Uitvoeringswet verordening kritieke grondstoffen.
- Kenmerk
- W18.26.00049/IV
- Datum aanhangig
- 19 februari 2026
- Datum vastgesteld
- 22 april 2026
- Datum advies
- 22 april 2026
- Datum publicatie
- 28 april 2026
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2025/26, 36989, nr. 4
- Economische Zaken
- Wet
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 19 februari 2026, no.2026000447, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot uitvoering van Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020 (Uitvoeringswet verordening kritieke grondstoffen), met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 29 juni 2026
Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. Zij adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
Het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zijn inhoudelijk niet gewijzigd. Er zijn enkel aanpassingen gedaan in verband met de overgang van de beleidsverantwoordelijkheid voor het onderwerp circulaire economie van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – openbaar vervoer en milieu naar de Minister van Klimaat en Groene Groei. De aanwijzing van het centraal conctactpunt is aangepast, omdat sinds de interdepartementale herschikking de formele verantwoordelijkheid voor winning, verwerking én recycling van kritieke grondstoffen bij de Minister van Klimaat en Groene Groei ligt. Dit heeft geleid tot aanpassing van artikel 6 van het wetsvoorstel en de bijbehorende teksten uit de memorie van toelichting. Daarnaast is een omissie hersteld in de nationale strafbaarstelling van de verplichtingen uit de verordening kritieke grondstoffen.
Ik moge U, mede namens de Minister van Klimaat en Groene Groei, verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat