Besluit aanwijzing Halt-feiten 202PM.
- Kenmerk
- W16.26.00181/II
- Datum aanhangig
- 1 juli 2026
- Datum vastgesteld
- 9 september 2026
- Datum advies
- 9 september 2026
- Datum publicatie
- 14 september 2026
- Vindplaats
- Website Raad van State
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 1 juli 2026, no.2026001406, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende aanwijzing van de strafbare feiten en gevallen als bedoeld in artikel 6.1.15, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Besluit aanwijzing Halt-feiten 202PM), met nota van toelichting.
Samenvatting
Het ontwerpbesluit gaat over welke strafbare feiten en in welke gevallen de officier van justitie een zaak kan afdoen met een verwijzing naar Halt (een zogenoemde Halt-afdoening).
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert de verplichting tot verstrekking van informatie aan de verdachte over de Halt-afdoening beter vast te leggen in het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Daarbij adviseert zij te bezien of dit gevolgen heeft voor dit ontwerpbesluit. Ook adviseert de Afdeling om te motiveren waarom de beoordeling van deelname aan de Halt-afdoening in het nieuwe Wetboek van Strafvordering is voorbehouden aan de officier van justitie. Verder adviseert de Afdeling om nader toe te lichten hoe slachtoffers adequaat en tijdig worden voorzien van informatie over het aanbod en het verloop van de Halt-afdoening.
Advies
1. Inleiding
In het ontwerpbesluit zijn de strafbare feiten en gevallen aangewezen die met een Halt-afdoening kunnen worden afgedaan. Deze zogenaamde buitenstrafrechtelijke afdoening is een voorstel tot deelneming aan een pedagogisch programma zoals bedoeld in artikel 6.1.15, eerste lid, van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (nieuw Sv).
Het ontwerpbesluit is de opvolger van het huidige Besluit aanwijzing Halt-feiten 2024, dat op 1 juli 2024 in werking is getreden. Vanwege het wetgevingsprogramma nieuw Wetboek van Strafvordering wordt het huidige besluit omgezet in dit nieuwe besluit. De grondslag voor dit nieuwe besluit is artikel 6.1.15, derde lid, nieuw Sv.
2. Gewijzigde regeling
Artikel 6.1.15 nieuw Sv is de opvolger van artikel 77e van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Volgens de Nota van Toelichting bij het ontwerpbesluit is er ten opzichte van deze huidige bepaling maar één inhoudelijke wijziging aangebracht in artikel 6.1.15 nieuw Sv. (zie noot 1) Als de tekst van de nieuwe bepaling naast de bestaande bepaling wordt gelegd, is er echter meer gewijzigd. (zie noot 2) Daarom besteedt de Afdeling bij de onderhavige advisering over dit ontwerpbesluit aandacht aan de verhouding tussen artikel 77e Wetboek van Strafrecht en het nieuwe artikel 6.1.15 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering en de mogelijke gevolgen daarvan voor het voorliggende Besluit.
Zo schrijft artikel 77e Sr voor dat de opsporingsambtenaar bij het doen van een voorstel tot een Halt-afdoening de verdachte moet mededelen dat hij niet verplicht is aan het project deel te nemen en hem moet inlichten over de mogelijke gevolgen van niet-deelneming. Het voorstel, de mededeling en de inlichting moet de verdachte daarbij tevens op schrift krijgen. (zie noot 3) Dit is niet overgenomen in artikel 6.1.15 nieuw Sv. Artikel 77e Sr bepaalt daarnaast dat de opsporingsambtenaar degene is die beoordeelt of de verdachte naar behoren heeft deelgenomen aan het project. Indien dit een positief oordeel is, moet hij de officier van justitie en de verdachte hiervan schriftelijk in kennis stellen. (zie noot 4) In artikel 6.1.15 nieuw Sv is het de officier van justitie die deze beoordeling moet doen, en ontbreekt de verplichting tot schriftelijke inkennisstelling.
De genoemde verplichtingen tot informatievoorziening zijn voor de jeugdige verdachte van fundamenteel belang om een weloverwegen besluit te nemen over het aanbod tot een Halt-afdoening. Het VN Kinderrechtencomité benadrukt in General Comment no. 24 dat de vrije en vrijwillige toestemming van de jeugdige voor een buitenstrafrechtelijke afdoening gebaseerd moet zijn op adequate en specifieke informatie over de aard, de inhoud en de duur van de afdoening, en op inzicht bij de jeugdige in de gevolgen van het niet meewerken aan of het niet voltooien van de afdoening. (zie noot 5)
Gelet op het fundamentele belang voor de jeugdige verdachte van adequate en specifieke informatievoorziening over de Halt-afdoening adviseert de Afdeling om de verplichting tot verstrekking van deze informatie in het nieuwe Wetboek van Strafvordering vast te leggen. Dit kan worden meegenomen in de aankomende aanvullende wetgeving van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Daarnaast adviseert de Afdeling om te bezien of deze verplichting informatie te verstrekken consequenties heeft voor het Besluit aanwijzing Halt-feiten.
Ten slotte adviseert de Afdeling om in de Nota van Toelichting bij het ontwerpbesluit te motiveren waarom de beoordeling van deelname aan de Halt-afdoening in het nieuwe Wetboek van Strafvordering is voorbehouden aan de officier van justitie.
3. Informatievoorziening slachtoffers
In de Nota van Toelichting is aangegeven dat de belangen van het slachtoffer worden meegewogen bij de afweging om de jeugdige verdachte een Halt-afdoening aan te bieden. Over de informatievoorziening aan slachtoffers wordt niets opgemerkt. Gelet op de inhoud van de Halt-afdoening is het voor het slachtoffer van belang om geïnformeerd te worden over het besluit om de jeugdige verdachte een Halt-afdoening aan te bieden. Het aanbieden van excuses aan het slachtoffer en het betalen of herstellen van schade kunnen namelijk een onderdeel zijn van de Halt-afdoening. (zie noot 6)
Ook is het voor het slachtoffer relevant om geïnformeerd te worden over het besluit om de jeugdige verdachte niet te dagvaarden nadat deze naar behoren heeft deelgenomen aan de Halt-afdoening. Het slachtoffer heeft dan namelijk het recht zich bij het gerechtshof hierover te beklagen. (zie noot 7) Het is de vraag of artikel 1.5.4 nieuw Sv volledig voorziet in beide vormen van informatievoorziening aan de slachtoffers. Dit artikel kan zo nodig worden aangevuld in de aankomende aanvullende wetgeving voor het Wetboek van Strafvordering.
De Afdeling adviseert om nader toe te lichten hoe slachtoffers adequaat en tijdig worden voorzien van informatie over het aanbod en het verloop van de Halt-afdoening.
Conclusie
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
De vice-president van de Raad van State
Voetnoten
(1) Nota van Toelichting, paragraaf 1. Inleiding.
(2) Zie ook de consultatiereactie van de Raad voor de rechtspraak, 28 januari 2026, p. 13.
(3) Artikel 77e lid 2 Sr.
(4) Artikel 77e lid 5 Sr.
(5) Artikel B, nummer 18, onderdeel b, van General Comment No. 24 (2019) on children’s rights in the child justice system (CRC/C/GC/24), 18 september 2019.
(6) www.halt.nl, Hoe gaat het Halt-traject?
(7) Artikel 3.5.1 nieuw Sv. Dit is de opvolger van artikel 12 van het huidige Wetboek van Strafvordering.