Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit basisregistratie personen.


Volledige tekst

Bij Kabinetsmissive van 14 juli 2021, no.2021001412, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit basisregistratie personen in verband met het bevorderen van de goede uitvoering van dat besluit op enkele onderdelen en het herstellen van enige omissies, alsmede van het Besluit basisadministraties persoonsgegevens BES in verband met het opnemen van gegevens over kinderen die op het moment van de geboorte niet meer in leven zijn of omtrent wie een akte in een openbaar lichaam is opgemaakt die vermeldt dat het kind op het ogenblik van de aangifte niet in leven is, dan wel die zijn overleden zonder zelf ingeschrevene te zijn, met nota van toelichting.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen over het ontwerpbesluit en adviseert het besluit te nemen.

Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.

De vice-president van de Raad van State

Nader rapport (reactie op het advies) van 14 september 2021

Het voorstel geeft de Afdeling geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Hieronder ga ik in op de wijzigingen die bij gelegenheid van het nader rapport overigens zijn aangebracht. Naast redactionele verbeteringen en verduidelijking van de nota van toelichting op enkele plekken, betreft dat het volgende punt.

Bij amendement is in de Wet van 14 juli 2021 tot wijziging van de Wet basisregistratie personen (hierna: Wet BRP) in verband met het bevorderen van de goede uitvoering van die wet op enkele onderdelen en het herstellen van enige omissies, alsmede van de Wet basisadministratie persoonsgegevens BES in verband met het opnemen van gegevens over kinderen die op het moment van geboorte niet meer in leven zijn of omtrent wie een akte in een openbaar lichaam is opgemaakt die vermeldt dat het kind op het ogenblik van de aangifte niet in leven is, dan wel die zijn overleden zonder zelf ingeschrevene te zijn (Stb. 2021, 396; hierna: de wijzigingswet)  een regeling opgenomen die betrekking heeft op de registratie in de BRP van gegevens over het tijdelijk verblijfadres en contactgegevens van niet-ingezetenen.  De regeling behelst onder meer de toevoeging van de algemene gegevens ‘gegevens over het tijdelijk verblijfadres’ en ‘contactgegevens’ aan artikel 2.69, eerste lid, onderdeel a, van de Wet BRP: respectievelijk onder 6° en 7°. De wijzigingswet op dit punt is in bijlage 1 bij het Besluit BRP verwerkt door invoeging van de betreffende twee categorieën als algemene gegevens.

Ik moge U het hierbij gevoegde gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting aanbieden en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties