Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken in verband met een nieuwe verdeelsystematiek van de kosten van de waardering.
- Kenmerk
- W06.03.0098/IV
- Datum advies
- 27 maart 2003
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 10 juni 2003, nr 108
- Financiën
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken in verband met een nieuwe verdeelsystematiek van de kosten van de waardering.
Bij Kabinetsmissive van 20 maart 2003, no.03.001280, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken in verband met een nieuwe verdeelsystematiek van de kosten van de waardering.
Het ontwerpbesluit heeft betrekking op de verdeelsystematiek van de kosten van de waardering van onroerende zaken tussen Rijk, gemeenten en waterschappen. De Raad van State adviseert het ontwerpbesluit op enkele punten aan te vullen.
1. In artikel 2, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken (Uitv.besl.) wordt bepaald dat bij ministeriële regeling regels worden gesteld omtrent de verdeling over de individuele waterschappen van de door de waterschappen gezamenlijk verschuldigde vergoeding voor de kosten van de waardering van onroerende zaken, die de gemeenten moeten maken. De Raad merkt op dat deze bepaling niet wordt aangevuld met een omschrijving van de verdeelsleutel zoals in artikel 2a, tweede lid, Uitv.besl. wel plaatsvindt ten aanzien van de verdeling van deze vergoeding over de individuele gemeenten die deze kosten gemaakt hebben. Nu uit de nota van toelichting blijkt dat de verdeelsleutel voor het aandeel van de individuele waterschappen in de totaal verschuldigde vergoeding reeds volledig is komen vast te staan(zie noot 1), ziet de Raad geen reden deze verdeelsleutel niet in het Uitv. besl. zelf op te nemen. De Raad wijst erop, dat het voorstel ook de grens van aanwijzing 26 van de Aanwijzingen voor de regelgeving overschrijdt aangezien de delegatie aan een minister van de bevoegdheid tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften beperkt dient te worden tot voorschriften van administratieve aard, uitwerking van de details van een regeling, voorschriften die dikwijls wijziging behoeven en voorschriften waarvan te voorzien is dat zij mogelijk met grote spoed moeten worden vastgesteld. Het vaststellen van de verdeelsleutel reikt verder.
De Raad adviseert het voorstel op dit punt aan te vullen.
2. In de procedure met betrekking tot de verdeling het aandeel in de kosten over de individuele waterschappen is, zoals uit de nota van toelichting blijkt,(zie noot 2) een rol weggelegd voor de Unie van Waterschappen. De Unie zal jaarlijks aan het Rijk opgave doen van het aantal objecten per waterschap, een van de bepalende elementen van de door het desbetreffende waterschap verschuldigde betaling. Deze rol van de Unie is niet nader uitgewerkt.
De Raad adviseert de toelichting op dit punt uit te breiden, en daarbij tevens aan te geven of aan deze rol bestuursrechtelijke aspecten verbonden zijn.
3. In het voorstel is terugwerkende kracht voorzien tot 1 januari 2003. De Raad acht bij verdeling van kosten tussen overheden onderling terugwerkende kracht van een wijziging van de verdeelsleutel niet onaanvaardbaar in gevallen waarin intensief als in het onderhavige geval bestuurlijk overleg heeft plaatsgevonden, hoewel bij wijziging van die verdeelsleutel voor een deel van de bij de verdeling betrokken overheden verhoging van het kostenaandeel zal optreden. Aan de aanvaardbaarheid van de terugwerkende kracht van de wijziging dient wel de voorwaarde te worden verbonden, dat in ieder geval de betrokken overheden die met een verzwaring van lasten geconfronteerd worden, tijdig op de hoogte gesteld zijn teneinde dekking voor deze kosten te voorzien. Uit de nota van toelichting blijkt niet in hoeverre de besturen van individuele gemeenten en waterschappen op de hoogte zijn geweest van de voorgestelde maatregelen.
De Raad adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 22 april 2003
1. De Raad adviseert om, evenals in artikel 2a, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken, heeft plaatsgevonden met betrekking tot de verdeling van de vergoeding voor de kosten van waardering over de individuele gemeenten, ook voor de verdeling van de verschuldigde vergoeding over de individuele waterschappen een verdeelsleutel op te nemen. Dit advies van de Raad heb ik overgenomen.
2. De Raad constateert dat de Unie van Waterschappen jaarlijks aan het Rijk opgave zal doen van het aantal objecten per waterschap en adviseert deze rol van de Unie nader uit te werken in de toelichting en daarbij tevens aan te geven of aan deze rol bestuursrechtelijke aspecten verbonden zijn. Naar aanleiding van dit advies heb ik aan artikel 2, derde lid, Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken een nieuwe volzin toegevoegd en daarin opgenomen dat de verdeling over de individuele waterschappen van het te vergoeden bedrag geschiedt met inachtneming van een door de Unie schriftelijk bij Onze Minister in te dienen voordracht. Ook de toelichting is op dit punt aangevuld.
3. De Raad acht bij de verdeling van de kosten tussen overheden onderling terugwerkende kracht van een wijziging van de verdeelsleutel niet onaanvaardbaar in gevallen waarin intensief als in het onderhavige geval bestuurlijk overleg heeft plaatsgevonden en adviseert in de toelichting aan te geven in hoeverre de besturen van de individuele gemeenten en waterschappen op de hoogte zijn geweest van de voorgestelde maatregelen. Hierop kan ik antwoorden dat zowel de Vereniging van Nederlandse Gemeenten als de Unie van Waterschappen hun leden voortdurend hebben geïnformeerd over de nieuwe verdeelsystematiek van de kosten van waardering. De toelichting is op dit punt aangevuld.
Ik moge U hierbij, in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en koninkrijksrelaties, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Financiën
(1) Nota van toelichting, Algemeen, tweede alinea.
(2) Nota van toelichting, Algemeen, tweede alinea.
Het ontwerpbesluit heeft betrekking op de verdeelsystematiek van de kosten van de waardering van onroerende zaken tussen Rijk, gemeenten en waterschappen. De Raad van State adviseert het ontwerpbesluit op enkele punten aan te vullen.
1. In artikel 2, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken (Uitv.besl.) wordt bepaald dat bij ministeriële regeling regels worden gesteld omtrent de verdeling over de individuele waterschappen van de door de waterschappen gezamenlijk verschuldigde vergoeding voor de kosten van de waardering van onroerende zaken, die de gemeenten moeten maken. De Raad merkt op dat deze bepaling niet wordt aangevuld met een omschrijving van de verdeelsleutel zoals in artikel 2a, tweede lid, Uitv.besl. wel plaatsvindt ten aanzien van de verdeling van deze vergoeding over de individuele gemeenten die deze kosten gemaakt hebben. Nu uit de nota van toelichting blijkt dat de verdeelsleutel voor het aandeel van de individuele waterschappen in de totaal verschuldigde vergoeding reeds volledig is komen vast te staan(zie noot 1), ziet de Raad geen reden deze verdeelsleutel niet in het Uitv. besl. zelf op te nemen. De Raad wijst erop, dat het voorstel ook de grens van aanwijzing 26 van de Aanwijzingen voor de regelgeving overschrijdt aangezien de delegatie aan een minister van de bevoegdheid tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften beperkt dient te worden tot voorschriften van administratieve aard, uitwerking van de details van een regeling, voorschriften die dikwijls wijziging behoeven en voorschriften waarvan te voorzien is dat zij mogelijk met grote spoed moeten worden vastgesteld. Het vaststellen van de verdeelsleutel reikt verder.
De Raad adviseert het voorstel op dit punt aan te vullen.
2. In de procedure met betrekking tot de verdeling het aandeel in de kosten over de individuele waterschappen is, zoals uit de nota van toelichting blijkt,(zie noot 2) een rol weggelegd voor de Unie van Waterschappen. De Unie zal jaarlijks aan het Rijk opgave doen van het aantal objecten per waterschap, een van de bepalende elementen van de door het desbetreffende waterschap verschuldigde betaling. Deze rol van de Unie is niet nader uitgewerkt.
De Raad adviseert de toelichting op dit punt uit te breiden, en daarbij tevens aan te geven of aan deze rol bestuursrechtelijke aspecten verbonden zijn.
3. In het voorstel is terugwerkende kracht voorzien tot 1 januari 2003. De Raad acht bij verdeling van kosten tussen overheden onderling terugwerkende kracht van een wijziging van de verdeelsleutel niet onaanvaardbaar in gevallen waarin intensief als in het onderhavige geval bestuurlijk overleg heeft plaatsgevonden, hoewel bij wijziging van die verdeelsleutel voor een deel van de bij de verdeling betrokken overheden verhoging van het kostenaandeel zal optreden. Aan de aanvaardbaarheid van de terugwerkende kracht van de wijziging dient wel de voorwaarde te worden verbonden, dat in ieder geval de betrokken overheden die met een verzwaring van lasten geconfronteerd worden, tijdig op de hoogte gesteld zijn teneinde dekking voor deze kosten te voorzien. Uit de nota van toelichting blijkt niet in hoeverre de besturen van individuele gemeenten en waterschappen op de hoogte zijn geweest van de voorgestelde maatregelen.
De Raad adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 22 april 2003
1. De Raad adviseert om, evenals in artikel 2a, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken, heeft plaatsgevonden met betrekking tot de verdeling van de vergoeding voor de kosten van waardering over de individuele gemeenten, ook voor de verdeling van de verschuldigde vergoeding over de individuele waterschappen een verdeelsleutel op te nemen. Dit advies van de Raad heb ik overgenomen.
2. De Raad constateert dat de Unie van Waterschappen jaarlijks aan het Rijk opgave zal doen van het aantal objecten per waterschap en adviseert deze rol van de Unie nader uit te werken in de toelichting en daarbij tevens aan te geven of aan deze rol bestuursrechtelijke aspecten verbonden zijn. Naar aanleiding van dit advies heb ik aan artikel 2, derde lid, Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken een nieuwe volzin toegevoegd en daarin opgenomen dat de verdeling over de individuele waterschappen van het te vergoeden bedrag geschiedt met inachtneming van een door de Unie schriftelijk bij Onze Minister in te dienen voordracht. Ook de toelichting is op dit punt aangevuld.
3. De Raad acht bij de verdeling van de kosten tussen overheden onderling terugwerkende kracht van een wijziging van de verdeelsleutel niet onaanvaardbaar in gevallen waarin intensief als in het onderhavige geval bestuurlijk overleg heeft plaatsgevonden en adviseert in de toelichting aan te geven in hoeverre de besturen van de individuele gemeenten en waterschappen op de hoogte zijn geweest van de voorgestelde maatregelen. Hierop kan ik antwoorden dat zowel de Vereniging van Nederlandse Gemeenten als de Unie van Waterschappen hun leden voortdurend hebben geïnformeerd over de nieuwe verdeelsystematiek van de kosten van waardering. De toelichting is op dit punt aangevuld.
Ik moge U hierbij, in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en koninkrijksrelaties, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Financiën
(1) Nota van toelichting, Algemeen, tweede alinea.
(2) Nota van toelichting, Algemeen, tweede alinea.