Goedkeuring en uitvoering van het op 3 september 2003 te Den Haag totstandgekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de accreditatie van opleidingen binnen het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs.
- Kenmerk
- W05.03.0402/III
- Datum advies
- 20 november 2003
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2003–2004, 29 419, nr 4 (alleen nader rapport)
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Verdrag
Toon inhoud
Voorstel van wet houdende goedkeuring en uitvoering van het op 3 september 2003 te Den Haag totstandgekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de accreditatie van opleidingen binnen het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs.
Dit betekent dat de tekst van het advies "zonder meer instemmend luidt, dan wel uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat". Openbaarmaking van een advies conform blijft achterwege (artikel 25a, vierde lid, van de Wet op de Raad van State). De tekst van het advies wordt dus nergens gepubliceerd, niet in het Bijvoegsel van de Staatscourant en niet in de Kamerstukken.
Nader rapport (reactie op het advies) van 28 januari 2004
De Raad van State kan zich met het voorstel van wet verenigen.
Van de gelegenheid is gebruikgemaakt het wetsvoorstel op een enkel punt te verduidelijken danwel te verbeteren. In artikel II, onderdeel G, van het wetsvoorstel (artikel 5a.3, vierde lid, van de WHW) is bijvoorbeeld verduidelijkt dat het horen van de instellingen en vakorganisaties door de minister gebeurt en niet door het Comité van Ministers. Verder is de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel op enkele punten verbeterd. Waar wordt gesproken over «Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen» is de tekst geactualiseerd door dit te wijzigen in «Onderwijs, Cultuur en Wetenschap».
Ik moge U, mede namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap