Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W05.04.0035/III
- Datum advies
- 2 februari 2004
- Vindplaats
- Niet gepubliceerd
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 20 januari 2004, no.04.000160, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit beoogt regels vast te stellen ten aanzien van leraren onderwijs in allochtone levende talen (OALT) die als gevolg van nieuwe, strengere, kwalificatievereisten geen taalondersteuning meer mogen verzorgen. Teneinde de personele gevolgen voor deze groep leraren te regelen is op 31 maart 2003 tussen de betrokken partijen een convenant gesloten waarin onder andere afspraken zijn gemaakt over loonsuppletie voor leraren die een lager betaalde functie in het onderwijs aanvaarden. Het ontwerpbesluit komt voort uit dit convenant.
De Raad van State kan zich vinden in het voorstel, maar maakt een opmerking over de mogelijkheid voor scholen om de kosten van loonsuppletie ten laste van het Participatiefonds te brengen, alsmede over het ontbreken van motivering voor de terugwerkende kracht. In verband hiermee is aanpassing van de toelichting wenselijk.
1. In de nota van toelichting wordt niet ingegaan op de complicatie die rijst doordat de loonsuppletie is aan te merken als een uitkering of suppletie als bedoeld in het derde lid van artikel 138 van de Wet op het primair onderwijs en overeenkomstige bepalingen in andere onderwijswetgeving. Ingevolge die bepaling worden die uitkeringen en suppleties in mindering gebracht op de bekostiging van de personeelsuitgaven, tenzij het Participatiefonds ermee instemt dat zij voor rekening het Fonds komen. De criteria en voorwaarden die het Participatiefonds krachtens zijn Reglement hanteert, lijken niet aan te sluiten aan de criteria en voorwaarden die in het ontwerpbesluit worden gehanteerd. Dit is kennelijk onderkend, want in het met de betrokken partijen gesloten convenant is zijdens de minister de inspanningsverplichting aangegaan om, in samenspraak met de centrales, ervoor te zorgen dat het Reglement zo spoedig mogelijk wordt aangepast. De Raad acht het gewenst dat de nota van toelichting aandacht besteedt aan deze problematiek en aangeeft of bedoelde aanpassing tijdig heeft plaatsgevonden danwel zal plaatsvinden.
2. Artikel III van het ontwerpbesluit, dat de inwerkingtreding regelt, voorziet in terugwerkende kracht. De Raad acht het gewenst dat de keuze daarvoor wordt toegelicht.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 17 maart 2004
1. De Raad merkt op dat in de nota van toelichting niet wordt ingegaan op de complicatie die rijst doordat de loonsuppletie is aan te merken als een uitkering of suppletie als bedoeld in het derde lid van artikel 138 van de Wet op het primair onderwijs en overeenkomstige bepalingen in andere onderwijswetgeving. Ingevolge die bepaling worden die uitkeringen en suppleties in mindering gebracht op de bekostiging van de personeelsuitgaven, tenzij het Participatiefonds ermee instemt dat zij voor rekening het Fonds komen. In het met de betrokken partijen gesloten convenant is van de kant van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de inspanningsverplichting aangegaan om bestuurlijk overleg te voeren met uitvoeringsorganisaties die betrokken zijn bij het sociaal plan voor OALT-leraren, zoals het Participatiefonds en het UWV.
De werkgeversorganisaties zorgen in samenspraak met de vertegenwoordigers van de personeelsorganisaties ervoor dat het Reglement Participatiefonds wordt aangepast.
In de nota van toelichting wordt naar aanleiding van deze opmerking van de Raad aandacht besteed aan dit punt.
2. De Raad merkt op dat Artikel III van het ontwerpbesluit, dat de inwerkingtreding regelt, voorziet in terugwerkende kracht. De Raad acht het gewenst dat de keuze daarvoor wordt toegelicht. De nota van toelichting is dienovereenkomstig aangepast.
Ik moge u hierbij, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Het ontwerpbesluit beoogt regels vast te stellen ten aanzien van leraren onderwijs in allochtone levende talen (OALT) die als gevolg van nieuwe, strengere, kwalificatievereisten geen taalondersteuning meer mogen verzorgen. Teneinde de personele gevolgen voor deze groep leraren te regelen is op 31 maart 2003 tussen de betrokken partijen een convenant gesloten waarin onder andere afspraken zijn gemaakt over loonsuppletie voor leraren die een lager betaalde functie in het onderwijs aanvaarden. Het ontwerpbesluit komt voort uit dit convenant.
De Raad van State kan zich vinden in het voorstel, maar maakt een opmerking over de mogelijkheid voor scholen om de kosten van loonsuppletie ten laste van het Participatiefonds te brengen, alsmede over het ontbreken van motivering voor de terugwerkende kracht. In verband hiermee is aanpassing van de toelichting wenselijk.
1. In de nota van toelichting wordt niet ingegaan op de complicatie die rijst doordat de loonsuppletie is aan te merken als een uitkering of suppletie als bedoeld in het derde lid van artikel 138 van de Wet op het primair onderwijs en overeenkomstige bepalingen in andere onderwijswetgeving. Ingevolge die bepaling worden die uitkeringen en suppleties in mindering gebracht op de bekostiging van de personeelsuitgaven, tenzij het Participatiefonds ermee instemt dat zij voor rekening het Fonds komen. De criteria en voorwaarden die het Participatiefonds krachtens zijn Reglement hanteert, lijken niet aan te sluiten aan de criteria en voorwaarden die in het ontwerpbesluit worden gehanteerd. Dit is kennelijk onderkend, want in het met de betrokken partijen gesloten convenant is zijdens de minister de inspanningsverplichting aangegaan om, in samenspraak met de centrales, ervoor te zorgen dat het Reglement zo spoedig mogelijk wordt aangepast. De Raad acht het gewenst dat de nota van toelichting aandacht besteedt aan deze problematiek en aangeeft of bedoelde aanpassing tijdig heeft plaatsgevonden danwel zal plaatsvinden.
2. Artikel III van het ontwerpbesluit, dat de inwerkingtreding regelt, voorziet in terugwerkende kracht. De Raad acht het gewenst dat de keuze daarvoor wordt toegelicht.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 17 maart 2004
1. De Raad merkt op dat in de nota van toelichting niet wordt ingegaan op de complicatie die rijst doordat de loonsuppletie is aan te merken als een uitkering of suppletie als bedoeld in het derde lid van artikel 138 van de Wet op het primair onderwijs en overeenkomstige bepalingen in andere onderwijswetgeving. Ingevolge die bepaling worden die uitkeringen en suppleties in mindering gebracht op de bekostiging van de personeelsuitgaven, tenzij het Participatiefonds ermee instemt dat zij voor rekening het Fonds komen. In het met de betrokken partijen gesloten convenant is van de kant van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de inspanningsverplichting aangegaan om bestuurlijk overleg te voeren met uitvoeringsorganisaties die betrokken zijn bij het sociaal plan voor OALT-leraren, zoals het Participatiefonds en het UWV.
De werkgeversorganisaties zorgen in samenspraak met de vertegenwoordigers van de personeelsorganisaties ervoor dat het Reglement Participatiefonds wordt aangepast.
In de nota van toelichting wordt naar aanleiding van deze opmerking van de Raad aandacht besteed aan dit punt.
2. De Raad merkt op dat Artikel III van het ontwerpbesluit, dat de inwerkingtreding regelt, voorziet in terugwerkende kracht. De Raad acht het gewenst dat de keuze daarvoor wordt toegelicht. De nota van toelichting is dienovereenkomstig aangepast.
Ik moge u hierbij, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap