Wijziging van de Omgevingswet, Algemene wet bestuursrecht en de Wet windenergie op zee.
- Kenmerk
- W19.25.00185/IV
- Datum aanhangig
- 11 juli 2025
- Datum vastgesteld
- 15 oktober 2025
- Datum advies
- 15 oktober 2025
- Datum publicatie
- 20 oktober 2025
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2025/26, 36872, nr. 4
- Klimaat en Groene Groei
- Wet
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 11 juli 2025, no.2025001601, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Klimaat en Groene Groei, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Omgevingswet, Algemene wet bestuursrecht en de Wet windenergie op zee ter implementatie van onderdelen van de met Richtlijn 2023/2413 gewijzigde richtlijn hernieuwbare energie (REDIII, versnellen en vergunnen), met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 15 december 2025
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om het wetsvoorstel op een aantal ondergeschikte punten aan te passen. Dit ten eerste door in voorgesteld eerste lid, van artikel 2.47, van de Omgevingswet te concretiseren dat de Minister van Klimaat en Groene Groei het contactpunt is, wanneer diezelfde Minister bevoegd is om het besluit over het hernieuwbare energieproject in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vast te stellen. Ten tweede is een aantal samenloopbepalingen toegevoegd in verband met de tekstuele afhankelijkheid tussen het voorstel, de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en het wetsvoorstel Wet versterking regie Volkshuisvesting. Tot slot is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de memorie van toelichting te verduidelijken en op de eerder genoemde punten aan te vullen.
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Klimaat en Groene Groei