Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994 in verband met onder meer de vergoeding van premie aan deelnemers die als zelfstandige verplicht verzekerd zijn ingevolge de Ziekenfondswet, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W04.04.0143/I
- Datum advies
- 27 mei 2004
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 13 juli 2004, nr. 131
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994 in verband met onder meer de vergoeding van premie aan deelnemers die als zelfstandige verplicht verzekerd zijn ingevolge de Ziekenfondswet, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 7 april 2004, no.04.001402, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994 in verband met onder meer de vergoeding van premie aan deelnemers die als zelfstandige verplicht verzekerd zijn ingevolge de Ziekenfondswet, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit beoogt het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994 (hierna: Bgvp 1994) aan te passen aan wijzigingen in andere regelingen en bezuinigingen op het ziekenfondspakket. Daarnaast wordt een schadevergoedingsvordering voorgesteld bij onrechtmatige inschrijving als gezinslid en premievergoeding aan deelnemers die verplicht als zelfstandige zijn verzekerd.
Volgens de nota van toelichting wordt met het nieuwe zevende lid van artikel 7 van het Bgvp 1994 (artikel I, onderdeel C, van het ontwerpbesluit) beoogd te bepalen dat onrechtmatige inschrijving als gezinslid kan leiden tot het (moeten) vergoeden van de door de Dienst geneeskundige verzorging politie (Dgvp) geleden schade; tevens moet bij ministeriële regeling worden bepaald in welke gevallen de Dienst hoeveel schadevergoeding kan vorderen.
De Raad merkt daarover in de eerste plaats op dat wat kennelijk wordt beoogd, niet uit de voorgelegde bepaling blijkt. Die schept geen schadevergoedingsplicht en biedt geen grondslag voor het bij ministeriële regeling bepalen van de hoogte van de te vorderen schadevergoeding. De tekst van het voorgelegde artikellid bepaalt slechts dat bij ministeriële regeling regels worden gegeven over de wijze waarop schade kan worden gevorderd; dat is een ander onderwerp.
De Raad adviseert de mogelijkheid tot het vorderen van vergoeding van schade die de Dgvp heeft geleden door onrechtmatige inschrijving als gezinslid met zoveel woorden in artikel 7 van het Bgvp 1994 neer te leggen.
Datzelfde geldt voor de aanwijzing van de gevallen waarin schadevergoeding kan worden gevorderd en het bepalen van de ten hoogste te vorderen bedragen. De Raad wijst er nog op dat deze onderwerpen zich niet lenen voor regeling bij ministeriële regeling(zie noot 1); hooguit is denkbaar aanpassing bij ministeriële regeling van de maxima aan bijvoorbeeld een prijsindexcijfer.
De Raad adviseert tot aanpassing van artikel I, onderdeel C.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 14 juni 2004
De Raad van State geeft u in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met zijn advies rekening zal worden gehouden.
Met het advies van de Raad is rekening gehouden. Hoewel aanwijzing 26 van de Aanwijzingen voor de regelgeving waarnaar de Raad verwijst, blijkens de toelichting geen betrekking heeft op rechtspositionele regelingen ten aanzien van overheidspersoneel, is desalniettemin omwille van de duidelijkheid artikel I, onderdeel C, geheel overeenkomstig de opmerkingen van de Raad aangepast. Dientengevolge is de nota van toelichting eveneens aangepast.
De redactionele kanttekeningen van de Raad zijn verwerkt.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(1) Vergelijk aanwijzing 26 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
Het ontwerpbesluit beoogt het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994 (hierna: Bgvp 1994) aan te passen aan wijzigingen in andere regelingen en bezuinigingen op het ziekenfondspakket. Daarnaast wordt een schadevergoedingsvordering voorgesteld bij onrechtmatige inschrijving als gezinslid en premievergoeding aan deelnemers die verplicht als zelfstandige zijn verzekerd.
Volgens de nota van toelichting wordt met het nieuwe zevende lid van artikel 7 van het Bgvp 1994 (artikel I, onderdeel C, van het ontwerpbesluit) beoogd te bepalen dat onrechtmatige inschrijving als gezinslid kan leiden tot het (moeten) vergoeden van de door de Dienst geneeskundige verzorging politie (Dgvp) geleden schade; tevens moet bij ministeriële regeling worden bepaald in welke gevallen de Dienst hoeveel schadevergoeding kan vorderen.
De Raad merkt daarover in de eerste plaats op dat wat kennelijk wordt beoogd, niet uit de voorgelegde bepaling blijkt. Die schept geen schadevergoedingsplicht en biedt geen grondslag voor het bij ministeriële regeling bepalen van de hoogte van de te vorderen schadevergoeding. De tekst van het voorgelegde artikellid bepaalt slechts dat bij ministeriële regeling regels worden gegeven over de wijze waarop schade kan worden gevorderd; dat is een ander onderwerp.
De Raad adviseert de mogelijkheid tot het vorderen van vergoeding van schade die de Dgvp heeft geleden door onrechtmatige inschrijving als gezinslid met zoveel woorden in artikel 7 van het Bgvp 1994 neer te leggen.
Datzelfde geldt voor de aanwijzing van de gevallen waarin schadevergoeding kan worden gevorderd en het bepalen van de ten hoogste te vorderen bedragen. De Raad wijst er nog op dat deze onderwerpen zich niet lenen voor regeling bij ministeriële regeling(zie noot 1); hooguit is denkbaar aanpassing bij ministeriële regeling van de maxima aan bijvoorbeeld een prijsindexcijfer.
De Raad adviseert tot aanpassing van artikel I, onderdeel C.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 14 juni 2004
De Raad van State geeft u in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met zijn advies rekening zal worden gehouden.
Met het advies van de Raad is rekening gehouden. Hoewel aanwijzing 26 van de Aanwijzingen voor de regelgeving waarnaar de Raad verwijst, blijkens de toelichting geen betrekking heeft op rechtspositionele regelingen ten aanzien van overheidspersoneel, is desalniettemin omwille van de duidelijkheid artikel I, onderdeel C, geheel overeenkomstig de opmerkingen van de Raad aangepast. Dientengevolge is de nota van toelichting eveneens aangepast.
De redactionele kanttekeningen van de Raad zijn verwerkt.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(1) Vergelijk aanwijzing 26 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.