Vaststelling van de begrotingsstaten van Asiel en Migratie (XX) voor het jaar 2027.
- Kenmerk
- W03.26.00282/II
- Datum aanhangig
- 1 september 2026
- Datum vastgesteld
- 7 september 2026
- Datum advies
- 7 september 2026
- Datum publicatie
- 15 september 2026
- Vindplaats
- Website Raad van State
- Financiën
- Wet
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 1 september 2026, no.2026001718, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van Asiel en Migratie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van Asiel en Migratie (XX) voor het jaar 2027, met memorie van toelichting.
Het wetsvoorstel bevat de vaststelling van het begrotingshoofdstuk XX van de Rijksbegroting voor het jaar 2027. Dit betreft de programmabegroting voor Asiel en Migratie.
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt een opmerking over de vaststelling van de begrotingsstaat voor een agentschap bij deze programmabegroting. In het kader van die opmerking is aanpassing van het wetsvoorstel wenselijk.
Artikel 2 betreft de vaststelling van de begrotingsstaat inzake de agentschap Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De begroting van Asiel en Migratie is een programmabegroting. (zie noot 1) Het ministerie van Asiel en Migratie is immers opgeheven en ondergebracht bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. (zie noot 2)
De Afdeling merkt op dat de vaststelling van de begrotingsstaten van een agentschap niet kan geschieden bij een programmabegroting, aangezien bij een programmabegroting alleen het beheer van ontvangsten en uitgaven kan worden ondergebracht, (zie noot 3) terwijl het bij een agentschap gaat om het beheer van een dienstonderdeel van een ministerie. (zie noot 4)
De begrotingsstaat van een agentschap dient te worden ondergebracht bij de begrotingsstaat van een departementale begroting, (zie noot 5) in dit geval het ministerie van Justitie en Veiligheid. Dat de minister van Asiel en Migratie in de portefeuilleverdeling van het kabinet de verantwoordelijkheid is toebedeeld voor de IND doet daar niet aan af. (zie noot 6) Het samenstel van artikel 44 Grondwet en de Comptabiliteitswet 2016 heeft tot oogmerk een éénduidige en ordelijke regeling van het (begrotings-)proces en de (ministeriële) verantwoordelijkheid.
De Afdeling adviseert het wetsvoorstel aan te passen in overeenstemming met de daarvoor ingevolge de Comptabiliteitswet 2016 geldende regels.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een opmerking bij het voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.
De vice-president van de Raad van State
Voetnoten
(1) Artikel 2.12 van de Comptabiliteitswet 2016.
(2) Stcrt. 8177.
(3) Artikel 2.12 van de Comptabiliteitswet 2016.
(4) Artikel 2.20, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016. De memorie van toelichting erkent dat de opname van de begrotingsstaat in dit begrotingshoofdstuk afwijkt van hetgeen is bepaald in de Comptabiliteitswet 2016. Zie toelichting, onder B, paragraaf 1.
(5) Artikel 2.6, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016.
(6) Zie, voor een vergelijkbare kwestie, het advies van de Raad van State van 10 september 2007, kenmerk W08.07.0293/IV, over het Voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van de programmabegroting Wonen, Wijken en Integratie (XI-B) voor het jaar 2008.