Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W19.25.00354/IV

Besluit procedurele versnellingen elektriciteitsprojecten.

Kenmerk
W19.25.00354/IV
Datum aanhangig
2 december 2025
Datum vastgesteld
18 maart 2026
Datum advies
18 maart 2026
Datum publicatie
23 maart 2026
Vindplaats
Staatscourant 2026, 26926
  • Klimaat en Groene Groei
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Samenvatting
  • Volledige tekst
Samenvatting

Advies over Besluit procedurele versnellingen voor elektriciteitsprojecten

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 18 maart 2026 het advies vastgesteld over het Ontwerpbesluit procedurele versnellingen elektriciteitsprojecten. Het advies is op 23 maart 2026 gepubliceerd op de website van de Raad van State.

Het ontwerpbesluit

Het ontwerpbesluit heeft als doel om de procedures voor elektriciteitsprojecten van 21 kilovolt of meer tot 1 januari 2032 te versnellen. De regering wil dit om infrastructuur sneller aan te kunnen leggen ter verbetering van elektriciteitsvoorzieningen. De versnelling van procedures houdt onder andere in dat het huidige beroep tegen dit soort besluiten van twee instanties (rechtbank en Afdeling bestuursrechtspraak) naar alleen de Afdeling bestuursrechtspraak gaat. Ook gaat een uitspraaktermijn van zes maanden gelden. Verder vervalt de mogelijkheid tot het indienen van een zogeheten pro-formaberoep.

Wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting

De procedurele versnellingen zelf worden geregeld in het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting, dat momenteel in behandeling is bij de Eerste Kamer. Dit wetsvoorstel creëert de mogelijkheid om voor bepaalde categorieën besluiten vier procedurele versnellingen uit de Omgevingswet toe te passen, en schetst randvoorwaarden waaraan in dat geval voldaan moet worden. Dit ontwerpbesluit past deze mogelijkheid om besluiten aan te wijzen voor het eerst toe.

Aanpak netcongestie is noodzakelijk en urgent

De Afdeling advisering onderschrijft de noodzaak en urgentie om netcongestie aan te pakken. Een snelle rechtsgang voor besluiten over elektriciteitsprojecten is belangrijk. Wel moet er een deugdelijke motivering ten grondslag liggen aan de versnelling. Dit vergt dat in het ontwerpbesluit grondig wordt ingegaan op alle randvoorwaarden die het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting stelt om procedurele versnellingen toe te kunnen passen.

Integrale afweging is van belang

Het is van belang dat integraal wordt afgewogen of het aanwijzen van besluiten de meest doelmatige oplossing is om tot versnellingen te komen. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met andere voornemens voor procedurele versnellingen in het rechterlijke traject. Verder is het van belang om te onderzoeken of er alternatieven zijn om te versnellen, bijvoorbeeld in de besluitvormingstrajecten die voorafgaan aan een (eventuele) rechterlijke procedure.

Effectiviteit van de procedurele versnelling

Het advies van de Afdeling advisering is om duidelijker te maken of het ontwerpbesluit daadwerkelijk effectief zal zijn. Uit de toelichting bij het ontwerpbesluit blijkt dat er geen betrouwbare inschatting kan worden gegeven van het aantal verwachte projecten en daaruit voortvloeiende juridische procedures. Zo laat het exacte aantal elektriciteitsprojecten waartoe de komende jaren zal worden besloten, zich moeilijk voorspellen. Ook ontbreekt een duidelijke indicatie van de verwachte tijdwinst. Zonder nadere analyse van het verwachte aantal besluiten en beroepen blijft het onduidelijk of het ontwerpbesluit zal leiden tot een substantiële versnelling van procedures.

Gevolgen voor de rechtspraak

Ook zou meer moeten worden ingegaan op de gevolgen voor de rechtspraak, waaronder de werklast van de Afdeling bestuursrechtspraak en de mogelijk langere doorlooptijden voor andere zaken. Het is de vraag of de beslistermijn van zes maanden voor de Afdeling bestuursrechtspraak realistisch en uitvoerbaar is. Ook komen relevante voordelen van beroep in twee instanties te vervallen, zoals de mogelijkheid van correctie en zogenoemde zeefwerking door de rechtbanken.

Conclusie

De Afdeling advisering heeft een aantal bezwaren bij het ontwerpbesluit en adviseert dit besluit niet te nemen, tenzij het is aangepast.

Volledige tekst

Bij Kabinetsmissive van 2 december 2025, no.2025002781, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Klimaat en Groene Groei (zie noot 1), mede namens de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de Staatssecretaris van Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Omgevingsbesluit in verband met de aanwijzing van besluiten van bepaalde elektriciteitsprojecten vanwege zwaarwegende maatschappelijke belangen (Besluit procedurele versnellingen elektriciteitsprojecten), met nota van toelichting.

Samenvatting

Het ontwerpbesluit wijst besluiten voor elektriciteitsprojecten van 21 kV of meer aan waardoor procedurele versnellingen van toepassing worden op deze categorie besluiten. Als gevolg hiervan wordt het huidige beroep in twee instanties tegen zulke besluiten vervangen door beroep in eerste en enige aanleg bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Voor deze categorie elektriciteitsprojecten gaat een uitspraaktermijn van zes maanden voor de Afdeling bestuursrechtspraak gelden. Ook vervalt voor deze besluiten de mogelijkheid tot het indienen van pro-formaberoep.

De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de noodzaak en urgentie om netcongestie tegen te gaan en daarmee ook het belang van een snelle rechtsgang ten aanzien van besluiten over elektriciteitsprojecten die capaciteitsuitbreidingen mogelijk maken. Wel heeft de Afdeling een aantal opmerkingen bij het ontwerpbesluit.

Hoewel de urgentie om procedures te versnellen groot is, moet er een deugdelijke motivering ten grondslag liggen aan een aanwijzing zoals nu voorgesteld. Dit vergt dat grondig wordt ingegaan op alle randvoorwaarden die het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting stelt om procedurele versnellingen toe te kunnen passen.

Daarbij merkt de Afdeling op dat het van belang is dat integraal wordt afgewogen of een aanwijzing de meest doelmatige oplossing is om tot versnellingen te komen. Bij deze afweging moet ook rekening worden gehouden met andere voornemens voor het terugbrengen van de rechterlijke procedure tot beoordeling in één instantie en de gevolgen daarvan voor de rechtspraak. Daarnaast is het van belang steeds te bezien welke versnellingen kunnen worden bereikt op andere punten in het besluitvormingstraject dan alleen in de (eventuele) rechterlijke procedure.

De toelichting bij het ontwerpbesluit biedt nu te weinig inzicht in de verwachte effectiviteit, in de zeefwerking van de rechtbanken en in de gevolgen voor de Afdeling bestuursrechtspraak. Daarnaast wordt maar beperkt aandacht besteed aan de gevolgen voor de rechtspraak en de financiële gevolgen.

In verband met deze opmerkingen dient het ontwerpbesluit nader te worden overwogen.

Advies

1. Doel en inhoud van het ontwerpbesluit

Het ontwerpbesluit strekt ertoe om in het Omgevingsbesluit een tot 1 januari 2032 geldende aanwijzing op te nemen van besluiten over elektriciteitsprojecten met een spanningsniveau van 21 kilovolt (hierna: kV) of meer met het oog op een sneller verloop van beroepsprocedures tegen deze besluiten. Door deze aanwijzing worden de procedurele versnellingen van toepassing, zoals die worden geregeld in artikel 16.87a van de Omgevingswet. Deze laatste bepaling zal worden ingevoegd in de Omgevingswet door de Wet versterking regie volkshuisvesting (hierna: het wetsvoorstel). Dit wetsvoorstel ligt momenteel voor behandeling in de Eerste Kamer voor. (zie noot 2)

Het wetsvoorstel wil bewerkstellingen dat bij algemene maatregel van bestuur (amvb) besluiten die betrekking hebben op categorieën van projecten waarvan de versnelde uitvoering noodzakelijk is, voor een daarbij te bepalen periode worden aangewezen vanwege zwaarwegende maatschappelijke belangen. Ten aanzien van die categorieën projecten wordt dan voorzien in een aanpassing van de huidige beroepsprocedure waarin beroep kan worden ingesteld bij de rechtbank en hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

De voorgestelde aanwijzing in het ontwerpbesluit heeft tot gevolg dat voor deze categorie besluiten een beroepsprocedure in eerste en enige aanleg bij de Afdeling bestuursrechtspraak gaat gelden. Ook worden voor deze categorie de versnellingselementen van toepassing die in het wetsvoorstel zijn voorzien: het doen van uitspraak binnen zes maanden door de Afdeling, het voorschrijven van versnelde behandeling van het beroep en het uitsluiten van de mogelijkheid tot het instellen van pro-formaberoep. (zie noot 3)

Met het ontwerpbesluit wordt beoogd de realisering van infrastructuur ter verbetering van de elektriciteitsvoorziening in Nederland te versnellen. Volgens de toelichting bij het ontwerpbesluit dient versnelde aanleg van elektriciteitsinfrastructuur zwaarwegende maatschappelijke belangen. Vanwege de woningbouwopgave is het essentieel dat nieuwe woningen kunnen worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Dit net moet sneller worden uitgebreid om nieuwe woningen van stroom te kunnen voorzien. Bovendien is uitbreiding van het elektriciteitsnet in het belang van de energietransitie en het realiseren van klimaatdoelstellingen. (zie noot 4)

De Afdeling onderschrijft de noodzaak en urgentie van het tegengaan van netcongestie in het licht van de genoemde maatschappelijke doelstellingen. Gezien de gevolgen die het huidige capaciteitstekort op het elektriciteitsnet met zich brengt, is het nodig om het elektriciteitsnet snel en adequaat te versterken. In die zin ziet de Afdeling ook het belang van een snelle rechtsgang over besluiten over elektriciteitsprojecten.

Niettemin maakt de Afdeling hierna opmerkingen over de effectiviteit van de voorgestelde maatregel (punt 3.a), en over de gevolgen voor de Afdeling bestuursrechtspraak, de financiële gevolgen en de gevolgen voor de rechtspraak in algemene zin (punt 3.b). Daarbij betrekt de Afdeling de randvoorwaarden die voor versnelling van procedures zijn geformuleerd in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel (punt 2).

2. Verhouding ontwerpbesluit tot wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting

Het ontwerpbesluit moet worden gelezen tegen de achtergrond van het in punt 1 genoemde wetsvoorstel. Dit wetsvoorstel biedt een grondslag om bij amvb besluiten aan te wijzen, waarvoor de regels voor de versnelde behandeling van beroepen gaan gelden. De Afdeling merkte in het kader van haar advies over het wetsvoorstel al op dat de doorlooptijden in omgevingsrechtelijke zaken in algemene zin onder druk staan en dat de bewerkelijkheid van dergelijke zaken toeneemt. (zie noot 5) De voorgenomen procedurele versnellingen, in het bijzonder de regel dat binnen zes maanden uitspraak wordt gedaan, dreigen daarmee verwachtingen te wekken die in de huidige praktijk van de rechtspraak niet waargemaakt kunnen worden. (zie noot 6) Dit maakt het des te belangrijker dat voor de keuze om bij bepaalde categorieën besluiten procedurele versnellingen in te voeren een dragende motivering wordt gegeven, in het licht van de in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel geformuleerde randvoorwaarden.

Volgens de memorie van toelichting moet bij een aanwijzing bij amvb deugdelijk worden gemotiveerd welke zwaarwegende maatschappelijke belangen de procedurele versnellingen rechtvaardigen. Daarnaast moeten het belang en de duur van de aanwijzing worden afgezet tegen de maatschappelijke effecten en de gevolgen voor de rechtspraak, en moet aandacht worden besteed aan de te verwachten gevolgen voor de werklast bij de Afdeling bestuursrechtspraak. De werklastgevolgen mogen niet onevenredig zijn aan de met de aanwijzing beoogde versnelling. (zie noot 7)

De te verwachten gevolgen kunnen volgens de memorie van toelichting in beeld worden gebracht door onderzoek te doen naar de aantallen zaken die over de aan te wijzen projecten in de afgelopen jaren zijn gevoerd. Daarbij moeten gegevens worden verzameld over het aantal gevallen waarin momenteel hoger beroep wordt ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

Daarnaast dient volgens de memorie van toelichting inzichtelijk te worden gemaakt wat momenteel de zeefwerking van de beoordeling van beroepen door de rechtbanken is. (zie noot 8) Op basis van de zo verzamelde gegevens moet een prognose worden gemaakt van de potentiële versnelling en de eventuele vermindering van de werklast die de aanwijzing kan opleveren. Ook kunnen op deze basis de financiële gevolgen van de aanwijzing worden ingeschat. (zie noot 9)

Het ontwerpbesluit betreft de eerste toepassing van de bevoegdheid die het wetsvoorstel geeft om besluiten aan te wijzen. In potentie worden daarna op grond van de Wet Versterking regie volkshuisvesting, naast woningbouwprojecten, nog meer categorieën van projecten aangewezen voor versnelling van de rechterlijke procedure. Ook is niet uitgesloten, en zelfs al zichtbaar, dat ook andere (voorgenomen) wetgeving zal voorzien in het concentreren van rechtsbescherming in eerste en enige aanleg bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

De Afdeling merkt op dat het van belang is dat bij de keuze voor aanwijzing van een bepaalde categorie van projecten of besluiten zorgvuldig wordt beoordeeld of verkorting van de rechterlijke procedure de meest doelmatige oplossing oplevert om tot versnelling van het gehele besluitvormingsproces te komen. Dit in nauw overleg met alle relevante instanties, waaronder de betrokken rechterlijke instanties. Daarbij is een integrale afweging van belangen nodig, mede in verband met andere voornemens voor procedurele versnellingen in het rechterlijke traject.

Ook is het van belang om te onderzoeken of er alternatieven voor versnelling zijn, bijvoorbeeld in de besluitvormingstrajecten.

3. Effecten en gevolgen van het ontwerpbesluit

a. Beoogde en te verwachten effecten
In de nota van toelichting bij het ontwerpbesluit wordt niet duidelijk gemaakt in hoeverre de beoogde versnelling ten aanzien van de projecten waarop het ontwerpbesluit betrekking heeft daadwerkelijk tot tijdwinst in het rechterlijke traject zal leiden. De toelichting verwijst naar onderzoeken van de Rijksuniversiteit Groningen, waaruit blijkt dat er bij rechtbanken tot dusver weinig procedures zijn gevoerd over elektriciteitsprojecten.

Zoals ook al in de toelichting wordt onderkend, is op basis van deze gegevens niet op een betrouwbare manier in te schatten in hoeveel procent van de gevallen hoger beroep wordt ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak en wat de zeefwerking van de rechtbanken is. (zie noot 10)

Ook wordt in de toelichting opgemerkt dat er geen inschatting kan worden gemaakt van het aantal verwachte projecten en daaruit voortvloeiende procedures tot 1 januari 2032. Zo laat het exacte aantal elektriciteitsprojecten dat in de komende jaren plaats zal vinden zich moeilijk voorspellen. Dit zal afhangen van het aantal knelpunten op het elektriciteitsnet dat de komende jaren mogelijk nog zal ontstaan. (zie noot 11)

De toelichting geeft evenmin een duidelijke indicatie van de verwachte tijdwinst in het licht van de hierboven geschetste randvoorwaarden. Weliswaar wordt een tabel gepresenteerd met prognoses van de verwachte verschuiving van het aantal projecten waarvoor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit zal worden gebruikt in plaats van een wijziging van het omgevingsplan, maar onduidelijk is of en hoe het beoogde effect van de procedurele versnelling daardoor in de praktijk zal worden gerealiseerd. Zonder nadere analyse van het verwachte aantal besluiten en beroepen is het onduidelijk of het ontwerpbesluit zal leiden tot een substantiële versnelling van procedures.

Zoals onder punt 2 al is opgemerkt, merkt de Afdeling op dat het in dit verband tevens van belang is om aandacht te besteden aan andere mogelijkheden om tot versnellingen te komen, bijvoorbeeld in de trajecten die tot de besluiten moeten leiden. Weliswaar staat in de toelichting dat er ‘aan de voorkant’ van procedures veel aandacht voor zorgvuldigheid en burgerbetrokkenheid zal zijn. Hoe deze aandacht wordt bewerkstelligd, en of daarbij sprake is van grotere aandacht en betrokkenheid dan bij besluiten waarbij niet wordt ingezet op procedurele versnelling, wordt echter niet nader toegelicht. Daardoor valt geen goede inschatting te maken of deze aandacht zal leiden tot een vermindering van het aantal procedures of anderszins tot een significante versnelling van besluitvormingsprocedures als geheel, inclusief het rechterlijke traject.

In het licht van het voorgaande adviseert de Afdeling om de verwachte effectiviteit van de in het ontwerpbesluit voorziene maatregelen nader te motiveren, in het licht van de in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel geformuleerde randvoorwaarden.

b. Gevolgen voor rechtspraak en financiële gevolgen
De tweede randvoorwaarde die in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel wordt geformuleerd, is dat het belang en de duur van de aanwijzing moeten worden afgezet tegen de maatschappelijke effecten en de gevolgen voor de rechtspraak. Daarbij moet een aanwijzingsbesluit zich in het bijzonder rekenschap geven van verwachte gevolgen voor de werklast bij de Afdeling bestuursrechtspraak en moet een inschatting worden gemaakt van de financiële gevolgen. (zie noot 12)

In haar reactie op het voorgelegde ontwerpbesluit heeft de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak opgemerkt dat, vanwege de oplopende doorlooptijden, er zeer terughoudend zou moeten worden omgegaan met het benoemen van categorieën van gevallen die onder het wetsvoorstel kunnen rekenen op een versnelde afhandeling. (zie noot 13) Zij verwacht als gevolg van de aanwijzing in het ontwerpbesluit een zeer aanzienlijk aantal zaken, die bovendien potentieel complex en bewerkelijk zullen zijn. Wanneer zaken met voorrang moeten worden behandeld, zal dit volgens de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak ten koste gaan van de doorlooptijden in overige aanhangige zaken.

De Afdeling merkt daarbij op dat verschuiving van beroep in twee instanties naar beroep in eerste en enige aanleg niet noodzakelijkerwijs leidt tot kortere doorlooptijden ten aanzien van de zaken waarop het ontwerpbesluit betrekking heeft. (zie noot 14) Weliswaar moet de Afdeling bestuursrechtspraak in zaken over de in het ontwerpbesluit aangewezen besluiten binnen zes maanden uitspraak doen, maar de toelichting besteedt geen aandacht aan de vraag of deze beslistermijn voor de Afdeling bestuursrechtspraak realistisch en uitvoerbaar is.

Die vraag is wel relevant, gelet op de beschikbare capaciteit binnen de Afdeling bestuursrechtspraak, de verwachte complexiteit van de zaken, de noodzaak van het toekennen van prioriteit aan andere typen zaken, bijvoorbeeld zaken over woningbouwprojecten, en de verplichting om in alle zaken uitspraak te doen binnen een redelijke termijn. Als de gestelde termijn in de praktijk stelselmatig niet haalbaar blijkt voor geschillen over de aangewezen besluiten kan dit bovendien afbreuk doen aan het draagvlak van de bestuursrechtspraak.

Hierbij speelt mee dat in de aanwijzing geen bovengrens van het spanningsniveau wordt opgenomen. Dat heeft tot gevolg dat ook voor elektriciteitsprojecten van 220 kV of meer waarvoor wordt besloten geen projectbesluit vast te stellen, het versnellende element van het doen van uitspraak binnen zes maanden door de Afdeling bestuursrechtspraak gaat gelden. De toelichting bij het ontwerpbesluit onderkent dat deze projecten extra druk leggen op de Afdeling bestuursrechtspraak en tot vertraging kunnen leiden bij de behandeling van andere zaken. (zie noot 15) De toelichting gaat echter niet in op de gevolgen hiervan voor de doorlooptijden en de verwachte werkbelasting bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

Zoals vermeld in punt 2 staat in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel verder dat een inschatting moet worden gemaakt van de financiële gevolgen van de aanwijzing. Daarbij moet inzichtelijk worden gemaakt waar de aanwijzing juist leidt tot een vermindering van werklast, bijvoorbeeld bij de gemeenten omdat zij enkel capaciteit hoeven vrij te maken voor één beroepsgang, of bij de rechtbanken omdat zij tijdelijk geen capaciteit nodig hebben voor de aangewezen zaken. Op deze elementen gaat de toelichting bij het ontwerpbesluit niet in.

Tot slot is relevant dat voor in het ontwerpbesluit aangewezen categorieën besluiten de relevante voordelen voor de rechtspraak komen te vervallen die zien op het stelsel van beroep in twee instanties - zoals de mogelijkheid van correctie - en van zeefwerking door de rechtbanken. De toelichting besteedt aan dit aspect nauwelijks aandacht.

De Afdeling adviseert om de uitvoerbaarheid van de voorgestelde procedurele versnellingen dragend te motiveren en daarbij nader in te gaan op de gevolgen voor de rechtspraak en de financiële gevolgen, in het licht van de in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel geformuleerde randvoorwaarden.

4. Conclusie

Zoals uit punt 2 volgt, is het volgens de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel van belang om deugdelijk te motiveren welke zwaarwegende maatschappelijke belangen de procedurele versnellingen rechtvaardigen. In dat kader moeten volgens de memorie van toelichting het belang en de duur van de aanwijzing bovendien worden afgezet tegen de maatschappelijke effecten en de gevolgen voor de rechtspraak.

Daarbij merkt de Afdeling op dat het van belang is dat integraal wordt afgewogen, in overleg met alle betrokken instanties, of een aanwijzing zoals die waarin in het voorliggende ontwerpbesluit voorziet de meest doelmatige oplossing is om tot versnellingen te komen. Bij deze afweging moet ook rekening worden gehouden met andere voornemens voor het terugbrengen van de rechterlijke procedure tot beoordeling in één instantie en de gevolgen daarvan voor de rechtspraak. Daarnaast is het van belang steeds te bezien welke versnellingen kunnen worden bereikt op andere punten in het besluitvormingstraject dan alleen in de (eventuele) rechterlijke procedure.

Hoewel de Afdeling het belang van een snelle rechtsgang over besluiten over elektriciteitsprojecten onderschrijft, is niet duidelijk of de voorgestelde aanwijzing dit belang effectief zal kunnen dienen (punt 3.a). De vraag waarom deze belangen in de context van de voorgestelde versnellingen opwegen tegen de gevolgen voor de Afdeling bestuursrechtspraak, de financiële gevolgen en de gevolgen voor de rechtspraak in algemenere zin (punt 3.b) blijft in de toelichting bovendien onderbelicht.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal bezwaren bij het ontwerpbesluit en adviseert dit besluit niet te nemen, tenzij het is aangepast.

De vice-president van de Raad van State

Nader rapport (reactie op het advies) van 6 juli 2026

4. Conclusie

Gelet op de samenhang van de adviezen van de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: de Afdeling) onder 3a en onder 3b, worden beide adviezen samengenomen en aan de hand van de randvoorwaarden voor aanwijzing bij algemene maatregel van bestuur(zie noot 16) in een keer geadresseerd.

Zoals de Afdeling terecht opmerkt, stelt de Wet versterking regie volkshuisvesting in de memorie van toelichting verschillende randvoorwaarden waaraan een aanwijzing bij algemene maatregel van bestuur moet voldoen om toepassing van de procedurele versnellingen te kunnen rechtvaardigen. Hoewel in de nota van toelichting in verschillende passages is ingegaan op deze randvoorwaarden, komt de onderlinge samenhang daarvan niet overal even goed naar voren. In reactie op het advies van de Afdeling wordt dit hieronder alsnog gedaan in de vorm van een nadere motivering. Hiertoe zal eerst op iedere randvoorwaarde afzonderlijk worden ingegaan, zoals deze in de wet is gesteld en door de Afdeling onder paragraaf 2 is herhaald. Vervolgens wordt in een conclusie ingegaan op de verwachte effectiviteit van de aanwijzing (advies 3a) en de effecten hiervan op de rechtspraak (advies 3b). De nadere motivering aan de hand van de randvoorwaarden is tevens verwerkt in de nota van toelichting.

Zwaarwegende maatschappelijke belangen
Met de aanwijzing wordt beoogd netcongestie te verminderen door het transmissie- en de distributiesystemen voor elektriciteit(zie noot 17) versneld te verzwaren en uit te breiden. Dit geldt voor projecten vanaf 21 kV en kan zowel gaan om aanleg, uitbreiding (verzwaring), onderhoud als aanpassing. Dit is nodig omdat Nederland overwegend te maken heeft en op steeds meer plekken te maken krijgt met netcongestie: een overbelast elektriciteitsnet(zie noot 18) dat meer elektriciteit moet transporteren dan wat het huidige transmissiesysteem en de distributiesystemen voor elektriciteit aankunnen. De netcongestie doet zich met name voor aan de afnamekant, maar neemt ook steeds meer toe aan de invoedingskant door de toename van windmolens en zonnepanelen, zoals ook blijkt uit de Capaciteitskaart van Netbeheer Nederland.(zie noot 19)

Zoals de Afdeling in haar advies ook onderkent, heeft netcongestie verstrekkende gevolgen voor verschillende zwaarwegende maatschappelijke belangen, zoals het kunnen aansluiten van nieuwe woningen, het kunnen voortzetten van de energietransitie en het realiseren van klimaatdoelstellingen. De Afdeling onderschrijft dan ook dat het tegengaan van netcongestie noodzakelijk en urgent is en dat in die zin een snelle rechtsgang over besluiten over elektriciteitsprojecten van belang is. Ook bij de totstandkoming van de Wet versterking regie volkshuisvesting werden elektriciteitsprojecten die van belang zijn om netcongestie te verminderen, genoemd als voorbeeld van projecten van zwaarwegend maatschappelijk belang die voor aanwijzing op grond van de in die wet opgenomen grondslag in aanmerking kunnen komen. De regering acht het tegengaan van netcongestie noodzakelijk en urgent, omdat een overbelast elektriciteitsnet Nederland steeds verder op slot zet. Om dit te voorkomen  heeft de regering netcongestie tot een speerpunt gemaakt in het regeerakkoord.

Gelet op voornoemde gevolgen van netcongestie, zijn met de aanwijzing van elektriciteitsprojecten vanaf 21 kV zwaarwegende maatschappelijke belangen gemoeid die de toepassing van de procedurele versnellingen rechtvaardigen.

Maatschappelijke effecten
Met de aanwijzing van de besluiten in het voorgenomen artikel 10.26g van het Omgevingsbesluit, kunnen rechtszoekenden het door hen bestreden besluit slechts in één instantie voorleggen aan de rechter in plaats van in twee instanties. Bovendien moeten rechtszoekenden hun gronden gelijktijdig met de indiening van het beroepschrift naar voren brengen, zonder de mogelijkheid om nadien nog nieuwe gronden aan te voeren. Zoals ook is overwogen in de hiervoor aangehaalde memorie van toelichting bij de Wet versterking regie volkshuisvesting, vraagt dit meer van burgers nu zij in één keer goed moeten procederen. Daarnaast zullen rechtszoekenden over het algemeen verder moeten reizen voor een zitting bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling bestuursrechtspraak) dan bij een rechtbank in de eigen regio. Dit kan als drempel worden ervaren.

Tegenover het belang van rechtsbescherming in twee instanties, waaronder een rechtsgang in de eigen regio, kunnen de hierboven genoemde zwaarwegende maatschappelijke belangen worden gezet die gediend zijn met het zo snel mogelijk verhelpen van netcongestie. Om deze urgente opgave het hoofd te kunnen bieden, is het van belang om snel en adequaat het elektriciteitsnet te versterken. Een snelle rechtsgang over besluiten over elektriciteitsprojecten is hierbij van belang, omdat een elektriciteitsproject in de regel pas kan worden ingepland als het besluit onherroepelijk is. Dit komt omdat met name grotere projecten te maken hebben met complexe planningen met meerdere partijen en samenhangende werkzaamheden. Onduidelijkheid over de looptijd van een beroep en mogelijke voorlopige voorzieningen leiden daarmee tot aanvullende vertragingsrisico’s. De toewijzing van een voorlopige voorziening of de vernietiging van een besluit zorgt ervoor dat deze planningen niet meer gehaald kunnen worden en opnieuw tot een complexe planning gekomen moet worden. Daarbij moet bijvoorbeeld rekening houden worden met – schaarse – tijdslotten waarin spanningsloos kan worden gewerkt, de beschikbaarheid van materieel en gespecialiseerde aannemers, eventuele broed- of stormseizoenen en raakvlakprojecten die daardoor eveneens opnieuw gepland moeten worden.

Bovendien is ook de rechtszoekende gebaat bij een snel oordeel over het voorliggende geschil. Hierdoor hoeft hij immers minder lang in onzekerheid te blijven over de uitkomst van de procedure.

Het Rijk spant zich samen met de netbeheerders tot het uiterste in om het elektriciteitsnet zo snel mogelijk uit te breiden, zodat aan de huidige en ook aan de verwachte toekomstige transportcapaciteit kan worden voldaan. Door de aanwijzing zullen partijen sneller uitsluitsel hebben over het geschil, waardoor er sneller sprake zal zijn van een in rechte onaantastbaar besluit. Dit geldt ook voor de gevallen waarin een besluit door de rechter wordt vernietigd, omdat ook in die gevallen sneller een juridisch houdbaar besluit zal worden genomen dan in de gevallen waarin eerst lange tijd op een uitspraak moet worden gewacht voordat een nieuw besluit kan worden genomen.

Gelet op de weerslag die netcongestie heeft op de genoemde maatschappelijke belangen en de zwaarwegendheid van deze belangen afgezet tegen de tijdelijke aard van de inperking van de belangen van de individuele rechtszoekende bij beroep in twee instanties, acht de regering de procedurele versnellingen en het tijdelijk terugbrengen van de rechtsbescherming van de individuele rechtszoekende tot één instantie gerechtvaardigd.

Gevolgen voor de rechtspraak en voor de werklast van de Afdeling bestuursrechtspraak

Zoals de Afdeling terecht opmerkt in het advies, heeft de aanwijzing van besluiten gevolgen voor de rechtspraak in het algemeen en voor de werklast van de Afdeling bestuursrechtspraak in het bijzonder.

Aangewezen besluiten moeten immers versneld behandeld worden en gaan, voor zover die besluiten beroep in twee instanties kenden, voortaan in eerste en enige aanleg naar de Afdeling bestuursrechtspraak. Zoals in de memorie van toelichting van de Wet versterking regie volkshuisvesting ook is besproken, voldoet beroep in één feitelijke instantie, net als beroep in twee instanties aan het recht op een eerlijk proces en het recht op een effectief rechtsmiddel(zie noot 20). Wel kan beroep in één instantie enige invloed hebben op de rechtsontwikkeling en in beperktere mate op de rechtseenheid.

De invloed op de rechtsontwikkeling komt naar voren doordat een juridisch geschil niet langer door twee verschillende rechters wordt gewogen. Dit geldt echter voor alle besluiten die in eerste en enige aanleg worden behandeld en niet alleen voor besluiten die onder deze – tijdelijke – aanwijzing vallen die bovendien worden gerechtvaardigd door zwaarwegende maatschappelijke belangen.

De rechtseenheid is minder in het geding nu de hoogste bestuursrechter over de geschillen oordeelt en met zijn richtinggevende uitspraken waarborgt dat het recht consistent en uniform wordt toegepast De uitspraken van de hoogste rechter in zaken die in eerste en enige aanleg naar de Afdeling bestuursrecht gaan, zijn daarmee ook van betekenis voor zaken die eerst in beroep gaan bij de rechtbank.

Het aanwijzen van besluiten die in eerste en enige aanleg naar de Afdeling bestuursrechtspraak gaan en de verkorte uitsprakentermijn van zes maanden hebben gevolgen voor de werklast van de Afdeling bestuursrechtspraak. Binnen de reikwijdte van het ontwerpbesluit gaat het om verschillende omgevingsvergunningen en om de wijziging van het omgevingsplan.

Voor de aangewezen omgevingsvergunningen betekent dit dat alle voorziene procedurele versnellingen hierop van toepassing zullen zijn, inclusief de verschuiving van beroep in twee instanties naar beroep in eerste en enige aanleg bij de Afdeling bestuursrechtspraak. De besluiten die voorheen beroep in twee instanties kenden, worden immers niet langer eerst door de rechtbank beoordeeld en in een deel van de gevallen eruit ‘gezeefd’, namelijk wanneer er niet in hoger beroep wordt gegaan. Ook de aangewezen besluiten die voorheen al in eerste en enige aanleg naar de Afdeling bestuursrechtspraak gingen, drukken vanwege de aanwijzing extra op de werklast van de Afdeling bestuursrechtspraak. Voor deze zaken geldt immers dat ze ook met voorrang moeten worden behandeld en dat de uitspraak binnen zes maanden na ontvangst van het verweerschrift moet volgen.

In de brief van 8 juli 2024 heeft de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak gereageerd op het consultatieverzoek op dit besluit. In haar brief maakte zij de kanttekening dat juist vanwege de oplopende doorlooptijden, zeer terughoudend moet worden omgegaan met het benoemen van categorieën projecten waarvoor de procedurele versnellingen gaan gelden. Met deze kanttekening is bij de totstandkoming van dit besluit rekening gehouden door alleen die besluiten onder de aanwijzing te laten vallen die noodzakelijk zijn voor een versnelde aanleg van het elektriciteitsnet op het middenspannings- en hoogspanningsniveau waar de netcongestie tot steeds meer problemen leidt, namelijk vanaf 21 kV en enkel voor de besluiten die specifiek zijn aangewezen.(zie noot 21) Deze besluiten vallen binnen de opgave van versnelde en adequate uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet ten behoeve van het tegengaan van netcongestie, waar de Afdeling in haar advies de noodzaak en urgentie ook van onderschrijft.

Projecten die zich op het laagspanningsnet en deels nog op het middenspanningsnet bevinden, van 20 kV en lager, vallen daarmee buiten de aanwijzing. Dit gaat bijvoorbeeld over de – in beginsel – vergunningvrije transformatorstations die in grootte afwijken van de vrijgestelde afmetingen.(zie noot 22) Ook andere elektriciteitsprojecten waar tijdens de internetconsultatie door partijen om verzocht is, zijn bewust buiten de reikwijdte van deze aanwijzing gelaten. Daarbij gaat het zowel om verzoeken van netbeheerders als om verzoeken van decentrale overheden en initiatiefnemers van energieprojecten. De regering beseft terdege dat de werklast van de Afdeling bestuursrechtspraak is toegenomen en dat de daarmee samenhangende doorlooptijden eveneens oplopen. Juist om die reden, is een beperkte reikwijdte gekozen voor de aanwijzing, namelijk enkel die projecten waar de netcongestie het meest optreedt.

De terughoudendheid waarmee besluiten zijn aangewezen, vertaalt zich door in de verwachte, beperkte toename van het aantal zaken waar de Afdeling bestuursrechtspraak in eerste en enige aanleg over moet oordelen. Naar aanleiding van het advies van de Afdeling is, in de nota van toelichting bij het ontwerpbesluit, de prognose van het aantal beroepszaken geactualiseerd. Uit de investeringsplannen van de verschillende netbeheerders(zie noot 23) komt naar voren dat in potentie 14 tot 22 zaken per jaar de procedure bij de rechtbank overslaan en extra drukken op de werklast van de Afdeling bestuursrechtspraak. Het onderzoek van de RUG bevestigt dat dit ruime schattingen zijn en dat het werkelijke aantal zaken vermoedelijk lager ligt. Daarnaast moet rekening gehouden worden met ongeveer 20 zaken(zie noot 24) per jaar die al in eerste en enige aanleg naar de Afdeling bestuursrechtspraak gaan, maar waarvoor nu in aanvulling daarop ook een uitspraaktermijn van zes maanden geldt.

Hoewel het aantal zaken beperkt is in omvang, zijn deze zaken cruciaal voor het versneld versterken van het elektriciteitsnet. Elk van deze zaken is tenslotte van belang om consumenten, bedrijven en maatschappelijke voorzieningen van elektriciteit te kunnen blijven voorzien dan wel te kunnen laten invoeden of terugleveren. Bovendien is de versterking van het elektriciteitsnet voorwaardelijk voor het voortzetten van de energietransitie en het behalen van de klimaatdoelstellingen die in nationaal en internationaal verband zijn gesteld.(zie noot 25) Het elektriciteitsnet is namelijk onderling verbonden en moet daarbij niet alleen voldoen aan de huidige vraag, maar ook aan de voorziene vraag in de nabije toekomst. Het is daarom van groot belang dat het elektriciteitsnet snel en adequaat versterkt wordt. De zaken waarvoor anders dan voorheen beroep in een instantie gaat gelden lijken daarnaast, anders dan de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak lijkt te vrezen, mee te vallen in complexiteit en bewerkelijkheid. Dit kan worden afgeleid uit het onderzoek van de RUG naar de procedures die de afgelopen jaren bij de rechtbank zijn gevoerd over elektriciteitsprojecten. Dit lijken telkens procedures te zijn tussen twee partijen met in sommige gevallen een derde-belanghebbende.

Hier komt nog bij dat de toename in werklast voor de Afdeling bestuursrechtspraak in belangrijke mate gerelativeerd worden door het feit dat vooralsnog weinig beroep wordt ingesteld tegen elektriciteitsprojecten binnen de reikwijdte van deze aanwijzing. Uit het geactualiseerde rapport van de Rijksuniversiteit Groningen komt naar voren dat tussen het eerste kwartaal van 2024 en mei 2026 in slechts 7 zaken uitspraak is gedaan door een rechtbank in een bodemprocedure en in 4 zaken beslist is op een voorlopige voorziening hangende bezwaar. Daarnaast is in 1 hoger beroep uitspraak gedaan. Hoewel al deze zaken zien op het aanleggen van energieinfrastructuur, lijkt een deel van deze procedures buiten de reikwijdte van de aanwijzing te vallen.(zie noot 26) Ook ziet één van de zaken op een handhavingsverzoek.(zie noot 27) Dergelijke handhavingsverzoeken vallen niet onder de aanwijzing. Dit ondersteunt de conclusie dat de verwachte toename in het aantal zaken dat in eerste en enige aanleg naar de Afdeling bestuursrechtspraak gaat als gevolg van deze aanwijzing, naar verwachting een overschatting is.

Gelet op de noodzaak en urgentie van het tegengaan van netcongestie, in het licht van de eerder besproken zwaarwegende maatschappelijke belangen en het beperkte aantal extra zaken per jaar die aan de werklast van de Afdeling bestuursrechtspraak worden toegevoegd, wordt het gewicht dat toekomt aan het snel en adequaat versterken van het elektriciteitsnet door de regering zwaarder geacht dan de hiervoor genoemde gevolgen voor de rechtspraak.

Uitvoerbaarheid van de beoogde procedurele versnellingen
Naast de beperkte toename in het aantal zaken dat in eerste en enige aanleg naar de Afdeling bestuursrechtspraak gaat, legt ook de uitspraaktermijn van zes maanden extra druk op de Afdeling bestuursrechtspraak. De uitvoerbaarheid van deze beoogde procedurele versnellingen wordt in het advies van de Afdeling terecht geplaatst in het licht van de hoge werklast van de Afdeling bestuursrechtspraak en de daarmee samenhangende oplopende doorlooptijden. Hoewel dit besluit, zeker in het licht van het beperkte aantal zaken, op zichzelf een beperkte invloed heeft op autonome ontwikkelingen die de doorlooptijden van de Afdeling bestuursrechtspraak verder onder druk zetten, is het wel van belang deze factoren mee te wegen. Om die reden zullen de effecten van deze aanwijzing worden gemonitord en jaarlijks in een verslag worden toegezonden aan de beide Kamers der Staten-Generaal.

In het kader van deze aanwijzing is het van belang om op te merken dat de Wet versterking regie volkshuisvesting verschillende mogelijkheden biedt om de uitsprakentermijn van zes maanden te verlengen. Ook is het relevant om op te merken dat de uitspraaktermijn van zes maanden pas begint te lopen wanneer het verweerschrift door de Afdeling bestuursrechtspraak is ontvangen.(zie noot 28) Dit wijkt af van de werkwijze onder de Crisis- en herstelwet waarbij de uitspraaktermijn al begon te lopen vanaf het verstrijken van de beroepstermijn. Dit betekent dat de Afdeling bestuursrechtspraak pas aan zet is, als zowel de beroepsgronden als het daartegen gerichte verweer ontvangen is. Ook kan de uitspraaktermijn in geval van bijzondere omstandigheden met drie maanden worden verlengd.(zie noot 29) Wanneer de Afdeling bestuursrechtspraak een bestuurlijke lus toepast, wordt de uitspraaktermijn eveneens verlengd.(zie noot 30) In dat geval moet binnen zes maanden na ontvangst van het verweerschrift een tussenuitspraak zijn gedaan en binnen zes maanden na verzending van de tussenuitspraak moet de einduitspraak zijn gedaan. Tenslotte kan de uitspraaktermijn nog worden verlengd indien de Afdeling bestuursrechtspraak met toepassing van artikel 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie prejudiciële vragen stelt. In dat geval dienen de vragen binnen zes maanden na ontvangst van het verweerschrift bij tussenuitspraak te worden gesteld en dient de Afdeling bestuursrechtspraak in dezelfde tussenuitspraak zoveel mogelijk op de beroepsgronden te beslissen die niet door de vragen worden geraakt.(zie noot 31)

Gelet op deze mogelijkheden en het beperkte aantal zaken waarvoor de procedurele versnellingen gaan gelden, acht de regering de procedurele versnellingen uitvoerbaar.

Ten aanzien van de autonome ontwikkelingen die van invloed zijn op de werklast van de Afdeling bestuursrechtspraak, ziet de regering het belang van gecoördineerde maatregelen om verdere groei van die werklast tegen te gaan en waar mogelijk te verkleinen. Een goed functionerende rechtspraak is immers van belang om te komen tot versnelling met behoud van voldoende rechtsbescherming. Om die reden werken de betrokken ministeries via drie sporen samen aan oplossingen om de rechtspraak te ontlasten.

Zo is er in de eerste plaats aandacht voor het verkorten van de gemiddelde doorlooptijd van een zaak. Daar zetten de rechterlijke instanties zelf al op in met verschillende programma’s. Daarbovenop wordt overwogen de rechter meer wettelijke bevoegdheden te geven om een bestuursrechtelijke beroepszaak versneld af te kunnen doen. Gedacht kan worden aan het kunnen behandelen van een beroepszaak zonder zitting of het doen van uitspraak met een verkorte motivering. De betrokken ministeries zijn in gesprek over de manier waarop dit zal worden uitgewerkt.

In de tweede plaats is het ministerie van Justitie en Veiligheid, in samenspraak met de betrokken ministeries, bezig met een afwegingskader dat voorwaarden biedt die betrokken moeten worden bij de afweging of – tijdelijke – versobering van rechtspraak gerechtvaardigd is vanwege maatschappelijk urgente belangen. In dit afwegingskader wordt ook een stappenplan opgenomen met mogelijkheden voor versnelling voordat maatregelen worden genomen die raken aan de rechtsbescherming.

In de derde plaats heeft het Ministerie van Justitie en Veiligheid een afwegingskader gepubliceerd met minimale uitgangspunten voor het instellen van hoger beroep in bestuursrechtelijke zaken door bestuursorganen tegen burgers.(zie noot 32) Met deze handreiking wordt beoogd dat overheden pas na een zorgvuldige belangenafweging overgaan tot het instellen van hoger beroep.

Financiële gevolgen
In de reacties van de Raad voor de rechtspraak en de Afdeling bestuursrechtspraak in het kader van de internetconsultatie (zie noot 33), komt niet terug dat de aanwijzing financiële gevolgen heeft voor de rechtspraak. Ook een recente navraag naar de financiële gevolgen in het kader van dit nader rapport naar aanleiding van dit advies van de Afdeling bevestigt dit beeld. Zo laat de Raad voor de rechtspraak weten dat de financiële gevolgen beperkt zijn, gelet op het relatief beperkte aantal zaken over elektriciteitsprojecten waarvoor tijdelijk niet langer beroep in twee instanties geldt.

De Afdeling bestuursrechtspraak laat desgevraagd weten dat het ontwerpbesluit leidt tot een verzwaring van de werklast, maar dat de omvang en de financiële gevolgen nog niet zijn in te schatten.

Termijn van de aanwijzing
Dit ontwerpbesluit is een tijdelijke aanwijzing die ingaat vanaf het moment van inwerkingtreding tot uiterlijk 1 januari 2032. De beoogde inwerkingtreding van dit besluit is 1 oktober 2026, dit betekent dat de looptijd van de aanwijzing 5 jaar en een kwartaal is. Met deze looptijd is gekozen voor een beperktere looptijd dan die de grondslag in de wet ten hoogste biedt. Ook daarmee wordt gewaarborgd dat de procedurele versnellingen niet langer voortduren dan strikt noodzakelijk is.

Verkorting rechterlijke procedure meest doelmatige oplossing?
Eventuele beroepsprocedures vormen een laatste stap voordat netbeheerders toekomen aan de realisatie van een elektriciteitsproject. Hoewel het versnellen van juridische procedures daarmee het sluitstuk vormt in de fase van besluitvorming, is het niet het enige middel dat de regering, samen met decentrale overheden en de betrokken netbeheerders, inzet om de realisatie van elektriciteitsprojecten te versnellen. In elke fase van het project wordt ingezet op het zoveel mogelijk verkorten van de doorlooptijden. Zo verlangt de regering van netbeheerders dat zij hun werkwijze optimaliseren en dat processtappen die zich daarvoor lenen gelijktijdig worden uitgevoerd. Hierin wordt voortdurend gezocht naar een balans tussen het zoveel mogelijk versnellen van doorlooptijden en het bewaken van een zorgvuldige voorbereiding en het bieden van voldoende mogelijkheden tot participatie.

Daarnaast wordt een breed pakket aan wettelijke maatregelen voorbereid die op verschillende fasen van de aanleg of uitbreiding van elektriciteitsinfrastructuur zien. Tegelijkertijd worden – wettelijke – maatregelen ingezet voor het beter benutten van het elektriciteitsnet, zoals hierboven genoemd, en het opvangen van piekbelasting door bijvoorbeeld aan grootverbruikers te vragen tijdelijk geen gebruik te maken van hun transportcapaciteit. Ook trekt de regering middelen uit voor gebiedsinvesteringen rondom hoogspanningsprojecten, neemt het meer regie op 26 van de meest urgente hoogspanningsprojecten en wordt ook een projectenaanpak ingezet voor de meest urgente middenspanningsprojecten.(zie noot 34)

De maatschappelijke gevolgen van netcongestie en de zwaarwegendheid van de belangen die door netcongestie worden geraakt, maken dat elk van deze maatregelen van belang wordt geacht om deze gevolgen zo snel als mogelijk weg te nemen. Elektriciteitsprojecten van 21 kV of meer vormen een essentiële schakel in het verzwaren van het elektriciteitsnet en daarmee het tegengaan van netcongestie. Hoewel niet lichtvaardig kan worden omgegaan met de gevolgen die dit heeft voor de rechtspraak, weegt dit op tegen het belang van het snel in handen hebben van een onherroepelijk besluit in zaken over de aangewezen besluiten. Dit is namelijk noodzakelijk om daadwerkelijk tot verzwaring van het elektriciteitsnet te komen. Naast de vele maatregelen die het Rijk al inzet om netcongestie tegen te gaan, wordt deze maatregel ook als doelmatig gezien.

Conclusie
De Afdeling adviseert in onderdeel 3a om de verwachte effectiviteit van de in het ontwerpbesluit voorziene maatregelen nader te motiveren in het licht van de randvoorwaarden voor aanwijzing van besluiten. In onderdeel 3b adviseert de Afdeling om de uitvoerbaarheid van de procedurele versnellingen dragend te motiveren en daarbij ook in te gaan op de gevolgen voor de rechtspraak en de financiële gevolgen. Deze motivering is hierboven in het licht van elke randvoorwaarde besproken.

Concluderend kan worden gesteld dat gelet op de rechtsbescherming, die gebaat is bij beroep in twee instanties, en gelet op de huidige werklast van de Afdeling die te kampen heeft met oplopende doorlooptijden, niet lichtvaardig kan worden omgegaan met het aanwijzen van besluiten waarop de procedurele versnellingen van toepassing zijn.

Juist daarom is de aanwijzing beperkt tot die besluiten die vanwege zwaarwegende maatschappelijke belangen versneld dienen te worden behandeld. Dit is terug te zien in de

reikwijdte van deze aanwijzing die alleen ziet op projecten voor aanleg of verzwaring van het elektriciteitsnet van 21kV, waar de netcongestie het meest speelt, en het beperkte aantal besluiten dat onder deze aanwijzing gaat vallen. Juist het kleine aantal zaken dat, als gevolg van deze aanwijzing, in potentie zal bijdragen aan de werklast van de Afdeling bestuursrechtspraak, afgezet tegen de zwaarwegende maatschappelijke belangen die gediend zijn met het verhelpen van netcongestie, maakt dat de tijdelijke gevolgen voor de rechtspraak door de regering gerechtvaardigd worden geacht.

Van de procedurele versnellingen wordt verwacht dat ze effectief zullen zijn, nu het beroep bij de rechtbank wordt overgeslagen, voor zover voorheen beroep in twee instanties gold, vanwege de uitspraaktermijn van zes maanden en omdat de aangewezen besluiten met voorrang worden behandeld. Er zal daarom eerder sprake zijn van een onherroepelijk besluit. Dit is van belang omdat een snelle uitbreiding van het elektriciteitsnet gebaat is bij duidelijkheid. Vanwege de onderlinge verbondenheid van het elektriciteitsnet en omdat werkzaamheden lang van tevoren moeten worden gepland, betekent een sneller onherroepelijk besluit ook dat sneller aan de realisatie van een project kan worden toegekomen.

Hoewel de Afdeling bestuursrechtspraak kampt met oplopende doorlooptijden vanwege de hoge werklast, wordt er in beginsel van uitgegaan dat de procedurele versnellingen uitvoerbaar zijn. Het gaat, gelet op de uitkomsten van het RUG-onderzoek en zoals bevestigd door de Raad voor de Rechtspraak om een beperkt aantal zaken die extra in eerste en enige aanleg naar de Afdeling bestuursrechtspraak zullen gaan. Ook het aantal besluiten dat al in eerste en enige aanleg naar de Afdeling bestuursrechtspraak ging en waarvoor nu ook de uitspraaktermijn van zes maanden gaat gelden is in dat opzicht beperkt. Het aantal zaken waarop de procedurele versnelling van toepassing zullen zijn en de doorlooptijden daarvan zullen daarnaast worden gemonitord en voor de duur van de aanwijzing jaarlijks in een verslag aan de beide Kamers van de Staten-Generaal worden aangeboden.

Een goed functionerende rechtspraak is van belang om te komen tot versnelling met behoud van rechtsbescherming. Om die reden werkt het kabinet, in aanvulling op de programma’s die de rechterlijke instanties zelf al hebben ingezet, aan oplossingen om de rechtspraak te ontlasten.

Overige wijzigingen
Tot slot zijn in de nota van toelichting ambtshalve enkele redactionele wijzigingen van ondergeschikte aard aangebracht en zijn de cijfers over het aantal te verwachten procedures geactualiseerd en de gevolgen daarvan.

Ik moge U hierbij, mede namens de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en in overeenstemming met de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, het ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting met bijlagen doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei

Voetnoten

(1) In verband met de kabinetswisseling wordt het advies gezonden aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat.
(2) Kamerstukken l, vergaderjaar 2024-2025, 36 512, c.
(3) Nota van toelichting, algemeen deel, paragraaf 2.2, ‘Hoofdlijnen van het voorstel’.
(4) Nota van toelichting, algemeen deel, paragraaf 1, ‘Inleiding’.
(5) Advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van 22 november 2023 over het voorstel van wet houdende wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting (Wet versterking regie volkshuisvesting), (W04.23.00198/I), Kamerstukken II 2023/24, 36 512, nr. 4, paragraaf 5.c, onder het kopje ‘Uitvoerbaarheid en haalbaarheid’.
(6) Idem.
(7) Memorie van Toelichting bij de Wet versterking regie volkshuisvesting, Kamerstukken II 2023/24, 36 512, nr. 3, paragraaf 3.1.9.1 onder het kopje ‘Randvoorwaarden aanwijzing bij amvb’.
(8) Idem.
(9) Idem.
(10) Nota van toelichting bij het ontwerpbesluit, algemeen deel, paragraaf 2.4, ‘Gevolgen voor de rechtsbescherming en de rechtspraak’.
(11) Nota van toelichting bij het ontwerpbesluit, algemeen deel, paragraaf 2.3, ‘Reikwijdte van de aanwijzing’.
(12) Memorie van Toelichting bij de Wet versterking regie volkshuisvesting, Kamerstukken II 2023/24, 36 512, nr. 3, paragraaf 3.1.9.1, onder het kopje ‘Randvoorwaarden aanwijzing bij amvb’.
(13) Zie de brief van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van 8 juli 2024 aan de minister van Klimaat en Groene Groei met een reactie op het consultatieverzoek over het voorstel voor het Besluit procedure versnellingen elektriciteitsprojecten.
(14) Zie in dit licht tevens het advies van de Afdeling advisering bij het wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting, Kamerstukken II 2023/24, 36 512, nr. 4.
(15) Nota van toelichting, algemeen deel, paragraaf 2.4, ‘Gevolgen voor de rechtsbescherming en de rechtspraak’.
(16) Kamerstukken II 2023/24, 36 512, nr. 3, paragraaf 3.1.9.1. Randvoorwaarden aanwijzing bij algemene maatregel van bestuur, p. 40 ev.
(17) Met de invoering van de Energiewet zijn de definities voor het landelijke en de regionale elektriciteitsnetten gewijzigd om beter aan te sluiten bij de terminologie in Europese regelgeving. Het transmissiesysteem voor elektriciteit is het landelijke elektriciteitsnet vanaf 110 kV. Alles daaronder valt onder de regionale netten, die nu distributiesystemen voor elektriciteit genoemd worden.
(18) Waar in dit nader rapport gesproken wordt over het elektriciteitsnet, wordt het complete systeem voor elektriciteit bedoeld, dus het transmissiesysteem en de distributiesystemen gezamenlijk.
(19) https://data.partnersinenergie.nl/capaciteitskaart/totaal/afname.
(20) Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 512, nr. 3, paragraaf 4.4.4., blz. 90
(21) Zie artikel 16.87a, vierde lid, van de Omgevingswet (nieuw).
(22) Artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving kent de vergunningvrije categorie: een bouwwerk voor een infrastructurele of openbare voorziening, voor zover het gaat om onder meer een bouwwerk voor een nutsvoorziening van (i) niet hoger dan 3 meter en met (ii) een oppervlakte van niet meer dan 15 vierkante meter.
(23) Investeringsplannen (IP's) | Netbeheer Nederland.
(24) Zoals uit de berekening in de NvT blijkt, gaat het om 18 tot 24 projecten die al in eerste en enige aanleg naar de Afdeling bestuursrechtspraak zouden gaan en waarvoor de termijn van zes maanden voor de uitspraak gaat gelden.
(25) Ter illustratie: door de invoering van emissie-vrije zones stijgt de vraag naar laadinfrastructuur. Aan deze vraag kan alleen voldaan worden als de transportcapaciteit in de betreffende regio dat toelaat.
(26) Zie bijvoorbeeld Rechtbank Amsterdam 25 april 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:4719 (bodemprocedure over plaatsing ‘Peperbus’ in Amsterdam).
(27) Vz. Rechtbank Gelderland 5 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1714 (handhavingsverzoek na plaatsing vergunningvrije trafo). Zie Prof. mr. dr. A.T. Marseille, Rijksuniversiteit Groningen, vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde, “De zeefwerking in procedures bij de bestuursrechter over elektriciteitsprojecten” van juni 2026.
(28) Zie de bepalingen in de Wet versterking regie volkshuisvesting: 16.87a, eerste lid, aanhef juncto artikel 16.87, derde lid (nieuw), van de Omgevingswet.
(29) Zoals in de Wet versterking regie volkshuisvesting: 16.87a, eerste lid, juncto 16.87, vierde lid (nieuw), van de Omgevingswet.
(30) Zoals in de Wet versterking regie volkshuisvesting: 16.87a, eerste lid, juncto 16.87, zesde lid (nieuw), van de Omgevingswet.
(31) Zoals in de wet Versterking regie volkshuisvesting: 16.87a, eerste lid, juncto 16.87, zevende lid (nieuw), van de Omgevingswet.
(32) Afwegingskader hoger beroep tegen burgers in het bestuursrecht, Ministerie van Justitie en Veiligheid.
(33) Advies ontwerpbesluit procedurele versnellingen elektriciteitsprojecten, Raad voor de rechtspraak, 5 september 2024 en Brief van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State met een consultatiereactie op het Besluit procedure versnellingen elektriciteitsprojecten, 8 juli 2024
(34) Zie de brief aan de Tweede Kamer van de Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei 2 april 2026, Kamerstukken II 2025/26, 29023, nr. 640.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon