen de grenswaarden. Zijn de partijen er niet in geslaagd binnen de grenswaarden te blijven en de inspecteur-generaal besluit tot het opleggen van maatregelen, de tweede situatie die door de Raad wordt geschetst, dan kan dit alleen gevolgen hebben voor de benutting van de capaciteit. De grenswaarden zelf mogen immers niet worden aangepast door de inspecteur-generaal, noch heeft de inspecteur-generaal de bevoegdheid de slotcapaciteit aan te passen.
2. De bedoelde koppeling tussen artikel 1, onderdeel b, van het besluit en artikel 8.18 van de wet is niet overgenomen. De definitie betreft niet de vaststellers van de capaciteit. Ook in de huidige definitie wordt niet verwezen naar degene die de slotcapaciteit vaststelt. Artikel 5 van het besluit regelt dit onderwerp en daar is dan ook de verwijzing naar artikel 8.18 van de wet opgenomen. Het plaatsen van een dergelijke verwijzing in artikel 1, onderdeel b, van het besluit zou derhalve afbreuk doen aan de systematiek van het besluit.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om, op verzoek van Actal, alsnog een passage in de toelichting op te nemen over de wijziging van de administratieve lasten. Bovendien is de artikelsgewijze toelichting bij artikel II verwijderd in verband met de inmiddels in werking getreden regelgeving voor de luchthaven Schiphol.
Ik moge U Hierbij het ontwerpbesluit en de nota van toelichting (wederom) doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat
(1) Artikel 8.18 van de wet spreekt abusievelijk van "de verlener van deluchtverkeersdienstverlening". Uit de memorie van toelichting (bladzijde 26) blijkt dat hiermee bedoeld is de luchtverkeersleiding.
Het ontwerpbesluit hangt samen met de komende inwerkingtreding van de Wet van 27 juni 2002 tot wijziging van de Wet luchtvaart inzake de inrichting en het gebruik van de luchthaven Schiphol (Stb. 374). Bij die wet is een nieuw hoofdstuk 8 in de Wet luchtvaart (hierna: de wet) gevoegd, waarin de belangrijkste regels met betrekking tot de luchthaven Schiphol zijn opgenomen. De regels met betrekking tot het gebruik van de capaciteit van de luchthaven Schiphol, de zogenaamde slotallocatie, zullen echter niet naar het nieuwe hoofdstuk 8 van de wet worden overgeheveld maar in het Besluit slotallocatie blijven. In verband daarmee moet dit besluit in overeenstemming worden gebracht met de wijze waarop in hoofdstuk 8 van de wet voor Schiphol is geregeld hoe de op grond van dat hoofdstuk vastgestelde grenswaarden op het punt van externe veiligheid, geluid en luchtverontreiniging (in het luchthavenverkeersbesluit) zullen doorwerken naar de luchtverkeerscapaciteit. De coördinator van het aankomend en vertrekkend vliegverkeer zal op basis van die capaciteit moeten opereren. Het ontwerpbesluit strekt tot deze aanpassing. De Raad van State maakt naar aanleiding van het ontwerpbesluit een tweetal opmerkingen. Hij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Ingevolge artikel 8.18 van de wet zullen de exploitant van de luchthaven Schiphol, de luchtverkeersleiding(zie noot 1) en de luchtvaartmaatschappijen gezamenlijk bepalen hoe de verkeersruimte binnen de in het luchthavenverkeersbesluit Schiphol vastgestelde grenswaarden zal worden ingevuld. De Raad merkt op dat in het ontwerpbesluit geen rekening wordt gehouden met de mogelijkheid dat de exploitant van de luchthaven Schiphol, de luchtverkeersleider en de luchtvaartmaatschappijen er niet in slagen om binnen de in het luchthavenverkeersbesluit gestelde grenswaarden te blijven of geen overeenstemming kunnen bereiken over de beschikbare capaciteit van de luchthaven binnen die vaststelde grenswaarden.
In die gevallen zal de inspecteur-generaal van de Inspectie van Verkeer en Waterstaat op grond van artikel 8.22 van de wet maatregelen voorschrijven die nodig zijn om wel binnen de gestelde grenswaarden te blijven. Die maatregelen kunnen hun weerslag hebben op de beschikbare capaciteit die de coördinator bij zijn toewijzing van slots in acht moet nemen. In verband hiermee meent de Raad dat het ontwerpbesluit moet worden aangevuld.
2. In de toelichting op artikel I, onderdeel B, wordt opgemerkt dat doordat de in artikel 8.18 van de wet bedoelde partijen de capaciteit vaststellen, ook een koppeling kan worden gelegd met de (geldende) definitie van capaciteit in artikel 1, onderdeel b, van het besluit. Voorts wordt gesteld dat deze definitie ten aanzien van de luchthaven Schiphol algemener is dan voor andere luchthavens, omdat de daarin voorkomende norm omtrent geluid niet meer opgaat voor Schiphol aangezien die norm wordt bepaald op grond van artikel 25a van de Luchtvaartwet. Dit verschil in reikwijdte is echter niet duidelijk af te leiden uit de tekst van artikel 1, onderdeel b. De Raad is van mening dat de voor Schiphol bedoelde koppeling moet worden gelegd in de vorm van een verwijzing naar artikel 8.18 van de wet in de definitie van capaciteit, zoals dat voor de andere luchthavens is gebeurd met betrekking tot artikel 25a van de Luchtvaartwet. Er zal dus een aangepaste definitie voor Schiphol moeten komen, waarin overigens ook rekening wordt gehouden met de maatregelen die de inspecteur-generaal op grond van artikel 8.22 van de wet kan treffen (punt 1 van dit advies).
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 28 mei 2003
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het advies rekening zal zijn gehouden.
Op de opmerkingen van de Raad ga ik in het navolgende in, waarbij ik dezelfde volgorde en nummering zal aanhouden.
1. De Raad noemt een tweetal situaties waarin problemen zouden kunnen ontstaan. Ten eerste wordt gewezen op de situatie waarin de partijen uit artikel 8.18 van de Wet luchtvaart (hierna: de wet) er niet in slagen de capaciteit vast te stellen. Momenteel is alleen de burgerexploitant verantwoordelijk voor het vaststellen van de capaciteit. Indien deze de capaciteit niet vaststelt, zal de slotcoördinator de exploitant hierop aanspreken. Dit kan in het uiterste geval door een gang naar de rechter. Nu de drie partijen de capaciteit moeten gaan vaststellen, zal de slotcoördinator niet één, maar alledrie de partijen kunnen aanspreken. Hierin wordt geen bezwaar gezien, aangezien de partijen momenteel al deelnemen aan overleg met de burgerexploitant over de slotcapaciteit. Een dergelijk overleg zal ook plaatsvinden ter invulling van de verantwoordelijkheid die partijen hebben gekregen op grond van artikel 8.18 van de wet.
Niettemin zijn de vaststelling van de slotcapaciteit en de invulling van artikel 8.18 twee verschillende onderwerpen. Zoals aangegeven in de nota van toelichting heeft de slotcapaciteit betrekking op het aantal starts en landingen dat mogelijk is binnen de grenswaarden. Zijn de partijen er niet in geslaagd binnen de grenswaarden te blijven en de inspecteur-generaal besluit tot het opleggen van maatregelen, de tweede situatie die door de Raad wordt geschetst, dan kan dit alleen gevolgen hebben voor de benutting van de capaciteit. De grenswaarden zelf mogen immers niet worden aangepast door de inspecteur-generaal, noch heeft de inspecteur-generaal de bevoegdheid de slotcapaciteit aan te passen.
2. De bedoelde koppeling tussen artikel 1, onderdeel b, van het besluit en artikel 8.18 van de wet is niet overgenomen. De definitie betreft niet de vaststellers van de capaciteit. Ook in de huidige definitie wordt niet verwezen naar degene die de slotcapaciteit vaststelt. Artikel 5 van het besluit regelt dit onderwerp en daar is dan ook de verwijzing naar artikel 8.18 van de wet opgenomen. Het plaatsen van een dergelijke verwijzing in artikel 1, onderdeel b, van het besluit zou derhalve afbreuk doen aan de systematiek van het besluit.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om, op verzoek van Actal, alsnog een passage in de toelichting op te nemen over de wijziging van de administratieve lasten. Bovendien is de artikelsgewijze toelichting bij artikel II verwijderd in verband met de inmiddels in werking getreden regelgeving voor de luchthaven Schiphol.
Ik moge U Hierbij het ontwerpbesluit en de nota van toelichting (wederom) doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat
(1) Artikel 8.18 van de wet spreekt abusievelijk van "de verlener van deluchtverkeersdienstverlening". Uit de memorie van toelichting (bladzijde 26) blijkt dat hiermee bedoeld is de luchtverkeersleiding.