Wijziging van de Penitentiaire beginselenwet in verband met aanvullende maatregelen tegen georganiseerde criminaliteit tijdens detentie.
- Kenmerk
- W16.24.00133/II
- Datum aanhangig
- 10 juni 2024
- Datum vastgesteld
- 12 juni 2024
- Datum advies
- 12 juni 2024
- Datum publicatie
- 17 juni 2024
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2023/24, 36583, nr. 4
- Justitie en Veiligheid
- Wet
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 10 juni 2024, no.2024001404, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de wijziging van het voorstel van wet houdende wijziging van de Penitentiaire beginselenwet in verband met aanvullende maatregelen tegen georganiseerde criminaliteit tijdens detentie, met memorie van toelichting.
Met deze wijzigingswet komt een tweetal amendementen (zie noot 1) dat op 12 maart 2024 is aangenomen door de Tweede Kamer bij het wetsvoorstel tot wijziging van de Penitentiaire beginselenwet te vervallen wegens, zo constateert de toelichting, strijd met de Grondwet, het EVRM en het Handvest. Mede gelet op de voorgeschiedenis onderschrijft de Afdeling dit voorstel.
Daarnaast wijzigt dit voorstel twee artikelen die als gevolg van een aangenomen amendement onderdeel zijn geworden van de wet tot wijziging van de Penitentiaire beginselenwet. (zie noot 2) Door de voorgestelde wijziging wordt de ondergrens voor contact met (niet geprivilegieerde) derden - telefonisch, dan wel via bezoek - in stand gelaten. Dat contact is wel gemaximeerd voor gedetineerden op de EBI en in de AIT. Deze mogelijkheden voor telefonisch contact en bezoek kunnen bij uitzondering worden verruimd in het licht van het recht op privé- en familieleven. Dit laat onverlet dat de minister op basis van een individuele afweging onder bijzondere omstandigheden kan bevelen contact met (niet geprivilegieerde) derden te beperken. Het wetsvoorstel maakt het zo voor de minister mogelijk maatwerk te leveren gericht op de individuele gedetineerde. Dit is zowel van belang vanuit een grondrechtelijk perspectief als met het oog op een veilige tenuitvoerlegging van de detentie. In het licht van de voorgestelde wijzigingen ziet de Afdeling dan ook geen aanleiding tot het maken van opmerkingen.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
De vice-president van de Raad van State
Nader Rapport (reactie op het advies) van 21 juni 2024
Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om een technische wijziging door te voeren in artikel 40d, derde lid, onderdelen d en e. In deze onderdelen zal worden verwezen naar de aangepaste artikelen 40b en 40c.
Ik verzoek U het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister voor Rechtsbescherming
Voetnoten
(1) Amendementen van de leden Helder en Ellian, Kamerstukken II 2023/24, 36372, nrs. 10 en 12.
(2) Artikelen 40b en 40c zoals gewijzigd bij amendement van het lid Ellian, Kamerstukken II 2023/24, 36372, nr. 9.