Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Colombia tot het vermijden van dubbele belasting.
- Kenmerk
- W06.22.0090/III
- Datum aanhangig
- 13 juni 2022
- Datum vastgesteld
- 29 juni 2022
- Datum advies
- 29 juni 2022
- Datum publicatie
- 4 juli 2022
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2022/23, 36223, nr. 2
- Financiën
- Verdrag
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 13 juni 2022, no.2022001248, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Colombia tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting, met Protocol; ‘s-Gravenhage, 16 februari 2022 (Trb. 2022, 18), met toelichtende nota.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen inhoudelijke opmerkingen over het verdrag.
De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling adviseert het verdrag over te leggen aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W06.22.0090/III
- Ter verduidelijking in de toelichtende nota in onderdeel I.9. Toetsschema Standaardcriteria Fiscaal Verdragsbeleid 2020 in de tekst expliciet maken dat Colombia op grond van de gehanteerde OESO lijst voor verdragsdoeleinden geen ontwikkelingsland is, als genoemd in 5.2 van het schema, en dat Colombia geen niet-coöperatieve of laagbelastende staat is, als genoemd in 5.3 van het schema.
- In de toelichtende nota in onderdeel II.3. Algemene begripsbepalingen (artikel 3 van het Verdrag) de in artikel 3, eerste lid, onderdeel m, van het Verdrag opgenomen, ten opzichte van het OESO-modelverdrag en het VN-modelverdrag aanvullende, begripsbepaling toelichten. Voorts ook in deze paragraaf een toelichting op artikel 3, tweede lid, van het Verdrag en het daarvoor relevante artikel III van het Protocol opnemen.
Nader rapport (reactie op het advies) van 26 september 2022
Het verdrag geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Aan de opmerkingen in de redactionele bijlage bij het advies is gevolg gegeven.
- In reactie op de eerste opmerking is in onderdeel I.9 van de toelichtende nota middels voetnoten expliciet gemaakt dat Colombia op grond van de gehanteerde OESO-lijst voor verdragsdoeleinden geen ontwikkelingsland is, als genoemd in 5.2 van het schema, en dat Colombia geen niet-coöperatieve of laagbelastende staat is, als genoemd in 5.3 van het schema.
- In reactie op de tweede opmerking is in onderdeel II.3 van de toelichtende nota de in artikel 3, eerste lid, onderdeel m, van het Verdrag opgenomen begripsbepaling nader toegelicht en is daarin tevens een toelichting op artikel 3, tweede lid, van het Verdrag en het daarvoor relevante artikel III van het Protocol opgenomen.
Van de gelegenheid is verder gebruikgemaakt om in de toelichtende nota enkele aanvullende redactionele wijzigingen aan te brengen.
Ik verzoek U, mede namens de Staatsecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst, mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
De Minister van Buitenlandse Zaken