Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vorstendom Andorra tot het vermijden van dubbele belasting (Trb. 2023, 128).


Volledige tekst

Bij Kabinetsmissive van 29 november 2023, no.2023002811, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken mede namens de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vorstendom Andorra tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting; Marrakesh, 12 oktober 2023 (Trb. 2023, 128), met toelichtende nota.

Het verdrag met protocol bevat afspraken om dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen te vermijden en om het ontduiken en ontwijken van belasting te voorkomen.

De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert in de toelichtende nota aandacht te besteden aan het onder het toepassingsbereik van het verdrag vallen van de Wet minimumbelasting 2024 en aan het informeren van Andorra over de minimumbelasting. In verband hiermee is aanpassing wenselijk van de toelichting.

Het verdrag met protocol is op 12 oktober 2023 ondertekend. Het verdrag bevat een opsomming van de op het moment van ondertekening van kracht zijnde Nederlandse en Andorrese belastingen waarop het verdrag van toepassing is. Het verdrag is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die na ondertekening van het verdrag naast of in de plaats van de opgesomde belastingen worden geheven. (zie noot 1) Andorra en Nederland dienen elkaar in kennis te stellen (te notificeren) van alle wezenlijke wijzigingen in hun nationale belastingwetgeving. (zie noot 2)

De toelichtende nota besteedt geen aandacht aan de per 1 januari 2024 ingevoerde Wet minimumbelasting 2024. Uit de toelichtende nota blijkt daarom niet of de minimumbelasting een gelijke of in wezen gelijksoortige belasting is en of Nederland hiervan een mededeling aan Andorra zal doen.

Uit eerdere Kamerstukken is op te maken dat de regering de minimumbelasting aanmerkt als belasting die valt onder het toepassingsbereik van reeds in werking getreden verdragen. (zie noot 3) Ook is hieruit op te maken dat de regering ervan uitgaat dat verdragspartijen via OESO-updates inzake de implementatie van de Pijler 2-regels op de hoogte raken van de invoering van de minimumbelasting in Nederland en de regering afzonderlijke notificatie daarom niet van toegevoegde waarde vindt.

Het nu voorliggende verdrag is het eerste belastingverdrag dat na inwerkingtreding van de Wet minimumbelasting 2024 moet worden geratificeerd. Los van een standpunt dat de regering inneemt over notificatie bij reeds in werking getreden verdragen, roept dit de vraag op of de fase waarin dit verdrag zich bevindt niet om een eigen afweging over notificatie vraagt. (zie noot 4) Ook om die reden is aanvulling van de toelichting wenselijk.

De Afdeling adviseert in de toelichtende nota aandacht te besteden aan de minimumbelasting en aan het informeren van Andorra over deze belasting.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het verdrag en adviseert daarmee rekening te houden voordat het verdrag aan de beide Kamers der Staten-Generaal wordt overlegd.

De vice-president van de Raad van State


Voetnoten

(1) Artikel 2, vierde lid, van het verdrag.
(2) Artikel 2, vierde lid, van het verdrag.
(3) Verslag van een schriftelijk overleg over het fiche Richtlijn minimumniveau aan belastingheffing Kamerstukken II 2021/22, 22112, nr. 3339 en het nader rapport bij het advies over het wetsvoorstel Wet minimumbelasting 2024 Kamerstukken II 2022/23, 36369, nr. 4.
(4) In de ratificatiefase hebben verdragspartijen doorgaans contact met elkaar over het verdrag.