Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit zorgverzekering in verband met de invoering van het vereveningscriterium DKG's en van maatregelen voor het vereveningsjaar 2021.


Volledige tekst

Bij Kabinetsmissive van 30 april 2021, no.2021000856, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Medische Zorg, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit zorgverzekering in verband met de invoering van het vereveningscriterium DKG’s en van maatregelen voor het vereveningsjaar 2021, met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit beoogt met enkele wijzigingen in het Besluit zorgverzekering aanpassingen door te voeren in de wijze waarop de vereveningsbijdrage wordt berekend. Het betreft enkele reguliere aanpassingen, waaronder de invoering van het vereveningscriterium diagnosekostengroepen voor de bepaling van het deelbedrag voor variabele zorgkosten van een zorgverzekeraar. Verder betreft het voor het jaar 2021 een eenmalige aanpassing in verband met de invoering van een nieuwe bekostigingssystematiek voor de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg vanaf 2022. Tot slot betreft het een eenmalige macronacalculatie voor 2021 in verband met COVID-19.

De Afdeling advisering van de Raad van State maakt opmerkingen over het tijdelijke karakter van een deel van de voorgestelde wijzigingen en over de terugwerkende kracht. In verband daarmee is aanpassing wenselijk van het ontwerpbesluit.

1. Tijdelijk karakter

Een groot deel van de voorgestelde bepalingen heeft uitsluitend betrekking op het jaar 2021 en heeft daarmee een tijdelijk karakter. In het ontwerpbesluit komt dit tijdelijke karakter weliswaar tot uitdrukking, doordat enkele bepalingen uitdrukkelijk zien op het vereveningsjaar 2021, maar er is niet voorzien in het vervallen van deze bepalingen nadat deze zijn uitgewerkt. De Afdeling adviseert het ontwerpbesluit op dit punt aan te vullen.

2. Terugwerkende kracht

De voorgestelde wijzigingen hebben betrekking op het vereveningsjaar 2021. In verband daarmee is voorzien in terugwerkende kracht tot 30 september 2020. Voor deze datum is gekozen omdat zorgverzekeraars voor 1 oktober voorafgaand aan het vereveningsjaar moeten weten met welk vereveningsbedrag zij rekening moeten houden met het oog op het vaststellen van de nominale premie. (zie noot 1) In dat verband is het van belang dat de wijzigingen reeds bij brief van 21 september 2020 zijn aangekondigd en door de betrokken instanties al uitvoering is gegeven aan deze wijzigingen. (zie noot 2) Uit de toelichting blijkt niet waarom desondanks het ontwerpbesluit pas een half jaar later in procedure is gebracht en daarom moet worden voorzien van terugwerkende kracht. De Afdeling adviseert in de toelichting nader op het voorgaande in te gaan.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.

De vice-president van de Raad van State

Nader rapport (reactie op het advies) van 12 juli 2021

1. Tijdelijk karakter

De Afdeling merkt terecht op dat in het ontwerpbesluit niet is voorzien in het vervallen van de bepalingen die uitsluitend zien op het vereveningsjaar 2021. Die bepalingen dienen conform het advies van de Afdeling te vervallen nadat deze zijn uitgewerkt. Het is thans echter nog niet duidelijk wanneer de bovenbedoelde bepalingen zijn uitgewerkt. Het Zorginstituut Nederland moet op grond van artikel 34, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, uiterlijk op 1 april 2025 de vereveningsbijdragen over het jaar 2021 voor de zorgverzekeraars vaststellen. De zorgverzekeraars kunnen vervolgens bezwaar maken bij het Zorginstituut Nederland en vervolgens beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De bepalingen die uitsluitend betrekking hebben op het vereveningsjaar 2021 zullen via een besluit tot wijziging van het Besluit zorgverzekering vervallen nadat ze zijn uitgewerkt. Het voortijdig vervallen van die bepalingen vergt bovendien overgangsrecht om die voor de daarbij genoemde handelingen van toepassing te laten blijven.

2. Terugwerkende kracht

Hoofdstuk 2 van het algemeen deel van de nota van toelichting is naar aanleiding van het advies van de Afdeling aangevuld met een weergave van de tijdlijn tot en met de voordracht van het ontwerpbesluit. De te hanteren systematiek voor de vereveningsbijdragen is pas op 2 september 2020 definitief geworden en moest vervolgens nog deels worden vertaald in wijzigingen van het Besluit zorgverzekering. De behandeling van het ontwerpbesluit in de ministerraad vond plaats op 27 november 2020. De voorhangprocedure bij de Eerste Kamer en Tweede Kamer der Staten-Generaal eindigde op 14 april 2021. De weergeven tijdlijn maakt duidelijk waarom de voordracht van het ontwerpbesluit pas in april 2021 plaatsvond en moet worden voorzien in terugwerkende kracht.

Er is tenslotte van de gelegenheid gebruik gemaakt om in de nota van toelichting nog enkele redactionele correcties door te voeren.

Ik moge U, hierbij het ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister voor Medische Zorg

Voetnoten

(1) Artikel 32, vierde lid, onderdeel a, van de Zorgverzekeringswet.
(2) Toelichting bij artikel II.