Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Organisatiebesluit raad voor de kinderbescherming.
- Kenmerk
- W03.02.0491/I
- Datum advies
- 13 januari 2003
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 10 juni 2003, nr 108
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Organisatiebesluit raad voor de kinderbescherming.
Bij Kabinetsmissive van 12 november 2002, no.02.005125, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Organisatiebesluit raad voor de kinderbescherming.
Het ontwerpbesluit tot wijziging van het Organisatiebesluit raad voor de kinderbescherming (hierna: het Organisatiebesluit) strekt ertoe invulling te geven aan de nieuwe wijze van samenwerking tussen de advies- en meldpunten kindermishandeling (AMK's) en de Raad voor de kinderbescherming (RvdK). Uitgangspunt van de nieuwe werkwijze is dat iedere melding van kindermishandeling of een vermoeden daarvan wordt gedaan bij een AMK en dat de RvdK, als tweedelijnsvoorziening, alleen in uitzonderingssituaties meldingen door anderen dan het AMK, in onderzoek neemt.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar is van mening dat in verband met de hierna gemaakte opmerking aanpassing van het voorstel wenselijk is.
1. Indien sprake is van gevallen van (een vermoeden van) kindermishandeling is het noodzakelijk dat er geen onduidelijkheid bestaat over de taken van het AMK en de RvdK. Daarom is in het onlangs gewijzigde artikel 34b van de Wet op de jeugdhulpverlening (WJHV) bepaald dat omtrent de samenwerking van het AMK met de RvdK bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld. Voor de RvdK is eenzelfde mogelijkheid geopend door in artikel 1:238, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek te bepalen dat bij algemene maatregel van bestuur niet alleen de zetel en de organisatie van de RvdK worden geregeld maar ook de werkwijze, voorzover het de samenwerking met de AMK's, bedoeld in hoofdstuk IVA van de WJHV betreft. Hierdoor wordt het mogelijk de reikwijdte van het Organisatiebesluit te verruimen.(zie noot 1) Het ontwerpbesluit strekt daartoe. In het onder andere op artikel 34b WJHV gebaseerde ontwerpbesluit advies- en meldpunten kindermishandeling(zie noot 2) vormt artikel 9 de spiegelbeeldige bepaling van de nu voorgestelde artikelen. Laatstgenoemd besluit en het Organisatiebesluit zijn complementaire regelingen voorzover het de onderlinge samenwerking betreft.
De RvdK neemt een melding van kindermishandeling in beginsel in behandeling via het AMK, maar kan volgens het voorgestelde artikel 2a, tweede en derde lid, ook zelf - zonder tussenkomst van een AMK - een melding of een situatie in onderzoek nemen. Van een melding als bedoeld in artikel 2a, tweede lid, doet de RvdK onverwijld mededeling aan het desbetreffende AMK, terwijl niet is geregeld dat de RvdK in voorkomend geval melding dient te doen aan het AMK indien volgens de RvdK sprake is van kindermishandeling of een ernstig vermoeden daarvan in de zin van het voorgestelde artikel 2a, derde lid. Omdat niet valt in te zien waarom de RvdK in tegenstelling tot de situatie beschreven in artikel 2a, tweede lid, in het geval bedoeld in artikel 2a, derde lid, geen mededeling aan het desbetreffende AMK zou behoeven te doen, adviseert de Raad in artikel 2b te regelen dat de RvdK eveneens zo spoedig mogelijk mededeling doet aan het desbetreffende AMK indien zich een situatie bedoeld in artikel 2a, derde lid, voordoet.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 13 januari 2003, no.W03.02.0491/I, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- De begrippen "kindermishandeling" en "melding" definiëren als in respectievelijk artikel 34 van de Wet op de jeugdhulpverlening (WJHV) en in artikel 1, onder d, van het Besluit advies- en meldpunten kindermishandeling.
- In het voorgestelde artikel 2a, tweede lid, de woorden "voor een minderjarige" schrappen en in het tweede en derde lid van dat artikel telkens na het woord "gezag" overeenkomstig artikel 34a, eerste lid, onder d, WJHV invoegen: over de minderjarige.
Nader rapport (reactie op het advies) van 23 april 2003
Op de door de Raad gemaakte opmerkingen ga ik als volgt in.
1. De Raad constateert dat het niet valt te zien waarom de raad voor de kinderbescherming in tegenstelling tot de situatie beschreven in artikel 2a, tweede lid, in het geval bedoeld in artikel 2a, derde lid, geen mededeling aan het desbetreffende advies- en meldpunt kindermishandeling (AMK) zou behoeven te doen.
Met de Raad ben ik van oordeel dat ook voor situaties als bedoeld in artikel 2a, derde lid, een terugkoppeling door de raad voor de kinderbescherming aan het AMK wenselijk is. Artikel 2b, tweede lid, is hiertoe gewijzigd en de toelichting hierop aangepast. De terugkoppeling door de raad voor de kinderbescherming aan het AMK in deze gevallen is een nieuwe taak en is nog niet in de werkwijze opgenomen. Om deze reden is in het tweede lid van artikel II een overgangsbepaling opgenomen.
2. De redactionele kanttekeningen zijn opgevolgd met uitzondering van het opnemen van een definitie van het begrip “melding”. Het begrip melding zoals dit is omschreven in het Organisatiebesluit stemt volledig overeen met de omschrijving in artikel 1, onder d, van het Besluit advies- en meldpunten kindermishandeling.
3. In het advies van de Raad van State over het Besluit advies- en meldpunten kindermishandeling (Besluit-AMK), uitgebracht op 31 januari 2003, no.02.005280, is geadviseerd om de terminologie in artikel 9 (zie noot 3) van het Besluit-AMK en de toelichting hierop aan te passen. Het advies van de Raad om de term “overdragen” te gebruiken, is gevolgd. Deze wijzigingen van het Besluit-AMK maakt het noodzakelijk om de terminologie van het Organisatiebesluit in overeenstemming te brengen met het Besluit-AMK, omdat de regelingen complementair zijn. Hiertoe is het eerste lid van artikel 2a en de nota van toelichting aangepast.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Justitie
(1) Wet van 26 september 2002 tot wijziging van de Wet op de jeugdhulpverlening in verband met de advies- en meldpunten kindermishandeling (Stb.2002, 515).
(2) Thans bij de Raad aanhangig als no.W13.02.0511/III.
(3) Dit artikel is gewijzigd in artikel 10 naar aanleiding van het advies van de Raad van State.
Het ontwerpbesluit tot wijziging van het Organisatiebesluit raad voor de kinderbescherming (hierna: het Organisatiebesluit) strekt ertoe invulling te geven aan de nieuwe wijze van samenwerking tussen de advies- en meldpunten kindermishandeling (AMK's) en de Raad voor de kinderbescherming (RvdK). Uitgangspunt van de nieuwe werkwijze is dat iedere melding van kindermishandeling of een vermoeden daarvan wordt gedaan bij een AMK en dat de RvdK, als tweedelijnsvoorziening, alleen in uitzonderingssituaties meldingen door anderen dan het AMK, in onderzoek neemt.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar is van mening dat in verband met de hierna gemaakte opmerking aanpassing van het voorstel wenselijk is.
1. Indien sprake is van gevallen van (een vermoeden van) kindermishandeling is het noodzakelijk dat er geen onduidelijkheid bestaat over de taken van het AMK en de RvdK. Daarom is in het onlangs gewijzigde artikel 34b van de Wet op de jeugdhulpverlening (WJHV) bepaald dat omtrent de samenwerking van het AMK met de RvdK bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld. Voor de RvdK is eenzelfde mogelijkheid geopend door in artikel 1:238, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek te bepalen dat bij algemene maatregel van bestuur niet alleen de zetel en de organisatie van de RvdK worden geregeld maar ook de werkwijze, voorzover het de samenwerking met de AMK's, bedoeld in hoofdstuk IVA van de WJHV betreft. Hierdoor wordt het mogelijk de reikwijdte van het Organisatiebesluit te verruimen.(zie noot 1) Het ontwerpbesluit strekt daartoe. In het onder andere op artikel 34b WJHV gebaseerde ontwerpbesluit advies- en meldpunten kindermishandeling(zie noot 2) vormt artikel 9 de spiegelbeeldige bepaling van de nu voorgestelde artikelen. Laatstgenoemd besluit en het Organisatiebesluit zijn complementaire regelingen voorzover het de onderlinge samenwerking betreft.
De RvdK neemt een melding van kindermishandeling in beginsel in behandeling via het AMK, maar kan volgens het voorgestelde artikel 2a, tweede en derde lid, ook zelf - zonder tussenkomst van een AMK - een melding of een situatie in onderzoek nemen. Van een melding als bedoeld in artikel 2a, tweede lid, doet de RvdK onverwijld mededeling aan het desbetreffende AMK, terwijl niet is geregeld dat de RvdK in voorkomend geval melding dient te doen aan het AMK indien volgens de RvdK sprake is van kindermishandeling of een ernstig vermoeden daarvan in de zin van het voorgestelde artikel 2a, derde lid. Omdat niet valt in te zien waarom de RvdK in tegenstelling tot de situatie beschreven in artikel 2a, tweede lid, in het geval bedoeld in artikel 2a, derde lid, geen mededeling aan het desbetreffende AMK zou behoeven te doen, adviseert de Raad in artikel 2b te regelen dat de RvdK eveneens zo spoedig mogelijk mededeling doet aan het desbetreffende AMK indien zich een situatie bedoeld in artikel 2a, derde lid, voordoet.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 13 januari 2003, no.W03.02.0491/I, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- De begrippen "kindermishandeling" en "melding" definiëren als in respectievelijk artikel 34 van de Wet op de jeugdhulpverlening (WJHV) en in artikel 1, onder d, van het Besluit advies- en meldpunten kindermishandeling.
- In het voorgestelde artikel 2a, tweede lid, de woorden "voor een minderjarige" schrappen en in het tweede en derde lid van dat artikel telkens na het woord "gezag" overeenkomstig artikel 34a, eerste lid, onder d, WJHV invoegen: over de minderjarige.
Nader rapport (reactie op het advies) van 23 april 2003
Op de door de Raad gemaakte opmerkingen ga ik als volgt in.
1. De Raad constateert dat het niet valt te zien waarom de raad voor de kinderbescherming in tegenstelling tot de situatie beschreven in artikel 2a, tweede lid, in het geval bedoeld in artikel 2a, derde lid, geen mededeling aan het desbetreffende advies- en meldpunt kindermishandeling (AMK) zou behoeven te doen.
Met de Raad ben ik van oordeel dat ook voor situaties als bedoeld in artikel 2a, derde lid, een terugkoppeling door de raad voor de kinderbescherming aan het AMK wenselijk is. Artikel 2b, tweede lid, is hiertoe gewijzigd en de toelichting hierop aangepast. De terugkoppeling door de raad voor de kinderbescherming aan het AMK in deze gevallen is een nieuwe taak en is nog niet in de werkwijze opgenomen. Om deze reden is in het tweede lid van artikel II een overgangsbepaling opgenomen.
2. De redactionele kanttekeningen zijn opgevolgd met uitzondering van het opnemen van een definitie van het begrip “melding”. Het begrip melding zoals dit is omschreven in het Organisatiebesluit stemt volledig overeen met de omschrijving in artikel 1, onder d, van het Besluit advies- en meldpunten kindermishandeling.
3. In het advies van de Raad van State over het Besluit advies- en meldpunten kindermishandeling (Besluit-AMK), uitgebracht op 31 januari 2003, no.02.005280, is geadviseerd om de terminologie in artikel 9 (zie noot 3) van het Besluit-AMK en de toelichting hierop aan te passen. Het advies van de Raad om de term “overdragen” te gebruiken, is gevolgd. Deze wijzigingen van het Besluit-AMK maakt het noodzakelijk om de terminologie van het Organisatiebesluit in overeenstemming te brengen met het Besluit-AMK, omdat de regelingen complementair zijn. Hiertoe is het eerste lid van artikel 2a en de nota van toelichting aangepast.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Justitie
(1) Wet van 26 september 2002 tot wijziging van de Wet op de jeugdhulpverlening in verband met de advies- en meldpunten kindermishandeling (Stb.2002, 515).
(2) Thans bij de Raad aanhangig als no.W13.02.0511/III.
(3) Dit artikel is gewijzigd in artikel 10 naar aanleiding van het advies van de Raad van State.