Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek San Marino tot het vermijden van dubbele belasting.
- Kenmerk
- W02.23.00368/II/K
- Datum aanhangig
- 12 december 2023
- Datum vastgesteld
- 7 februari 2024
- Datum advies
- 7 februari 2024
- Datum publicatie
- 12 februari 2024
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2023/24, 36553 (R2195), B / nr. 2
- Buitenlandse zaken
- Verdrag
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 12 december 2023, no.2023002922, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek San Marino tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting; San Marino, 20 november 2023 (Trb. 2023, 133), met toelichtende nota.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk heeft geen opmerkingen over het verdrag.
De Afdeling adviseert het verdrag aan de beide Kamers der Staten-Generaal en aan de Staten van Curaçao over te leggen.
De waarnemend vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk
Nader rapport (reactie op het advies) van 5 april 2024
Het verdrag geeft de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruikgemaakt om in de toelichtende nota enkele verduidelijkingen aan te brengen. Zo is in I. Algemeen deel de aanloop naar de totstandkoming nader toegelicht en is in datzelfde deel en II.28 Artikelsgewijze toelichting; artikel 28 de uitbreidingsbepaling nader toegelicht.
Ik verzoek U mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en aan de Staten van Curaçao.
De Minister van Buitenlandse Zaken
Tweede nader rapport van 22 augustus 2024
Bij brieven van 25 april 2024, overgelegd op 7 mei 2024, heeft de Minister vervolgens het verdrag overgelegd (Kamerstukken I / II 2023-2024, 36553 (R2195), A / nr. 1).
Op 5 juni 2024 hebben 44 leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal overeenkomstig artikel 5, eerste lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, de wens te kennen gegeven dat het verdrag aan de uitdrukkelijke goedkeuring van de Staten-Generaal zal worden onderworpen.
In verband hiermee bied ik U het hierboven vermelde voorstel van rijkswet aan.
Op grond van artikel 19, onder b, van de Wet op de Raad van State kan het horen van de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk achterwege blijven aangezien de Afdeling advisering al gehoord is in het kader van de stilzwijgende goedkeuringsprocedure.
Ik verzoek u derhalve het hierbij gevoegde voorstel van rijkswet en de memorie van toelichting rechtstreeks aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en de Staten van Curaçao te zenden.
De Minister van Buitenlandse Zaken