Wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag.
- Kenmerk
- W12.26.00343/III
- Datum aanhangig
- 14 oktober 2026
- Datum vastgesteld
- 21 oktober 2026
- Datum advies
- 21 oktober 2026
- Datum publicatie
- 26 oktober 2026
- Vindplaats
- Website Raad van State
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 14 oktober 2026, no. 2026002198, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Werk en Participatie, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag in verband met een verhoging van de toeslagpercentages, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit verhoogt de vergoedingspercentages voor kinderopvangkosten voor ouders met een verzamelinkomen vanaf € 58.370. Het ontwerpbesluit regelt daarmee de derde stap richting een vereenvoudigd financieringsstelsel van de kinderopvang dat naar verwachting in 2029 zal worden ingevoerd.
De Afdeling advisering van de Raad van State merkt op dat deze volgende verhoging van de vergoedingspercentages een nadelig effect kan hebben op de toegankelijkheid van de kinderopvang voor ouders met een lager inkomen. Hoewel de Afdeling erkent dat de ontwikkelingen op de kinderopvangmarkt worden gemonitord, gaat de toelichting bij dit ontwerpbesluit niet in op de uitkomsten hiervan. Ook biedt de toelichting geen inzicht in hoe de toegankelijkheid van kinderopvang voor ouders met een lager inkomen zo nodig kan worden gewaarborgd. De Afdeling adviseert de toelichting hierop aan te vullen en, zo nodig, het ontwerpbesluit aan te passen.
In verband hiermee is aanpassing wenselijk van de toelichting, en zo nodig het ontwerpbesluit.
1. Inhoud en achtergrond van het ontwerpbesluit
Het ontwerpbesluit wijzigt het Besluit kinderopvangtoeslag. Geregeld wordt dat alle werkende ouders met een verzamelinkomen tot en met € 71.903 recht krijgen op een vergoedingspercentage van 96% voor de opvangkosten van hun eerste kind. (zie noot 1) Verder verhoogt het ontwerpbesluit de vergoedingspercentages voor alle werkende ouders met een verzamelinkomen vanaf € 71.904, waarbij de stijging van de vergoedingspercentages hoger is voor de middeninkomens dan voor de hogere inkomens. (zie noot 2)
Voor de hoogste inkomens verhoogt het ontwerpbesluit ook de zogenoemde vaste voet (dit is het vergoedingspercentage waarop ouders ten minste recht hebben ongeacht hun inkomen) met 2,6%. Om het verschil tussen de vergoedingspercentages voor het eerste en het volgende kind niet te groot te laten worden, verhoogt het ontwerpbesluit eveneens de vergoedingspercentages in de tweede kindtabel met 1,5%.
Het ontwerpbesluit regelt daarmee de derde stap richting een vereenvoudigd stelsel van financiering van de kinderopvang. De bedoeling is om dit stelsel in 2029 in te voeren. In dit nieuwe financieringsstelsel zal rechtstreeks aan kinderopvangorganisaties een hoge inkomensonafhankelijke vergoeding van 96% van de (maximum)uurprijs worden betaald. Om de kinderopvangmarkt in staat te stellen de hierdoor verwachte toename in de vraag naar kinderopvang op te vangen, zijn eerder al de vergoedingspercentages stapsgewijs verhoogd. Dit ontwerpbesluit regelt de volgende stap van dit ingroeipad.
De Afdeling zal hierna uitsluitend ingaan op deze volgende stap van het ingroeipad, waarmee aanpassingen worden gedaan in de huidige financieringssystematiek. Het beoogde nieuwe financieringsstelsel voor kinderopvang zal in een separaat advies over het wetsvoorstel Directe financiering kinderopvang aan de orde worden gesteld. (zie noot 3)
2. Beoordeling
De Afdeling heeft in haar advies over de eerste stap richting het nieuwe stelsel van financiering van de kinderopvang opgemerkt dat de stapsgewijze verhoging van de vergoedingspercentages een nadelig effect kan hebben op de toegankelijkheid van de kinderopvang voor ouders met een lager inkomen. (zie noot 4) De Afdeling ziet aanleiding deze opmerking hier opnieuw te maken.
De kinderopvangkosten worden, via de kinderopvangtoeslag, vergoed tot een wettelijk vastgesteld maximaal uurtarief. Uit onderzoek is recent naar voren gekomen dat dit maximale uurtarief de kosten van kinderopvangorganisaties in de reguliere opvang in het algemeen niet dekt. (zie noot 5) Bij de gastouderopvang is het maximum uurtarief nog minder kostendekkend. Dit leidt ertoe dat vooral kinderopvangorganisaties in de reguliere opvang gebruikmaken van de mogelijkheid om een hogere uurprijs te vragen van ouders, terwijl gastouders er eerder voor kiezen om niet langer hun diensten aan te bieden. (zie noot 6)
De Afdeling vraagt daarom opnieuw aandacht voor de mogelijkheid dat ouders uit de lagere inkomensgroepen door de hogere uurprijs die de kinderopvangorganisaties vragen, zullen afzien van het gebruik van kinderopvang. Een effect dat bovendien versterkt kan worden door dit ontwerpbesluit. Voorgesteld wordt immers de vergoedingspercentages te verhogen voor ouders met hogere inkomens, waardoor de vraag naar kinderopvang vanuit deze doelgroep kan toenemen. (zie noot 7) In combinatie met de personeelstekorten op de arbeidsmarkt bestaat dan het risico dat de toegankelijkheid van kinderopvang voor ouders met een lager inkomen onder druk komt te staan.
De Afdeling onderkent weliswaar dat de ontwikkelingen op de kinderopvangmarkt worden gemonitord, (zie noot 8) maar zij merkt op dat de toelichting bij dit ontwerpbesluit niet ingaat op de uitkomsten hiervan. Ook biedt de toelichting geen inzicht in hoe de toegankelijkheid van kinderopvang voor ouders met een lager inkomen zo nodig kan worden gewaarborgd.
Gelet op het voorgaande, adviseert de Afdeling de toelichting op deze punten aan te vullen en, zo nodig, het ontwerpbesluit aan te passen.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een opmerking bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
De vice-president van de Raad van State
Voetnoten
(1) Op dit moment hebben alle werkende ouders met een verzamelinkomen tot € 58.370 (loonpeil 2027) recht op een maximaal vergoedingspercentage van 96% voor de opvangkosten van hun eerste kind.
(2) Voor ouders met een verzamelinkomen tussen de € 71.903 tot en met € 175.430 stijgt het vergoedingspercentage met 5,1% ten opzichte van het jaar 2026 en voor ouders met een verzamelinkomen daarboven bedraagt de stijging 2,6%; Nota van toelichting, paragraaf 2.
(3) De adviesaanvraag over het wetsvoorstel financiering kinderopvang is sinds 9 september 2026 bij de Afdeling aanhangig (kenmerk W12.26.00301/III).
(4) De Afdeling adviseerde over de eerste stap richting het nieuwe financieringsstelsel in het advies van 4 september 2024, kenmerk W12.24.00175 en over de tweede stap in het advies van 23 juli 2025, kenmerk W12.25.00184.
(5) SEO, ‘Dé kostprijs bestaat niet. Onderzoek naar kostenprijzen in de kinderopvang’, 2025
(6) Kamerstukken II, 2024-25, 31 322, nr. 554.
(7) CPB en SCP, ‘Herziening financieringsstelsel kinderopvang, Maatschappelijke effecten van het voorgenomen kabinetsplan’, 21 juni 2023.
(8) Zie het nader rapport van 20 september 2024, Staatscourant 9 oktober 2024, nr. 32578, dat is uitgebracht in reactie op het advies van de Afdeling over de eerste stap richting het nieuwe financieringsstelsel.