Besluit houdende een bijzondere verhoging van het minimumjeugdloon.
- Kenmerk
- W12.26.00099/III
- Datum aanhangig
- 21 april 2026
- Datum vastgesteld
- 8 juli 2026
- Datum advies
- 8 juli 2026
- Datum publicatie
- 13 juli 2026
- Vindplaats
- Staatscourant 2026, 34153
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 21 april 2026, no.2026000852, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende een bijzondere verhoging van het minimumjeugdloon en enkele andere wijzigingen, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit voorziet in een verhoging van het minimumjeugdloon voor jongeren van 16 tot en met 20 jaar. Hiermee beoogt het kabinet de toereikendheid van het minimumjeugdloon te vergroten.
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt twee uiteenlopende opmerkingen, één van economische en één van juridische aard, die erop gericht zijn de motivering van het ontwerpbesluit te verbeteren.
De Afdeling merkt op dat het minimumjeugdloon volgens de toelichting alleen ontoereikend is voor een kleine, specifieke groep 18- en 19-jarigen die voltijds werken voor het minimumloon en een zelfstandige huishouding voeren. Dit roept de vraag op in hoeverre alternatieven in aanmerking zijn genomen die erop zijn toegespitst om de inkomenspositie van die specifieke groep te verbeteren. De Afdeling adviseert hierop in de toelichting in te gaan.
Daarnaast vraagt de Afdeling naar de verhouding van het voorstel tot het recht op een billijke beloning, zoals opgenomen in het Europees Sociaal Handvest (ESH).
De Afdeling adviseert expliciet in te gaan op die verhouding en daarbij aandacht te schenken aan de verschillende posities van jongeren tot 18 jaar die deels nog leerplichtig zijn en die van jongeren van 18 tot en met 20 jaar voor wie, ondanks hun meerderjarigheid nog een onderhoudsplicht op hun ouders rust.
In verband met het voorgaande is aanpassing van de toelichting wenselijk.
1. Inhoud en doel van het besluit
Het minimumjeugdloon is in het Besluit minimumjeugdloon voor jongeren vanaf 15 jaar, per leeftijdscategorie, vastgesteld als een percentage van het minimumloon (staffel). (zie noot 1)
Het ontwerpbesluit voorziet in een verhoging van het minimumjeugdloon in Europees Nederland door verhoging van deze percentages in de staffel voor de leeftijdsklassen 16 tot en met 20 jaar. Volgens de toelichting is het doel van deze verhoging om de toereikendheid van het loon van jongeren te vergroten. (zie noot 2) Hiermee wordt de balans bijgesteld tussen de toereikendheid van het minimumjeugdloon en het belang dat jongeren een (vervolg)opleiding blijven volgen en tegelijkertijd de kans hebben om een baan te vinden bij een werkgever, ook als zij nog relatief veel vaardigheden hebben te leren. (zie noot 3)
2. Achtergrond
a. Ontwikkeling van het minimumloon
Het minimumloon wordt jaarlijks op 1 januari en 1 juli geïndexeerd. Omdat de minimumjeugdlonen zijn gekoppeld aan het minimumloon, worden ook de minimumjeugdlonen geïndexeerd. In de jaren 2017 en 2019 is het percentage in de staffel voor 18- tot en met 21-jarigen, tweemaal verhoogd. Voor 15- tot en met 17-jarigen is de staffel sinds 1983 niet meer aangepast.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de huidige staffel, de staffel zoals voorgesteld, de reële stijging van het wettelijke minimumloon (dus gecorrigeerd voor inflatie) exclusief de voorgestelde verhoging, de reële stijging van het wettelijk minimumloon inclusief de voorgestelde verhoging, de reële stijging van het minimumloon en de reële stijging van de contractlonen weer.
|
Categorie |
Huidige staffel |
Staffel voorstel |
Cumulatieve reële toename 2019-2026 |
Cumulatieve reële toename 2019-2026 |
||
|
WMJL 15 jr |
30% |
30% |
10% |
10% |
||
|
WMJL 16 jr |
34,5% |
40% |
10% |
27% |
||
|
WMJL 17 jr |
39,5% |
50% |
10% |
38% |
||
|
WMJL 18 jr |
50% |
62,5% |
15% |
44% |
||
|
WMJL 19 jr |
60% |
75% |
20% |
49% |
||
|
WMJL 20 jr |
80% |
87,5% |
25% |
37% |
||
|
WML |
100% |
100% |
10% |
10% |
||
|
Cao-lonen |
3% |
3% |
||||
|
De tabel is gebaseerd op cijfers van het ministerie van SZW en het Centraal economisch plan 2026 van het CPB. |
||||||
Daarmee is het minimumjeugdloon in Europees Nederland in de afgelopen jaren sterker gestegen dan het minimumloon voor volwassenen en dan de contractlonen, met een reële koopkrachtstijging tot gevolg.
b. Verkenning wettelijk minimumjeugdloon
Het ontwerpbesluit volgt op een verkenning naar het minimumjeugdloon. (zie noot 4) Uit die verkenning blijkt dat van de 1,25 miljoen personen van 15 tot en met 20 jaar ongeveer 75% een betaalde baan heeft. Ook blijkt uit de verkenning dat ongeveer 9000 jongeren die 32 uur of meer per week werken, geen opleiding volgen en niet meer in het ouderlijk huis wonen, een uurloon verdienen rond het minimumjeugdloon. Dit is ongeveer 1% van de als werknemer werkende jongeren. Verder volgt uit de verkenning dat 18- en 19-jarigen die voltijds voor het minimumjeugdloon werken maar geen huurtoeslag ontvangen onvoldoende inkomen genereren om zelfstandig een huishouden te voeren.
De Afdeling maakt twee uiteenlopende opmerkingen, één van economische en één van juridische aard, die erop gericht zijn de motivering van het ontwerpbesluit te verbeteren.
3. Toereikendheid minimumjeugdloon
Volgens de toelichting is het minimumjeugdloon alleen ontoereikend voor een specifieke groep 18- en 19-jarigen die voltijds werken voor het minimumloon en een zelfstandige huishouding voeren. Ten opzichte van de gehele groep tegen het minimumloon werkende jongeren is dit een beperkte groep. Tegelijkertijd volgt uit de toelichting dat een meerderheid van de jongeren het minimumloon niet nodig heeft om rond te komen. Volgens de toelichting komt dat doordat die jongeren meer verdienen, niet zelfstandig wonen, of scholier of student zijn en financiële ondersteuning krijgen. (zie noot 5)
Voor de vaststelling van de ontoereikendheid van het minimumloon voor deze groep baseert de regering zich op berekeningen waarin de huurtoeslag niet als inkomstenbron is meegerekend, omdat deze groep daar in de regel geen recht op zou hebben. Dat roept de vraag op of de toereikendheid van het inkomen voor deze groep van maximaal 9000 jongeren ook met andere, minder generieke maatregelen, zoals aanpassing van de voorwaarden voor de huurtoeslag, zou kunnen worden bereikt.
De Afdeling adviseert hierop in de toelichting nader op in te gaan.
4. Verhouding tot het Europees Sociaal Handvest
De toelichting gaat uitvoerig in op de verhouding van het minimumjeugdloon tot nationale en Europese regelgeving over leeftijdsdiscriminiatie (zie noot 6). De materie is echter ook geregeld in art. 4, eerste lid (recht op billijke beloning) en art. 7, vijfde lid, (recht op billijke beloning voor jeugdige werknemers) van het Europees Sociaal Handvest (ESH). De toelichting besteedt hieraan nauwelijks aandacht.
Het Europees Comité voor Sociale Rechten (hierna: ECSR) ziet toe op de naleving van het ESH. Zijn oordelen zijn niet bindend, maar wel gezaghebbend. (zie noot 7) Het ECSR heeft in het verleden regelmatig kritisch gerapporteerd over de Nederlandse minimumjeugdlonen en deze in strijd geacht met beide artikelen. Op dit punt gaat de toelichting onvoldoende in.
In het meest recente rapport uit 2023 oordeelt het ECSR ten aanzien van artikel 7, vijfde lid ESH, dat het loon van jonge werknemers lager mag zijn dan het aanvangssalaris van volwassenen, maar elk verschil moet redelijk zijn en de kloof moet snel worden gedicht. Het ECSR merkt daarbij op: "Voor 15/16-jarigen is een 30% lager aanvangssalaris aanvaardbaar; voor 16/18-jarigen mag het verschil niet de 20% overschrijden."
Verder overweegt het ECSR: "Ondanks een verhoging van de minimumlonen in 2021 was het verschil tussen lonen van jongeren en volwassenen nog steeds duidelijk disproportioneel, oplopend tot 50%-punt voor 18-jarigen en 34%-punt voor 16-jarigen." Het ECSR wees ook op zijn conclusie uit 2018 dat het minimumjeugdloon in Nederland niet in overeenstemming was met art. 4 ESH, omdat de lagere percentages van het wettelijk minimumloon voor jongere werknemers duidelijk onbillijk waren. De situatie bleef volgens het ECSR onbevredigend en daarom handhaafde het zijn conclusie dat dit niet in overeenstemming was met het verdrag. (zie noot 8)
De Afdeling merkt op dat het voorstel de regeling meer in lijn zal brengen met de conclusies van het ECSR, maar adviseert in de toelichting nader in te gaan op de verhouding van het voorstel tot de opmerkingen van het ECSR en de rechtvaardiging voor nog resterende verschillen. De Afdeling adviseert expliciet in te gaan op die verhouding en daarbij aandacht te schenken aan de verschillende posities van jongeren tot 18 jaar die deels nog leerplichtig zijn en die van jongeren van 18 tot en met 20 jaar voor wie, ondanks hun meerderjarigheid nog een onderhoudsplicht op hun ouders rust.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 7 september 2026.
Zoals de Afdeling opmerkt heeft de verhoging van het minimumjeugdloon als belangrijk doel de inkomenspositie van jongeren met een minimumloon te verbeteren. De hoogte van het minimumjeugdloon dient altijd samen te worden bezien met de arbeids- en onderwijsparticipatie van jongeren. Een hoger minimumloon is immers goed voor de toereikendheid van het inkomen, en voor het arbeidsaanbod van jongeren. Daar staat tegenover dat werkgevers minder snel geneigd zullen zijn jongeren in dienst te nemen en dat jongeren wellicht minder vervolgonderwijs zullen volgen. Zowel de arbeidsmarktdeelname als de onderwijsparticipatie van jongeren is stabiel hoog. De prijzen van levensonderhoud zijn daarentegen de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen, met name de woonlasten. Dit alles beziend constateert de regering dat er ruimte is om het minimumjeugdloon te verhogen en daarmee specifiek de toereikendheid ervan te verhogen voor jongeren die het minimumjeugdloon nodig hebben om zelfstandig te kunnen wonen. De regering neemt daar ook in mee dat er nu jongeren kunnen zijn die niet zelfstandig wonen omdat zij de inschatting maken niet rond te kunnen komen.
De Afdeling constateert dat voor de vaststelling van de ontoereikendheid van het minimumloon voor deze groep de regering zich gebaseerd heeft op berekeningen waarin de huurtoeslag niet als inkomstenbron is meegerekend, omdat deze groep daar in de regel geen recht op zou hebben. Daarop vraagt de Raad van State zich af of de toereikendheid van het inkomen voor deze groep van maximaal 9000 jongeren ook met andere, minder generieke maatregelen, zoals aanpassing van de voorwaarden voor de huurtoeslag, zou kunnen worden bereikt.
De regering deelt de constatering van de Afdeling en heeft de huurtoeslagcriteria sinds 1 januari 2026 verruimd. Jongeren tot 21 jaar krijgen voortaan huurtoeslag over het deel van de huur tot de kwaliteitskortingsgrens. In 2026 is deze € 498,20. Hierdoor komen meer jongeren in aanmerking voor huurtoeslag. Het nieuwe minimumjeugdloon levert daarmee voldoende inkomen op om een zelfstandig huishouden te kunnen voeren voor 18- en 19-jarigen. Een aangepaste versie van de toereikendheidsberekening uit de kabinetsreactie op de verkenning minimumjeugdloon uit 2025 is hieronder grafisch weergegeven. Hier is te zien dat in de huidige situatie – waarin de huurtoeslagcriteria zijn verruimd – 18-jarigen nog steeds geen toereikend inkomen hebben. Met de verhoging van het minimumjeugdloon is dat wel het geval. De nota van toelichting is overeenkomstig voorgaande aangevuld.
De Afdeling adviseert in te gaan op de verhouding van het minimumjeugdloon tot het recht op billijke beloning (artikel 4, eerste lid) en het recht op billijke beloning voor jeugdige werknemers (artikel 7, vijfde lid) in het Europees Sociaal Handvest en de door het ECSR eerder gemaakte opmerkingen hierover. In de nota van toelichting zijn de uitingen van het ECSR, die de Afdeling aanhaalt, overgenomen. De nota van toelichting is op dit punt verder als volgt aangevuld. Voorop staat dat de verhoging van het minimumjeugdloon het minimumjeugdloon meer in lijn zal brengen met de conclusies van het ECSR, zoals de Afdeling opmerkt. Het ECSR heeft eerder geconcludeerd dat een verlaagd minimumloon voor jeugdige werknemers toelaatbaar kan zijn, mits de vermindering een legitiem doel dient en in verhouding staat tot het bereiken van dat doel.(zie noot 9) Dit is hetzelfde toetsingskader als voor het onderscheid in leeftijd, dat reeds uitvoerig in de nota van toelichting is uiteengezet. In deze uiteenzetting komen ook de verschillende posities van jongeren tot 18 jaar die deels nog leerplichtig zijn aan bod, evenals de verschillende posities van jongeren van 18 tot en met 20 jaar voor wie, ondanks hun meerderjarigheid, nog een onderhoudsplicht op hun ouders rust. Voor zover het minimumjeugdloon na onderhavige verhoging nog een beperking vormt van artikelen 4, eerste lid en 7, vijfde lid, ESH, geldt dat deze gerechtvaardigd is, op basis van dezelfde rechtvaardiging als die geldt voor het onderscheid in leeftijd.
Ik bied U hierbij in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting aan en verzoek U overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Voetnoten
(1) Artikel 2 van het Besluit minimumjeugdloon.
(2) Nota van toelichting, paragraaf 2a, ‘Doel van dit besluit’.
(3) Nota van toelichting, paragraaf 2a ‘Reden voor verhoging van het minimumloon’.
(4) Verkenning wettelijk minimumjeugdloon, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 25 maart 2025, Kamerstukken II 2024/24,36545, nr. 18.
(5) Nota van toelichting, paragraaf 3a, ‘Noodzakelijk’.
(6) Idem.
(7) HR 30 mei 1986 (Spoorwegstaking), ECLI:NL:HR:1986:AC9402.
(8) Conclusie ECSR 2023, Nederland, artikel 7, vijfde lid ESH, www.coe.int/socialcharter.
(9) Conclusie ECSR 2018, Nederland, artikel 4, eerste lid, ESH, www.coe.int/socialcharter.