Wijziging van de Schepenwet in verband met de noodzaak tot modernisering van regels, het opleggen van verplichtingen aan de scheepseigenaar en het invoegen van een mogelijkheid tot ongevallenonderzoek.
- Kenmerk
- W17.24.00100/IV/K
- Datum aanhangig
- 3 mei 2024
- Datum vastgesteld
- 3 juli 2024
- Datum advies
- 3 juli 2024
- Datum publicatie
- 8 juli 2024
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2024/25, 36647 (R2204), nr. 4
- Infrastructuur en Waterstaat
- Wet
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 3 mei 2024, no.2024001112, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet tot wijziging van de Schepenwet in verband met de noodzaak tot modernisering van regels, het opleggen van verplichtingen aan de scheepseigenaar en het invoegen van een mogelijkheid tot ongevallenonderzoek, met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk heeft geen opmerkingen over het voorstel van rijkswet en adviseert het voorstel in te dienen bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal en over te leggen aan de Staten van Aruba, die van Curaçao en die van Sint Maarten.
De vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk
Nader rapport (reactie op het advies) van 6 november 2024
Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in het voorstel van rijkswet en bijbehorende de memorie van toelichting een aantal redactionele verbeteringen aan te brengen. Na het advies bleek dat abusievelijk de momenteel in de Schepenwet opgenomen uitzonderingen op het toepassingsbereik voor schepen die zijn geregistreerd op één van de BES-eilanden op grond van de Vaartuigenwet 1930 BES, waren vervallen. Hierop is artikel 2, tweede lid, aangevuld met de onderdelen a tot en met c, en zijn de onderdelen met betrekking tot artikel 2bis verletterd naar onderdelen d tot en met f. Inhoudelijk brengt dit geen verandering met zich mee ten opzichte van de huidige situatie.
Ik verzoek U het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van rijkswet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Staten van Aruba, de Staten van Curaçao en de Staten van Sint Maarten te zenden.
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT