Vaststelling van de begrotingsstaten van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2027.
- Kenmerk
- W04.26.00283/I
- Datum aanhangig
- 1 september 2026
- Datum vastgesteld
- 7 september 2026
- Datum advies
- 7 september 2026
- Datum publicatie
- 15 september 2026
- Vindplaats
- Website Raad van State
- Financiën
- Wet
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 1 september 2026, no.2026001719, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2027, met memorie van toelichting.
Het wetsvoorstel bevat de vaststelling van het begrotingshoofdstuk XXII van de Rijksbegroting voor het jaar 2027. Dit betreft de programmabegroting voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt een opmerking over de vaststelling van de begrotingsstaten voor agentschappen bij deze programmabegroting. In het kader van die opmerking is aanpassing van het wetsvoorstel wenselijk
Artikel 2 betreft de vaststelling van de begrotingsstaat inzake de agentschappen Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en Dienst van de Huurcommissie (DHC). De begroting van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is een programmabegroting (artikel 2.12 van de Comptabiliteitswet 2016). Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is immers opgeheven en ondergebracht bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. (zie noot 1)
De Afdeling merkt op dat de vaststelling van de begrotingsstaten van agentschappen niet kan geschieden bij een programmabegroting, aangezien bij een programmabegroting alleen het beheer van ontvangsten en uitgaven kan worden ondergebracht, (zie noot 2) terwijl het bij een agentschap gaat om het beheer van een dienstonderdeel van een ministerie. (zie noot 3)
De begrotingsstaat van een agentschap dient te worden ondergebracht bij de begrotingsstaat van een departementale begroting, (zie noot 4) in dit geval het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. (zie noot 5) Dat de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in de portefeuilleverdeling van het kabinet de verantwoordelijkheid is toebedeeld voor het RVB en de DHC doet daar niet aan af. (zie noot 6) Het samenstel van artikel 44 Grondwet en de Comptabiliteitswet 2016 heeft tot oogmerk een éénduidige en ordelijke regeling van het (begrotings-)proces en de (ministeriële) verantwoordelijkheid.
De Afdeling adviseert het wetsvoorstel aan te passen in overeenstemming met de daarvoor ingevolge de Comptabiliteitswet 2016 geldende regels.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een opmerking bij het voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.
De vice-president van de Raad van State
Voetnoten
(1) Stcrt. 8177.
(2) Artikel 2.12 van de Comptabiliteitswet 2016.
(3) Artikel 2.20, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016.
(4) Artikel 2.6, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016.
(5) Mede-ondertekening van de begroting van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties maakt dit niet anders.
(6) Zie, voor een vergelijkbare kwestie, het advies van de Raad van State van 10 september 2007, kenmerk W08.07.0293/IV, over het Voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van de programmabegroting Wonen, Wijken en Integratie (XI-B) voor het jaar 2008.