Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en enkele andere besluiten in verband met de formalisering van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2002-2003.
- Kenmerk
- W04.03.0220/I
- Datum advies
- 28 juli 2003
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 11 november 2003, nr 218
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en enkele andere besluiten in verband met de formalisering van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2002-2003.
Bij Kabinetsmissive van 19 juni 2003, no.03.002600, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en enkele andere besluiten in verband met de formalisering van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2002-2003.
Het ontwerpbesluit beoogt de afspraken uit de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2002-2003 vast te leggen in het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) en enkele andere besluiten.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een opmerking met betrekking tot de vaststelling van de leeftijdsgrens voor openbare functies. Hij is van oordeel dat in verband daarmee over het ontwerpbesluit in zoverre niet positief geadviseerd kan worden.
Besluit vaststelling leeftijdsgrens openbare functies
In het voorstel tot wijziging van het ARAR en enkele andere besluiten is bepaald dat een rijksambtenaar niet meer automatisch ontslag verleend wordt wanneer hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, maar dat hij, wanneer hij 65 wordt, zijn ontslag kan aanvragen. Een dergelijke aanvraag dient altijd gehonoreerd te worden. Het staat ambtenaren derhalve vrij om na hun 65e verjaardag door te werken. Deze afspraak is op diverse plaatsen uitgewerkt in het onderhavige ontwerpbesluit.
Dit ontwerpbesluit houdt echter geen rekening met het Besluit vaststelling leeftijdsgrens openbare functies van 13 september 1945, Stb.F 173, in werking getreden op 1 december 1945 en sindsdien niet gewijzigd. Het betreft hier een “wetsbesluit”, dat ingevolge het staatsnoodrecht kracht van formele wet heeft. Artikel 1, eerste lid, van dat besluit bepaalt dat personen die aangesteld zijn of op arbeidsovereenkomst werkzaam bij de staat en andere overheidsinstellingen ontslag wordt verleend bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar en dat alleen in zeer bijzondere gevallen hiervan afgeweken kan worden. Omdat een algemene maatregel van bestuur niet kan derogeren aan het Besluit vaststelling leeftijdsgrens openbare functies, kan de Raad in zoverre niet positief over het ontwerpbesluit adviseren in afwachting van intrekking of wijziging van genoemd besluit. Om deze reden zal de Raad nu niet ingaan op de inhoudelijke aspecten betreffende het vervallen van de leeftijdsgrens.
De Raad van State heeft mitsdien bezwaar tegen het ontwerpbesluit en geeft U in overweging niet aldus te besluiten.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 15 september 2003
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een opmerking met betrekking tot het Besluit vaststelling leeftijdgrens openbare functies. In verband met deze opmerking zijn in het ontwerpbesluit die artikelen geschrapt die op het afschaffen van de leeftijdsgrens van 65 jaar betrekking hadden.
In de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2002 -2003 is ook overeengekomen om de lKAP-regeling rijkspersoneel (een ministeriële regeling) te vereenvoudigen. De centrales van overheidspersoneel hebben met een opgestelde vereenvoudigde regeling ingestemd. Onder andere zijn in deze nieuwe regeling de artikelen 21c tot en met 21i van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR), de daarmee overeenkomende artikelen in het Ambtenarenreglement Staten-Generaal (ARSG) en het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken (RDBZ) opgenomen. Deze artikelen kunnen daardoor vervallen. In de nieuwe artikelen 21c van het ARAR, 34c van het ARSG en 40 van het RDBZ is de grondslag voor de nieuwe lKAP-regeling neergelegd. In verband met deze wijziging zijn artikel 22, tiende lid, onderdeel f, van het ARAR en de hiermee overeenkomende artikelen in het ARSG en RDBZ hieraan aangepast. Voorts zijn nog enkele redactionele wijzigingen aangebracht. In het ontwerpbesluit zijn deze wijzigingen meegenomen.
Ik moge U hierbij, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Het ontwerpbesluit beoogt de afspraken uit de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2002-2003 vast te leggen in het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) en enkele andere besluiten.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een opmerking met betrekking tot de vaststelling van de leeftijdsgrens voor openbare functies. Hij is van oordeel dat in verband daarmee over het ontwerpbesluit in zoverre niet positief geadviseerd kan worden.
Besluit vaststelling leeftijdsgrens openbare functies
In het voorstel tot wijziging van het ARAR en enkele andere besluiten is bepaald dat een rijksambtenaar niet meer automatisch ontslag verleend wordt wanneer hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, maar dat hij, wanneer hij 65 wordt, zijn ontslag kan aanvragen. Een dergelijke aanvraag dient altijd gehonoreerd te worden. Het staat ambtenaren derhalve vrij om na hun 65e verjaardag door te werken. Deze afspraak is op diverse plaatsen uitgewerkt in het onderhavige ontwerpbesluit.
Dit ontwerpbesluit houdt echter geen rekening met het Besluit vaststelling leeftijdsgrens openbare functies van 13 september 1945, Stb.F 173, in werking getreden op 1 december 1945 en sindsdien niet gewijzigd. Het betreft hier een “wetsbesluit”, dat ingevolge het staatsnoodrecht kracht van formele wet heeft. Artikel 1, eerste lid, van dat besluit bepaalt dat personen die aangesteld zijn of op arbeidsovereenkomst werkzaam bij de staat en andere overheidsinstellingen ontslag wordt verleend bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar en dat alleen in zeer bijzondere gevallen hiervan afgeweken kan worden. Omdat een algemene maatregel van bestuur niet kan derogeren aan het Besluit vaststelling leeftijdsgrens openbare functies, kan de Raad in zoverre niet positief over het ontwerpbesluit adviseren in afwachting van intrekking of wijziging van genoemd besluit. Om deze reden zal de Raad nu niet ingaan op de inhoudelijke aspecten betreffende het vervallen van de leeftijdsgrens.
De Raad van State heeft mitsdien bezwaar tegen het ontwerpbesluit en geeft U in overweging niet aldus te besluiten.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 15 september 2003
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een opmerking met betrekking tot het Besluit vaststelling leeftijdgrens openbare functies. In verband met deze opmerking zijn in het ontwerpbesluit die artikelen geschrapt die op het afschaffen van de leeftijdsgrens van 65 jaar betrekking hadden.
In de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2002 -2003 is ook overeengekomen om de lKAP-regeling rijkspersoneel (een ministeriële regeling) te vereenvoudigen. De centrales van overheidspersoneel hebben met een opgestelde vereenvoudigde regeling ingestemd. Onder andere zijn in deze nieuwe regeling de artikelen 21c tot en met 21i van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR), de daarmee overeenkomende artikelen in het Ambtenarenreglement Staten-Generaal (ARSG) en het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken (RDBZ) opgenomen. Deze artikelen kunnen daardoor vervallen. In de nieuwe artikelen 21c van het ARAR, 34c van het ARSG en 40 van het RDBZ is de grondslag voor de nieuwe lKAP-regeling neergelegd. In verband met deze wijziging zijn artikel 22, tiende lid, onderdeel f, van het ARAR en de hiermee overeenkomende artikelen in het ARSG en RDBZ hieraan aangepast. Voorts zijn nog enkele redactionele wijzigingen aangebracht. In het ontwerpbesluit zijn deze wijzigingen meegenomen.
Ik moge U hierbij, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties