Besluit gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten.
- Kenmerk
- W16.24.00281/II
- Datum aanhangig
- 2 oktober 2024
- Datum vastgesteld
- 11 december 2024
- Datum advies
- 11 december 2024
- Datum publicatie
- 16 december 2024
- Vindplaats
- Staatscourant 2025, 10478
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 2 oktober 2024, no.2024002173, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot uitvoering van de Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten (Besluit gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit werkt het wetsvoorstel gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten uit. Het wetsvoorstel regelt het delen en verwerken van gegevens binnen de casusoverleggen radicalisering en terroristische activiteiten. In het wetsvoorstel zijn waarborgen opgenomen, die op onderdelen verder worden ingevuld door het ontwerpbesluit.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een opmerking over het ontwerpbesluit. In de praktijk blijken regionale verschillen te bestaan in hoe de drie kernpartijen (politie, het Openbaar Ministerie en de gemeente) omgaan met casussen die door deelnemers bij hen worden aangemeld voor behandeling in de weegploeg. In sommige gevallen geven de kernpartijen casussen direct door aan de weegploeg, in andere gevallen voeren zij een zogenoemde pre-weging uit.
De Inspectie Justitie en Veiligheid heeft aanbevolen ten behoeve van deze pre-weging te voorzien in landelijke normen. Het wetsvoorstel en het ontwerpbesluit bevatten hierover geen regels. De Afdeling adviseert in de toelichting op het ontwerpbesluit te verduidelijken hoe deze pre-weging zich verhoudt tot het wettelijk stelsel en op welke wijze invulling gegeven zal worden aan de aanbevelingen van de Inspectie Justitie en Veiligheid.
In verband daarmee is aanpassing van de toelichting op het ontwerpbesluit wenselijk.
Achtergrond en inhoud ontwerpbesluit
Het wetsvoorstel gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten (hierna: het wetsvoorstel) beoogt de wettelijke basis te verstevigen onder de casusoverleggen die op lokaal niveau plaatsvinden om radicalisering en terroristische activiteiten te helpen voorkomen en bestrijden. In juni 2021 adviseerde de Afdeling dit wetsvoorstel zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen met de Wet gegevensverwerking samenwerkingsverbanden (WGS). (zie noot 1) Beide regelingen geven immers een kader voor structurele samenwerking tussen instanties in het veiligheidsdomein met het oog op de verwerking van persoonsgegevens. Het is vanuit zowel het oogpunt van harmonisatie van wetgeving als met het oog op een effectieve uitvoering van belang dat onnodige verschillen tussen deze regelingen worden voorkomen. De regering volgde het advies op en gaf het wetsvoorstel dezelfde systematiek en waarborgen als de WGS. Dit vertaalt zich ook door in het ontwerpbesluit; dat is grotendeels gelijkluidend aan het Besluit gegevensverwerking samenwerkingsverbanden. (zie noot 2)
Het ontwerpbesluit werkt het wetsvoorstel gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten verder uit en regelt aanvullende waarborgen. Het besluit wijst een deelnemende overheidsinstantie aan als contactpunt voor personen over wie informatie wordt verwerkt. Ook regelt het de werkwijze en de verantwoordelijkheidsverdeling van de deelnemers bij de uitoefening van AVG-rechten van de betrokkene. Het stelt daarnaast regels over de inhoud en de wijze van uitvoering van audits en regelt de instelling, werkwijze en samenstelling van de rechtmatigheidsadviescommissie.
Pre-weging casussen voorafgaande aan inbrengen bij weegploeg
Het wetsvoorstel schrijft voor dat, voordat een casusoverleg kan plaatvinden, eerst een voorbereidende afweging plaatsvindt. Een deelnemer aan het casusoverleg kan een casus aanmelden bij één van de drie kernpartijen (de politie, gemeente en het Openbaar Ministerie). (zie noot 3) Het ontwerpbesluit bevat waarborgen voor de kwaliteit van de aangemelde casus door deelnemers te verplichten de feitelijke juistheid en kwaliteit van de casus te toetsen voorafgaande aan de aanmelding. (zie noot 4) De drie kernpartijen tezamen vormen de zgn. weegploeg. De weegploeg beoordeelt of de casus past binnen het doel van het casusoverleg. Zij houden daarbij rekening met objectieve criteria. (zie noot 5)
In augustus 2024 bracht de Inspectie JenV een rapport uit over vroegsignalering van radicalisering in het lokale domein. (zie noot 6) In dat rapport constateert de Inspectie dat regionaal door kernpartijen verschillend wordt omgegaan met signalen die worden aangemeld. (zie noot 7) Sommige kernpartijen brengen alle signalen in bij de weegploeg, andere kernpartijen verrichten een eigen pre-weging voordat zij een signaal inbrengen. Hierdoor kan de beoordeling van hetzelfde signaal verschillen per regio en per organisatie. De Inspectie beveelt de minister aan eenduidige, objectieve en landelijke normen te creëren wanneer sprake is van een signaal dat dient te worden ingebracht in de weegploeg. (zie noot 8) In de beleidsreactie geeft de minister aan dat hij de NCTV heeft gevraagd deze aanbevelingen mee te nemen in de implementatie van het wetsvoorstel gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten. (zie noot 9)
Het wetsvoorstel noch het ontwerpbesluit gaat in op de door de Inspectie geconstateerde regionale verschillen en de pre-weging door de kernpartijen. Onduidelijk is of en zo ja, welke gevolgen deze praktijk heeft voor de inhoud van wetsvoorstel en ontwerpbesluit. De Afdeling adviseert in de toelichting op het ontwerpbesluit uit te leggen hoe deze pre-weging zich verhoudt tot het wettelijk stelsel en op welke wijze invulling gegeven zal worden aan de aanbevelingen van de Inspectie.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een opmerking bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 19 maart 2025
Naar aanleiding van dit advies is de artikelsgewijze toelichting bij artikel 7 aangevuld, door opname van een speciale subparagraaf "Pre-weging voorafgaand aan aanmelding van een casus". Hierin is toegelicht dat onderscheid moet worden gemaakt tussen enerzijds de situatie dat een deelnemer een casus aanmeldt bij één van de deelnemers van de weegploeg (op grond van artikel 5, eerste lid, van de wet) en anderzijds melding bij een lid van de weegploeg door een ieder (op grond van artikel 5, tweede lid, van de wet). Als het weegploeglid een aanmelding van een deelnemer heeft ontvangen, agendeert hij die aanmelding in de weegploeg, waarna de drie weegploegleden gezamenlijk de aangemelde casus moeten beoordelen. Indien een weegploeglid echter een melding heeft ontvangen van een derde, dan moet dat weegploeglid aan de hand van de criteria uit artikel 5, eerste lid, van de wet en artikel 7 van het besluit beoordelen (de "pre-weging")of het geraden is dat hij de casus aanmeldt bij de weegploeg ten behoeve van gezamenlijke weging. Een dergelijke pre-weging van een melding past dus binnen de wet. Bovendien is voorzien in de door de Inspectie aanbevolen eenduidige, objectieve en landelijke normen voor de pre-weging door de criteria van artikel 5, eerste lid, van de wet en door artikel 7 van het besluit.
Van de gelegenheid is gebruikgemaakt om de artikelsgewijze toelichting op de artikelen 13, tweede en zesde lid, en 14, eerste lid, aan te vullen met passages die in de nota van toelichting bij het Besluit gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (Stb. 2024, 380) zijn opgenomen naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over identieke bepalingen uit dat besluit. Deze passages betreffen enerzijds een toelichting op de verhouding tussen de rechtmatigheidsadviescommissie en de (coördinerende) functionarissen voor gegevensbescherming, en anderzijds de mogelijkheid dat de rechtmatigheidsadviescommissie een externe voorzitter heeft.
Tevens is van de gelegenheid gebruikgemaakt om in artikel 17 te expliciteren dat de opleidings- en trainingsverplichting ook geldt jegens de medewerkers van de weegploeg. Dit is aangekondigd in de nota naar aanleiding van het tweede verslag aan de Eerste Kamer. (zie noot 10)
Ik bied U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting aan en verzoek U overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
Voetnoten
(1) Advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van 21 juni 2021 over het wetsvoorstel gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten (W16.21.0056/II), Kamerstukken II 2022/23. 36 225, nr. 4.
(2) Stb. 2024, 380. De Afdeling advisering adviseerde op 7 oktober 2024 over het ontwerpbesluit (W16.24.00142/II), Uitvoering van de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden. - Raad van State.
(3) Artikel 5, eerste lid, Wetsvoorstel gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten.
(4) Voorgesteld artikel 7, eerste lid.
(5) Het wetsvoorstel noemt als voorbeeld de mate waarin betrokkene bereid is geweld tot te passen of te propageren, de mate waarin betrokkene vasthoudt aan extremistische denkbeelden, zijn sociale relaties, de mate van identificatie met een extremistische groep of ideologie, en zijn zelfredzaamheid. Artikel 5, derde lid, Wetsvoorstel gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten.
(6) https://www.inspectie-jenv.nl/Publicaties/rapporten/2024/08/08/rapport-onderzoek-vroegsignalering-van-radicalisering-in-het-lokale-domein.
(7) De Inspectie hanteert niet de wettelijke term casussen maar "signalen", Rapport Inspectie Justitie en Veiligheid, Vroegsignalering van radicalisering in het lokale domein, onderzoek naar de beginfase van de Persoonsgerichte aanpak radicalisering, Kamerstukken II 2023/24, 29754, 728.
(8) Rapport Inspectie Justitie en Veiligheid, Vroegsignalering van radicalisering in het lokale domein, onderzoek naar de beginfase van de Persoonsgerichte aanpak radicalisering, Kamerstukken II 2023/24, 29754, 728, pp. 6, 23, 35 en 38.
(9) Kamerstukken II 2023/24, 29754, 731, p. 5.
(10) Kamerstukken I 2024/25, 36225, E, antwoord op vraag 8.