Uitvoeringsbesluit Datagovernanceverordening.
- Kenmerk
- W04.25.00177/I
- Datum aanhangig
- 14 juli 2025
- Datum vastgesteld
- 15 oktober 2025
- Datum advies
- 15 oktober 2025
- Datum publicatie
- 20 oktober 2025
- Vindplaats
- Staatscourant 2026, 24854
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 14 juli 2025, no.2025001612, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende nadere regels ter uitvoering van de Uitvoeringswet datagovernanceverordening in verband met het aanwijzen van bevoegde organen, het leveren van bijstand door die bevoegde organen en de vergoedingen voor het hergebruik van gegevens (Uitvoeringsbesluit datagovernanceverordening), met nota van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen over het ontwerpbesluit en adviseert het besluit te nemen.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 3 juli 2026
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om een drietal delegatiebepalingen in het besluit nader toe te spitsen.
De delegatiebepaling in artikel 2, derde lid, is nader gespecificeerd en geclausuleerd om het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) beter in staat te stellen om een goede uitvoering te geven aan diens taak als bevoegd orgaan onder de datagovernanceverordening. De delegatiebepaling in artikel 4, voormalig eerste lid, is gesplitst in twee nieuwe leden. Het eerste lid is anders geformuleerd om beter aan te sluiten bij de tekst van de Datagovernanceverordening. Het tweede lid betreft nu een dwingendrechtelijke bepaling ten aanzien van de doelbinding van gegevenshergebruik waarbij het CBS bijstand verleent. Hiermee wordt beoogd zeker te stellen dat deze gegevens niet worden hergebruikt voor andere dan statistische of wetenschappelijke doeleinden. De delegatiebepaling in artikel 5, derde lid, is juist facultatief gemaakt, omdat nader onderzoek heeft uitgewezen dat invulling van die grondslag niet op voorhand noodzakelijk is. Voorts is de nota van toelichting bij al deze onderwerpen aangevuld, in het bijzonder paragrafen 2.3 en 2.5 van het algemeen deel van de toelichting en de artikelsgewijze toelichting bij de artikelen 2, derde lid, 4, eerste lid, 5, derde lid. Tot slot is de nota van toelichting aangevuld met een korte transponeringstabel.
Ik moge U hierbij, in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken en Klimaat, het hierbij gevoegde gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting (wederom) doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties