Verzamelwet SZW 2027.
- Kenmerk
- W12.26.00213/III
- Datum aanhangig
- 10 juli 2026
- Datum vastgesteld
- 16 september 2026
- Datum advies
- 16 september 2026
- Datum publicatie
- 21 september 2026
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2026/2027, 37042, nr. 4
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Wet
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 10 juli 2026, no.2026001552, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de Minister van Werk en Participatie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in verband met verscheidene technische en kleine beleidsmatige wijzigingen (Verzamelwet SZW 2027), met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 9 oktober 2026
Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Bij gelegenheid van dit nader rapport zijn enkele redactionele en technische wijzigingen doorgevoerd en wordt een omissie hersteld.
In artikel VI, onderdeel F, van het wetsvoorstel was een technische wijziging van het tweede achtste lid van artikel 18 van de Participatiewet opgenomen. Deze wijzigingsopdracht is aangepast om naast de technische wijziging ook een omissie te herstellen. Het tweede achtste lid wordt hiertoe opnieuw vastgesteld. Op grond van het betreffende artikellid worden kostenbesparende bijdragen niet in aanmerking genomen in het kader van de bijstand, indien het totaal aan deze kostenbesparende bijdragen en giften niet meer bedraagt dan € 1.200. Voor giften is in de Participatiewet de mogelijkheid opgenomen om ook als dit maximumbedrag is bereikt nog giften vrij te laten. Per abuis was deze mogelijkheid niet expliciet opgenomen voor kostenbesparende bijdragen, terwijl deze mogelijkheid wel was beoogd. Deze mogelijkheid is daarom nu toegevoegd aan het onderhavige wetsvoorstel.
De hierboven beschreven mogelijkheid tot het vrijlaten van kostenbesparende bijdragen is ook verwerkt in de wijziging van artikel 47c van de Participatiewet, die is opgenomen in artikel VI, onderdeel Q, van het wetsvoorstel. Artikel 47c is van toepassing op de Sociale Verzekeringsbank, die verantwoordelijk is voor het verstrekken van algemene bijstand in de vorm van een aanvullende inkomensvoorziening ouderen. Omdat kostenbesparende bijdragen ook bij deze vorm van bijstandsverstrekking niet in aanmerking worden genomen en hiervoor dezelfde voorwaarden gelden, is in artikel VI, onderdeel Q, dezelfde aanpassing als hierboven beschreven doorgevoerd.
Daarnaast is een nieuw artikel X toegevoegd aan het wetsvoorstel. Dit artikel bevat een technische wijziging van het bij koninklijke boodschap van 4 juli 2025 ingediende voorstel van wet houdende regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid), (kamerstukken 36785). In artikel XVIIIA, onderdeel B, van dat wetsvoorstel zit een samenloopbepaling op grond waarvan onder andere het tweede achtste lid van artikel 18 wordt vernummerd, zodat de nummering van leden weer opeenvolgend is. Het nieuwe artikel X dat aan het onderhavige wetsvoorstel is toegevoegd, past de verwijzing naar het tweede achtste lid in de samenloopbepaling aan. Dit om te verduidelijken dat de samenloopbepaling niet alleen op het huidige tweede achtste lid ziet, maar ook op het tweede achtste lid zoals dit zal luiden indien dit wetsvoorstel tot wet wordt verheven.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om artikel XVI, dat de Wet kinderopvang BES wijzigt, en de bijbehorende toelichting te verduidelijken. Deze wijziging betreft een artikel over het aanwijzen van deskundige(n) aan wie vermoedens van strafbare feiten in de kinderopvang gemeld moeten worden, zoals mishandeling of misbruik. De toelichting bij deze wijziging is aangevuld. Het voornemen is om vooralsnog één deskundige aan te wijzen, in Caribisch Nederland, en niet ook een deskundige in Europees Nederland. Het kost namelijk meer tijd om de samenwerking tussen deskundigen in Caribisch Nederland en Europees Nederland vorm te geven. De regering vindt het van groot belang dat de overleg-, aangifte- en meldplicht bij strafbare feiten spoedig in werking kunnen treden en daarvoor is aanwijzing van een deskundige vereist.
Het voornemen is dat uiterlijk per 1 juli 2027 de genoemde verplichtingen in werking treden en deskundigen van het Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM) in Caribisch Nederland zijn aangewezen.
In artikel XVI van het wetsvoorstel is in het voorgestelde artikel 2.10a, negende en elfde lid, verduidelijkt dat deze leden van toepassing zijn op de situatie dat er deskundigen zijn aangewezen in zowel Caribisch Nederland als Europees Nederland. Alleen dan is er gegevensuitwisseling nodig tussen die deskundigen.
Verder is in Artikel XX een wijziging toegevoegd van artikel I, onderdeel M, van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten, waarmee artikel 15 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) wordt gewijzigd. Daarmee wordt artikel 12ba van de Waadi, waarin de zorgplicht BRP is opgenomen, uitgezonderd van de onderzoeksmogelijkheid op grond van artikel 15 van de Waadi. In artikel 15 van de Waadi is de mogelijkheid opgenomen dat de Nederlandse Arbeidsinspectie een verslag verstrekt aan bijvoorbeeld de werknemer, werkgever of vakbond als zij een onderzoek hebben gedaan naar de naleving van (een onderdeel uit) de hoofdstukken 2 of 3 van de Waadi met uitzondering van de artikelen die expliciet zijn uitgezonderd in artikel 15 van de Waadi. De onderzoeksmogelijkheid ziet bijvoorbeeld op onderzoek naar gelijke beloning. Door het toevoegen van de zorgplicht BRP aan hoofdstuk 3 is onbedoeld geregeld dat de Arbeidsinspectie een verzoek kan krijgen om onderzoek te doen naar de naleving van de zorgplicht BRP. Door artikel 12ba uit te zonderen in artikel 15 Waadi wordt de zorgplicht BRP uitgezonderd van de onderzoeksmogelijkheid van de Arbeidsinspectie en daarmee wordt deze omissie gecorrigeerd. Deze wijziging is afgestemd met de Arbeidsinspectie.
Artikel XXIII is tevens nieuw en bevat twee samenloopbepalingen.
Onderdeel A van artikel XXIII is nodig, vanwege de wijzigingen van de artikelen 18 en 47c van de Participatiewet die gelegenheid van het nader rapport aan het wetsvoorstel zijn toegevoegd. De samenloopbepaling regelt samenloop met het hierboven genoemde wetsvoorstel voor de Wet handhaving sociale zekerheid en zorgt ervoor dat ongeacht welk wetsvoorstel als eerste in werking treedt, de nummering van de artikelen 18 en 47c van de Participatiewet logisch op elkaar aansluit.
Onderdeel B is toegevoegd in verband met het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten. Indien die wet eerder inwerking treedt dan de Verzamelwet SZW 2027, dient niet de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten, maar de – met die wet gewijzigde – Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs – te worden gewijzigd.
Ik verzoek U het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid