Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W16.23.00278/II/K

Wijziging van het Uitleveringsbesluit van Aruba, Curaçao en Sint Maarten ter invoering van de verkorte uitleveringsprocedure.

Kenmerk
W16.23.00278/II/K
Datum aanhangig
6 september 2023
Datum vastgesteld
6 december 2023
Datum advies
6 december 2023
Datum publicatie
11 december 2023
Vindplaats
Staatscourant 2024, nr. 6482
  • Justitie en Veiligheid
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Bij Kabinetsmissive van 6 september 2023, no.2023002071, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Uitleveringsbesluit van Aruba, Curaçao en Sint Maarten ter invoering van de verkorte uitleveringsprocedure, met nota van toelichting.

Het Derde Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag betreffende uitlevering (hierna: Derde Protocol) betreft de regeling van de verkorte uitleveringsprocedure en is op 1 mei 2012 in werking getreden.  (zie noot 1) In de verkorte uitleveringsprocedure kan de persoon om wiens voorlopige aanhouding of uitlevering wordt verzocht instemmen met onmiddellijke uitlevering, zonder de rechterlijke procedure daarvoor te doorlopen. De verkorte uitleveringsprocedure is reeds opgenomen in de Nederlandse Uitleveringswet. Met het oog op implementatie van het Derde Protocol voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten, wijzigt het ontwerpbesluit het Uitleveringsbesluit van Aruba, Curaçao en Sint Maarten (hierna: Uitleveringsbesluit).

De grondslag voor het Uitleveringsbesluit is artikel 14 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (hierna: Statuut). Dat bepaalt dat regels over aangelegenheden van het Koninkrijk bij rijkswet of in de daarvoor in aanmerking komende gevallen bij algemene maatregel van rijksbestuur worden vastgesteld. Het Uitleveringsbesluit ontbeert een specifieke delegerende bepaling in een rijkswet en is dan ook een zelfstandige algemene maatregel van rijksbestuur (hierna: amvrb).

De Staten-Generaal en de parlementen van de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten hebben inmiddels ingestemd met een wijziging van artikel 14 van het Statuut.  (zie noot 2) Het nieuwe artikel 14 bepaalt dat regels over aangelegenheden van het Koninkrijk voortaan bij of krachtens rijkswet moeten worden vastgesteld, en dat zelfstandige amvrb’s alleen nog mogelijk zijn in buitengewone gevallen van dringende aard. De wijziging is onlangs bekrachtigd en treedt in werking op 1 januari 2024.  (zie noot 3)

Achtergrond van deze wijziging is de rechtsopvatting dat er slechts in uitzonderlijke gevallen ruimte is voor een zelfstandige algemene maatregel van (rijks)bestuur. Het ontbreken van een delegatiegrondslag spoort namelijk niet met het primaat van de (rijks)wetgever.  (zie noot 4) Dit primaat houdt in dat de formele (rijks)wetgever de voornaamste rechtspolitieke keuzes over de inhoud van het recht in wettelijke regelingen zelf dient te maken, en vloeit voort uit het legaliteitsbeginsel.  (zie noot 5) Daarnaast bieden wetten in formele zin een waarborgfunctie tegen willekeurig overheidshandelen. Met de wijziging van het Statuut zorgt de rijkswetgever ervoor dat deze rechtsopvatting, die in het Nederlandse staatsbestel al geruime tijd overheerst,  (zie noot 6) ook op rijksniveau formeel wordt vastgelegd.

Ten aanzien van bestaande zelfstandige amvrb’s, regelt de wijziging van het Statuut dat deze na vier jaar komen te vervallen. Dit betekent dat indien niet wordt voorzien in een specifieke delegerende bepaling voor het Uitleveringsbesluit, het Uitleveringsbesluit zijn rechtskracht zal verliezen op 1 januari 2028. De toelichting bij het ontwerpbesluit gaat hier niet op in.

De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk adviseert in het licht van het voorgaande om de bepalingen uit het Uitleveringsbesluit bij voorkeur op te nemen in een rijkswet,  (zie noot 7) dan wel gemotiveerd een expliciete delegatiegrondslag voor het Uitleveringsbesluit te creëren in een rijkswet.

De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk heeft een aantal opmerkingen bij de ontwerp-algemene maatregel van rijksbestuur en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.

De vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk


Nader rapport (reactie op het advies) van 23 februari 2024

De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk wijst er terecht op dat de Rijkswet van 21 oktober 2023 tot wijziging van de artikelen 14 en 38 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (beperken van de mogelijkheid een algemene maatregel van rijksbestuur uit te vaardigen zonder wettelijke grondslag daartoe) niet was meegenomen in de toelichting. De bekrachtiging en publicatie van deze wijziging werd bekend nadat onderhavig wijzigingsbesluit voor advies aanhangig werd gemaakt bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk (Besluitenlijst Ministerraad van het Koninkrijk van 29 september 2023, punt 4 en Stb. 2023, 407). In lijn met het advies van de Afdeling is, onder vernummering van de paragrafen 3 en 4 tot 4 en 5, in de toelichting een nieuwe paragraaf 3 (Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden) toegevoegd waarin hieraan specifiek aandacht wordt besteed. Conform het advies van de Afdeling worden op dit moment de opties verkend op welke wijze en in welke vorm binnen de overgangstermijn van vier jaar de bepalingen uit het Uitleveringsbesluit van Aruba, Curaçao en Sint Maarten (hierna: Uitleveringsbesluit) voor de toekomst kunnen worden gehandhaafd en legislatief kunnen worden geborgd.

Dit laat onverlet dat ook nu al de noodzaak bestaat om het Uitleveringsbesluit te wijzigen. Die noodzaak hangt samen met de wens om ook voor de overige landen van het Koninkrijk tot medegelding van het Derde Aanvullend Protocol over te gaan zodat aan de verkorte uitleveringsprocedure, zoals voorzien in dit besluit, ook in die landen zo spoedig mogelijk toepassing kan worden gegeven.

Naast de hierboven aangegeven toevoegingen is van de gelegenheid gebruik gemaakt om in paragraaf 2.2 bij de artikelen 2 en 10 van het Derde Aanvullend Protocol een uitgebreidere toelichting op te nemen en om bij de toelichting op artikel 3 van het Derde Aanvullend Protocol de terminologie nader af te stemmen op de in artikel 3 gehanteerde terminologie.

Daarnaast is de artikelsgewijze toelichting bij artikel 19b in die zin aangevuld dat, de betrokkene bij toepassing van de verkorte procedure niet alleen erop moet worden gewezen dat er geen zitting zal plaatsvinden bij het Hof, maar ook dat niet de Gouverneur – na advies van het Hof – beslist over het wel of niet toepassen van de verkorte uitleveringsprocedure, maar de procureur-generaal. Voorts is bij de toelichting op artikel 19c, vijfde lid, onder b, een verduidelijking aangebracht met betrekking tot de verhouding tot artikel 19c, vijfde lid, onder a en is bij de toelichting op artikel 19d een omissie hersteld en een verduidelijking aangebracht. De toelichting suggereerde onterecht dat de tiendagentermijn aanvangt wanneer de voorlopig aangehoudene instemt met de verkorte uitleveringsprocedure. Conform artikel 6 van het Derde Aanvullend Protocol en zoals opgenomen in artikel 19d, eerste lid, dient de tiendagentermijn aan te vangen na de datum van de voorlopige aanhouding. Verder is ter verduidelijking in het ontwerpbesluit in artikel 10, zesde lid (nieuw), het ‘bevel van aanhouding’ vervangen door ‘bevel tot voorlopige aanhouding’ en is in artikel 19d, eerste lid, laatste volzin, het woord ‘en’ vervangen door ‘nadat’.

Tot slot is van gelegenheid gebruik gemaakt om enkele redactionele wijzigingen in de nota van toelichting door te voeren.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Justitie en Veiligheid


Voetnoten

(1) Trb. 2011, 200.
(2) Handelingen I 2015/16, nr. 37, item 8; Besluitenlijst Ministerraad van het Koninkrijk van 29 september 2023, punt 4.
(3) Stb. 2023, 407.
(4) Advies van de Raad van State van het Koninkrijk van 11 september 1995 over het Nederlands-Antilliaans Uitleveringsbesluit, (W03.95.0417/K), punt 1. Zie ook de toelichting bij Aanwijzing 2.22 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
(5) Kamerstukken I 2020/21, 35 300 VI, BD, punt 3.a.
(6) Zie onder meer aanwijzing 2.22 van de Aanwijzingen voor de regelgeving, artikel 89, tweede lid, van de Grondwet en het Meerenberg-arrest van de Hoge Raad van 13 januari 1879, W 4330, ECLI:NL:HR:1879:1.
(7) Vergelijk artikel 2, derde lid, van de Grondwet.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon