Besluit bemanning zeeschepen.
- Kenmerk
- W17.24.00137/IV
- Datum aanhangig
- 14 juni 2024
- Datum vastgesteld
- 21 augustus 2024
- Datum advies
- 21 augustus 2024
- Datum publicatie
- 26 augustus 2024
- Vindplaats
- Staatscourant nr. 2025, nr. 12216
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 14 juni 2024, no.2024001432, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende bepalingen over het bemannen van zeeschepen (Besluit bemanning zeeschepen), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit is onderdeel van de modernisering van de regels voor de bemensing (in navolging van de wet, hierna: de bemanning) aan boord van zeeschepen en vervangt het Besluit zeevarenden en het Schepelingenbesluit. In het ontwerpbesluit worden de minimumeisen voor de verschillende functies aan boord van zeeschepen, die voortvloeien uit de verschillende internationale verdragen en Europese richtlijnen op dit terrein, op een nieuwe wijze vastgelegd. Met het ontwerpbesluit wordt daarnaast aangesloten bij de nieuwe hoofdstukindeling van het wetsvoorstel bemanning zeeschepen.
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt een opmerking over de voorwaarden voor het verlenen van een ontheffing van de verplichting om een zeeschip overeenkomstig het bemanningscertificaat te bemannen. Deze voorwaarden worden in het ontwerpbesluit uitgewerkt, terwijl hiervoor een grondslag ontbreekt. In dit licht adviseert de Afdeling om de voorwaarden voor het verlenen van de ontheffing niet in het ontwerpbesluit op te nemen.
De Afdeling merkt daarnaast op dat in het ontwerpbesluit sprake is van (her)implementatie van Unierecht. In dat kader adviseert de Afdeling een transponeringstabel op te nemen, waaruit blijkt hoe de richtlijnbepalingen op het terrein van de bemanning van zeeschepen worden ge(her)implementeerd in het ontwerpbesluit.
In verband met deze opmerkingen is aanpassing van het ontwerpbesluit en de toelichting wenselijk.
1. Achtergrond en inhoud van het ontwerpbesluit
Met de regels voor de bemanning van zeeschepen wordt beoogd de veiligheid van de zeescheepvaart en het welzijn van zeevarenden te bevorderen. (zie noot 1) Het ontwerpbesluit bevat onder meer bepalingen met betrekking tot het veilig bemannen van zeeschepen, het bemanningsplan en het bemanningscertificaat, de vaarbevoegdheden, kennis- en ervaringseisen en de medische keuring van zeevarenden. Ook bevat het ontwerpbesluit bepalingen op het gebied van de werk- en leefomstandigheden aan boord van zeeschepen. Met deze regels wordt uitvoering gegeven aan de verplichtingen die voortvloeien uit de verdragen van de International Maritime Organization (IMO), de verdragen van de International Labour Organization (ILO) en de EU-richtlijnen op het gebied van de bemanning van zeeschepen. (zie noot 2)
De bepalingen in het ontwerpbesluit zijn grotendeels overgenomen uit het Besluit zeevarenden, dat met dit ontwerpbesluit komt te vervallen. Een belangrijke inhoudelijke wijziging ten opzichte van het Besluit zeevarenden is echter de wijze waarop de minimumeisen voor de verschillende functies op zeeschepen uit de verdragen en EU-richtlijnen worden vastgelegd in het ontwerpbesluit. In het huidige besluit zijn deze eisen per kennisbewijs uitgeschreven, zonder dat wordt aangegeven om welke verdragseis of richtlijnbepaling het gaat. Het is daardoor niet altijd duidelijk of bepaalde verdragseisen en richtlijnbepalingen zijn uitgewerkt in regelgeving. Dit heeft geresulteerd in een ingebrekestelling ten aanzien van de implementatie van richtlijn 2008/106/EG, die later is vervangen door richtlijn (EU) 2022/993.
Mede naar aanleiding van deze ingebrekestelling is ervoor gekozen om in het ontwerpbesluit de minimumeisen niet uit te schrijven, maar steeds te verwijzen naar de betreffende verdragseis of richtlijnbepaling. (zie noot 3) De specifieke beroepseisen, zoals de vereiste kennisbewijzen, de aanvullende verplichte bekwaamheidsbewijzen en eventueel vereiste diensttijd worden vervolgens per functie ingevuld in de Regeling bemanning zeeschepen. Met deze nieuwe opzet wordt beoogd sneller en eenvoudiger te kunnen reageren op verdrags- en richtlijnwijzigingen. (zie noot 4)
2. Ontbreken grondslag
Een zeeschip dient te zijn bemand overeenkomstig het bemanningscertificaat, waarop het minimumaantal bemanningsleden en hun functies staat omschreven. Van deze verplichting kan alleen bij uitzondering worden afgeweken. In bijzondere gevallen en indien er geen risico is voor de veiligheid, kan de minister voor uiterlijk zes maanden een ontheffing verlenen. Dit is geregeld in het wetsvoorstel bemanning zeeschepen, dat in april door de Tweede Kamer is aangenomen en de huidige Wet zeevarenden vervangt. (zie noot 5)
In het ontwerpbesluit wordt nader uitgewerkt onder welke voorwaarden een ontheffing van de verplichting om een zeeschip te bemannen overeenkomstig het bemanningscertificaat wordt verleend. (zie noot 6) In het wetsvoorstel bemanning zeeschepen is echter geen delegatiegrondslag opgenomen op grond waarvan de voorwaarden voor een dergelijke ontheffing kunnen worden uitgewerkt bij algemene maatregel van bestuur (amvb). In de huidige Wet zeevarenden was wel voorzien in het stellen van voorwaarden bij amvb, (zie noot 7) maar deze grondslag is niet overgenomen in het wetsvoorstel bemanning zeeschepen. Daarmee is niet duidelijk waarop de uitwerking van de voorwaarden voor het verlenen van een ontheffing in het ontwerpbesluit is gebaseerd.
In het licht van het voorgaande adviseert de Afdeling om de voorwaarden voor het verlenen van een ontheffing van de verplichting om een zeeschip te bemannen overeenkomstig het bemanningscertificaat uit het ontwerpbesluit te halen.
3. Transponeringstabel
Met het ontwerpbesluit wordt onder meer uitvoering gegeven aan de EU-richtlijnen op het gebied van de bemanning van zeeschepen. (zie noot 8) Daarmee is sprake van (her)implementatie van Unierecht. In een dergelijk geval is gebruikelijk dat de toelichting een transponeringstabel bevat waaruit blijkt of en hoe de afzonderlijke bepalingen van de desbetreffende richtlijn zijn of worden geïmplementeerd. (zie noot 9) Dit biedt overzicht aan de rechtspraktijk en komt de kwaliteit van de wetgeving ten goede.
In de toelichting bij het ontwerpbesluit is echter uitsluitend een tabel opgenomen waaruit blijkt op welke wijze de bepalingen uit het huidige Besluit zeevarenden worden omgezet in het ontwerpbesluit. (zie noot 10) Daarnaast wordt verwezen naar de toelichting bij het wetsvoorstel bemanning zeeschepen, waarin wel een transponeringstabel is opgenomen.
In deze transponeringstabel wordt aangegeven welke artikelen uit de richtlijnen en verdragen in het ontwerpbesluit worden uitgewerkt, maar wordt niet aangegeven in welke specifieke artikelen van het ontwerpbesluit dit gebeurt. Daarmee is niet duidelijk op welke wijze de richtlijnbepalingen in het ontwerpbesluit worden ge(her)implementeerd.
De Afdeling adviseert in de toelichting bij het ontwerpbesluit een transponeringstabel op te nemen, waaruit blijkt hoe de richtlijnbepalingen op het terrein van de bemanning van zeeschepen in het ontwerpbesluit worden geïmplementeerd.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 10 maart 2025
2. Ontbreken grondslag
Dit advies is overgenomen. Artikel 2.1.10 van het ontwerpbesluit inzake de ontheffing van de verplichting om een zeeschip overeenkomstig het bemanningscertificaat te bemannen is met de bijbehorende toelichting geschrapt.
3. Transponeringstabel
Dit advies is overgenomen. Er is een transponeringstabel opgenomen in de nota van toelichting.
Van de gelegenheid is gebruikgemaakt om in artikel 3.3.4, vierde lid, (bijzondere beroepseisen IGF-schip) een wijziging door te voeren. In het vierde lid was opgenomen dat een bekwaamheidsbewijs als bedoeld in het tweede of derde lid van dat artikel op verzoek wordt vernieuwd indien de houder aantoont dat hij gedurende vijf jaar voorafgaand aan de vernieuwing door opgedane ervaring voldoet aan voorschrift V/3, elfde lid, van bijlage I bij richtlijn (EU)2022/993. (zie noot 11) Deze verwijzing bleek echter niet de vereiste duidelijkheid te geven. Door te bepalen dat tenminste drie maanden relevante diensttijd dient te worden aangetoond in de vijf jaar voorafgaand aan de vernieuwing, wordt deze duidelijkheid alsnog gegeven en wordt voldaan aan het bovengenoemde voorschrift van richtlijn (EU)2022/993.
Verder is van de gelegenheid gebruikgemaakt om in de artikelen 3.5.3 en 3.5.4 naast zeevarenden ook de kapitein, stuurman, werktuigkundige, officier elektrotechniek, maritiem officier aan te wijzen voor het bezit van een bekwaamheidsbewijs reddingmiddelen en een bekwaamheidsbewijs brandbestrijding voor gevorderden. Deze aanwijzing was per abuis weggevallen. Daarmee zijn deze artikelen geheel in lijn gebracht met de daarmee corresponderende eisen zoals opgenomen in artikel 40, tweede en vierde lid, in het Besluit zeevarenden. Tevens zijn artikel 3.5.3, zesde lid, en artikel 3.5.4, vijfde lid, geschrapt. Deze correctie is gedaan omdat er omstandigheden kunnen zijn die vereisen dat het bekwaamheidsbewijs reddingmiddelen of een bekwaamheidsbewijs brandbestrijding voor gevorderden vereist is op zeeschepen waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven met een beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust. Die omstandigheden zijn gerelateerd aan de specifieke kenmerken en uitrusting van een zeeschip en komen tot uiting op het afgegeven bemanningscertificaat.
Ik bied U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting aan en verzoek u overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat
Voetnoten
(1) Memorie van toelichting, Algemeen deel, paragraaf 1 (Inleiding).
(2) Memorie van toelichting, Algemeen deel, paragraaf 1 (Inleiding).
(3) Kamerstukken II 2023/24, 36 440, nr. 3, p. 11.
(4) Kamerstukken II 2023/24, 36 440, nr. 3, p. 11.
(5) Zie artikel 20, tweede en vijfde lid van het gewijzigde wetsvoorstel bemanning zeeschepen (Kamerstukken I 2023/24, 36 440, A).
(6) Dit gebeurt in artikel 2.1.10, eerste en vierde lid, van het ontwerpbesluit.
(7) Zie artikel 16 van de Wet zeevarenden, waarin de zinsnede ‘met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels’ is opgenomen.
(8) Memorie van toelichting, Algemeen deel, paragraaf 1 (Inleiding).
(9) Zie ook Aanwijzing 9.12 (Transponeringstabel EU-implementatieregeling) van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
(10) Hoewel deze tabel in de toelichting wordt aangeduid als transponeringstabel, ziet de tabel niet op de implementatie van EU-recht. Het verdient aanbeveling om - in overeenstemming met de Europese wetgevingspraktijk - voor die tabel de onderscheidende term ‘concordantietabel’ te hanteren.