Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000 in verband met kennismigratie, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W03.04.0398/I
- Datum advies
- 30 augustus 2004
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 12 oktober 2004, nr 196
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000 in verband met kennismigratie, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 2 augustus 2004, no.04.003037, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000 in verband met kennismigratie, met nota van toelichting.
Het voorstel is een onderdeel van de maatregelen om de kenniseconomie te stimuleren. Het hangt direct samen met, en verwijst naar het voorstel tot wijziging van het Besluit tot uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen, waarover de Raad van State eveneens heden advies uitbrengt (advies no.W12.04.0359/IV). De kennismigranten wier werkgevers ingevolge het nieuwe artikel 1d van het Besluit tot uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen niet langer behoeven te beschikken over een tewerkstellingsvergunning, kunnen voor de duur van maximaal vijf achtereenvolgende jaren in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met het verblijf als kennismigrant.
De Raad kan zich vinden in de tekst van het besluit, maar meent dat de toelichting aanpassing verdient.
In zijn advies van heden over het belendende voorstel tot wijziging van het Besluit tot uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen gaat de Raad in op het voornemen het inkomen te hanteren als het enige criterium voor de afbakening van de categorie kennismigranten, als species van het genus arbeidsmigrant. Het college zet daarbij uiteen waarom hij meent dat het besluit dienaangaande voor heroverweging in aanmerking komt.
De toelichting bij het onderhavige besluit bevat een overeenkomstige motivering voor de keuze van het inkomenscriterium, en de afwijzing van opleiding als bepalend criterium. De Raad is van oordeel dat deze keuze heroverweging verdient. De motivering van dat oordeel heeft de Raad opgenomen in zijn advies van heden, no. W12.04.0359/IV (zie bijlage).
Het college adviseert de nota van toelichting in het licht van het voorgaande aan te passen, dit in afstemming op de door de Raad geadviseerde aanpassing van het Besluit tot uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (op het advies van) van 23 september 2004
Het advies van de Raad om de toelichting aan te passen is niet gevolgd. Naar aanleiding van het advies van de Raad van 30 augustus 2004, kenmerk W12.04.0359/IV, over het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit tot uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen, is de toelichting op dat ontwerpbesluit weliswaar aangevuld, maar daarbij is de keuze voor het inkomen en niet voor de opleiding als het meest bepalende criterium voor het begrip “kennismigrant”, ook na heroverweging, niet verlaten. In het licht daarvan bestaat geen aanleiding de toelichting op het onderhavige ontwerpbesluit overeenkomstig het advies van de Raad aan te passen.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit en de nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie
Het voorstel is een onderdeel van de maatregelen om de kenniseconomie te stimuleren. Het hangt direct samen met, en verwijst naar het voorstel tot wijziging van het Besluit tot uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen, waarover de Raad van State eveneens heden advies uitbrengt (advies no.W12.04.0359/IV). De kennismigranten wier werkgevers ingevolge het nieuwe artikel 1d van het Besluit tot uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen niet langer behoeven te beschikken over een tewerkstellingsvergunning, kunnen voor de duur van maximaal vijf achtereenvolgende jaren in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met het verblijf als kennismigrant.
De Raad kan zich vinden in de tekst van het besluit, maar meent dat de toelichting aanpassing verdient.
In zijn advies van heden over het belendende voorstel tot wijziging van het Besluit tot uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen gaat de Raad in op het voornemen het inkomen te hanteren als het enige criterium voor de afbakening van de categorie kennismigranten, als species van het genus arbeidsmigrant. Het college zet daarbij uiteen waarom hij meent dat het besluit dienaangaande voor heroverweging in aanmerking komt.
De toelichting bij het onderhavige besluit bevat een overeenkomstige motivering voor de keuze van het inkomenscriterium, en de afwijzing van opleiding als bepalend criterium. De Raad is van oordeel dat deze keuze heroverweging verdient. De motivering van dat oordeel heeft de Raad opgenomen in zijn advies van heden, no. W12.04.0359/IV (zie bijlage).
Het college adviseert de nota van toelichting in het licht van het voorgaande aan te passen, dit in afstemming op de door de Raad geadviseerde aanpassing van het Besluit tot uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (op het advies van) van 23 september 2004
Het advies van de Raad om de toelichting aan te passen is niet gevolgd. Naar aanleiding van het advies van de Raad van 30 augustus 2004, kenmerk W12.04.0359/IV, over het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit tot uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen, is de toelichting op dat ontwerpbesluit weliswaar aangevuld, maar daarbij is de keuze voor het inkomen en niet voor de opleiding als het meest bepalende criterium voor het begrip “kennismigrant”, ook na heroverweging, niet verlaten. In het licht daarvan bestaat geen aanleiding de toelichting op het onderhavige ontwerpbesluit overeenkomstig het advies van de Raad aan te passen.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit en de nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie