Vaststelling van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026.
- Kenmerk
- W02.25.00246/II
- Datum aanhangig
- 3 september 2025
- Datum vastgesteld
- 8 september 2025
- Datum advies
- 8 september 2025
- Datum publicatie
- 16 september 2025
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2024/25, 36820-XVII, nr. 4
- Buitenlandse zaken
- Wet
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 3 september 2025, no.2025001817, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026, met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 16 september 2025
Blijkens de adviezen van 8 september 2025, kan de Afdeling zich verenigen met de daarin voorgedragen voorstellen van Wet inzake de vaststelling van de begrotingsstaten 2026 (zgn. blanco adviezen).
Inmiddels is het noodzakelijk gebleken in een aantal begrotingen een wijziging aan te brengen. Ik verwijs Uwe Majesteit daarvoor naar de bijlagen bij dit Nader Rapport.
Ten behoeve van de afdeling Advisering van de Raad van State doe ik
Uwe Majesteit een afschrift toekomen van dit Nader Rapport en van de daarbij behorende bijlagen.
Overeenkomstig de door U verleende machtiging van 6 maart 1992, nr. 92.002038, zal de ondergetekende de begrotingsstukken voor het jaar 2026 op de derde dinsdag van september bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal indienen.
In afwijking van het vierde lid: worden in geval van voorstellen van algemene begrotingswetten en de stukken betreffende de verantwoording van de ontvangsten en de uitgaven van het Rijk als bedoeld in artikel 105, eerste, tweede en derde lid, van de Grondwet, de daarbij behorende toelichtende stukken, alsmede in geval van een op het in artikel 65 van de Grondwet bedoelde tijdstip ingediende voorstel van wet voor zover dat voorstel betrekking heeft op het heffen van belasting, de versies waarover een adviesaanvraag wordt gedaan, de op die versies betrekking hebbende adviezen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, en de op die versies betrekking hebbende onderzoeken als bedoeld in het tweede lid, onderdeel j, openbaar gemaakt gelijktijdig met de indiening van het voorstel van wet of de stukken bij de Staten-Generaal.
Hoogachtend,
de minister van Financiën