Goedkeuring van het Aanvullend Protocol en wijziging van Protocol I bij de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het IAEA.
- Kenmerk
- W02.26.00134/II/K
- Datum aanhangig
- 20 mei 2026
- Datum vastgesteld
- 8 juli 2026
- Datum advies
- 8 juli 2026
- Datum publicatie
- 13 juli 2026
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2025/26, 37006, nr. 4
- Buitenlandse zaken
- Verdrag
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 20 mei 2026, no.2026001115, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voorstel van Rijkswet tot Goedkeuring van het op 4 december 2025 te Wenen tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Internationaal Atoomenergieagentschap inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns - Amerika (Trb. 2026, 21) en de op 4 december 2025 te Wenen tot stand gekomen Briefwisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) inzake de wijziging van Protocol I bij de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het IAEA inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika (Trb. 2026, 20), met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk heeft geen opmerkingen over het voorstel van rijkswet en adviseert de regering het voorstel van rijkswet in te dienen bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Staten van Aruba, die van Curaçao en die van Sint Maarten.
De vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk
Nader rapport (reactie op het advies) van 24 augustus 2026
De verdragen geven de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruikgemaakt om in de memorie van toelichting enkele redactionele verbeteringen door te voeren.
Ik verzoek U het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van rijkswet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Staten van Aruba, die van Curaçao en die van Sint Maarten toe te zenden.
De Minister van Buitenlandse Zaken