Ontwerpbesluit houdende de aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening ten algemenen nutte ten behoeve van de aanleg van een nieuw weggedeelte, genaamd Omlegging Alphen in de proviciale weg Gilze – Alphen - Baarle-Nassau - Belgische grens (N260), met bijkomende en bijbehorende werken, een en ander gelegen in de gemeente Alphen-Chaam.
- Kenmerk
- W09.03.0333/V
- Datum advies
- 3 september 2003
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 09 december 2003, nr 238
- Infrastructuur en Waterstaat
- Onteigening
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit houdende de aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening ten algemenen nutte ten behoeve van de aanleg van een nieuw weggedeelte, genaamd Omlegging Alphen in de proviciale weg Gilze – Alphen - Baarle-Nassau - Belgische grens (N260), met bijkomende en bijbehorende werken, een en ander gelegen in de gemeente Alphen-Chaam.
Krachtens machtiging van Uwe Majesteit heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat met een schrijven van 7 augustus 2003, no.HKW/R 2003/7341, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit, houdende de aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening ten algemenen nutte ten behoeve van de aanleg van een nieuw weggedeelte, genaamd Omlegging Alphen in de proviciale weg Gilze – Alphen - Baarle-Nassau - Belgische grens (N260), met bijkomende en bijbehorende werken, een en ander gelegen in de gemeente Alphen-Chaam.
Uit de stukken blijkt dat namens J.A.M. Oomen, eigenaar van grondplannummer 43, op 27 maart 2003 een zienswijze is ingediend en dat die op 12 mei 2003, dus na de zitting op 23 april 2003, weer is ingetrokken wegens het bereiken van minnelijke overeenstemming met de verzoeker om onteigening. In verband met deze datum van intrekking adviseert de Raad van State de zienswijze van genoemde reclamant alsnog in het ontwerpbesluit te vermelden en te behandelen. De Raad adviseert daarbij aan te geven waarom ondanks de bereikte minnelijke overeenstemming de onteigening van het betrokken perceel nog noodzakelijk is.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 14 oktober 2003
De Raad maakt in genoemd advies de volgende opmerking. Uit de stukken blijkt dat namens de heer J.A.M. Oomen, eigenaar van het grondplannummer 43, op 27 maart 2003 een zienswijze is ingediend en dat die op 12 mei 2003, dus na afloop van de terinzagelegging op 23 april 2003, weer is ingetrokken wegens het bereiken van minnelijke overeenstemming met de verzoeker om onteigening. In verband met deze datum van intrekking adviseert de Raad van State de zienswijze van genoemde reclamant alsnog in het ontwerpbesluit te vermelden en te behandelen. De Raad adviseert daarbij aan te geven waarom ondanks de bereikte minnelijke overeenstemming de onteigening van het betrokken perceel nog noodzakelijk is.
Naar aanleiding van deze opmerking merk ik vooreerst op, dat de gronden van de heer J.A.M. Oomen die zijn begrepen onder het greondplannummer 43 sedert 19 augustus 2003 in eigendom zijn bij de verzoeker om onteigening. Dientengevolge kunnen deze gronden uit de lijst van ter onteigening aan te wijzen onroerende zaken geschrapt worden. Voor een nadere uiteenzetting over dit punt wil ik verwijzen naar het recente nader rapport van 13 juni 2003, nr. HKW/R 2003/5723, inzake de onteigening ten behoeve van de aanleg van rijksweg 50 in de gemeenten Uden, Bernheze, Landert en Oss (koninklijk besluit van 16 juni 2003, nr. 03.002558).
Voorts heb ik in het ontwerpbesluit overeenkomstig voornoemd advies van de Raad opgenomen dat namens de heer J.A.M. Oomen in de daarvoor bestemde periode een zienswijze is ingediend. Vervolgens wordt hieromtrent onder Overwegingen aangegeven, dat betrokkene met een schrijven van 12 mei 2003 kenbaar heeft gemaakt deze zienswijze te willen intrekken. Ten overvloede merk ik op deze plaats nog op, dat het ontwerpbesluit tevens is aangevuld met een overweging betreffende de eigendomsoverdracht van de betrokken gronden.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat
Uit de stukken blijkt dat namens J.A.M. Oomen, eigenaar van grondplannummer 43, op 27 maart 2003 een zienswijze is ingediend en dat die op 12 mei 2003, dus na de zitting op 23 april 2003, weer is ingetrokken wegens het bereiken van minnelijke overeenstemming met de verzoeker om onteigening. In verband met deze datum van intrekking adviseert de Raad van State de zienswijze van genoemde reclamant alsnog in het ontwerpbesluit te vermelden en te behandelen. De Raad adviseert daarbij aan te geven waarom ondanks de bereikte minnelijke overeenstemming de onteigening van het betrokken perceel nog noodzakelijk is.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 14 oktober 2003
De Raad maakt in genoemd advies de volgende opmerking. Uit de stukken blijkt dat namens de heer J.A.M. Oomen, eigenaar van het grondplannummer 43, op 27 maart 2003 een zienswijze is ingediend en dat die op 12 mei 2003, dus na afloop van de terinzagelegging op 23 april 2003, weer is ingetrokken wegens het bereiken van minnelijke overeenstemming met de verzoeker om onteigening. In verband met deze datum van intrekking adviseert de Raad van State de zienswijze van genoemde reclamant alsnog in het ontwerpbesluit te vermelden en te behandelen. De Raad adviseert daarbij aan te geven waarom ondanks de bereikte minnelijke overeenstemming de onteigening van het betrokken perceel nog noodzakelijk is.
Naar aanleiding van deze opmerking merk ik vooreerst op, dat de gronden van de heer J.A.M. Oomen die zijn begrepen onder het greondplannummer 43 sedert 19 augustus 2003 in eigendom zijn bij de verzoeker om onteigening. Dientengevolge kunnen deze gronden uit de lijst van ter onteigening aan te wijzen onroerende zaken geschrapt worden. Voor een nadere uiteenzetting over dit punt wil ik verwijzen naar het recente nader rapport van 13 juni 2003, nr. HKW/R 2003/5723, inzake de onteigening ten behoeve van de aanleg van rijksweg 50 in de gemeenten Uden, Bernheze, Landert en Oss (koninklijk besluit van 16 juni 2003, nr. 03.002558).
Voorts heb ik in het ontwerpbesluit overeenkomstig voornoemd advies van de Raad opgenomen dat namens de heer J.A.M. Oomen in de daarvoor bestemde periode een zienswijze is ingediend. Vervolgens wordt hieromtrent onder Overwegingen aangegeven, dat betrokkene met een schrijven van 12 mei 2003 kenbaar heeft gemaakt deze zienswijze te willen intrekken. Ten overvloede merk ik op deze plaats nog op, dat het ontwerpbesluit tevens is aangevuld met een overweging betreffende de eigendomsoverdracht van de betrokken gronden.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat