Wijziging van het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht in verband met de uitvoering van de Verordening over de overdracht van strafvervolging.
- Kenmerk
- W16.25.00338/II
- Datum aanhangig
- 12 november 2025
- Datum vastgesteld
- 28 januari 2026
- Datum advies
- 28 januari 2026
- Datum publicatie
- 2 februari 2026
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2025/26, 36914, nr. 4
- Justitie en Veiligheid
- Wet
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 12 november 2025, no.2025002559, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht in verband met de uitvoering van Verordening (EU) 2024/3011 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 betreffende de overdracht van strafvervolging, met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 16 maart 2026
Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enkele redactionele en technische wijzigingen door te voeren in het wetsvoorstel en de memorie van toelichting.
De voornaamste wijziging betreft het verwerken van een rectificatie van de tekst van de verordening op vier punten (zie noot 1) in de memorie van toelichting. De rectificatie heeft geen gevolgen voor het wetsvoorstel.
In het wetsvoorstel is de inwerkingtredingsbepaling aangevuld, zodat er ook een voorziening is getroffen voor het onverhoopte geval waarin dit wetsvoorstel niet voor 1 februari 2027 tot wet is verheven en in het Staatsblad is gepubliceerd.
Ik verzoek U het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Justitie en Veiligheid
Nader rapport (reactie op het advies) van 16 maart 2026
Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enkele redactionele en technische wijzigingen door te voeren in het wetsvoorstel en de memorie van toelichting.
De voornaamste wijziging betreft het verwerken van een rectificatie van de tekst van de verordening op vier punten[1] in de memorie van toelichting. De rectificatie heeft geen gevolgen voor het wetsvoorstel.
In het wetsvoorstel is de inwerkingtredingsbepaling aangevuld, zodat er ook een voorziening is getroffen voor het onverhoopte geval waarin dit wetsvoorstel niet voor 1 februari 2027 tot wet is verheven en in het Staatsblad is gepubliceerd.
Ik verzoek U het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
Voetnoten
(1) Rectificatie van Verordening (EU) 2024/3011 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 betreffende de overdracht van strafvervolging, PbEU L 2025/90860