Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W03.17.0017/II

Besluit prostitutie en seksbranche.

Kenmerk
W03.17.0017/II
Datum aanhangig
1 februari 2017
Datum vastgesteld
22 maart 2017
Datum advies
22 maart 2017
Datum publicatie
16 juni 2022
Vindplaats
Website Raad van State
  • Justitie en Veiligheid
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Bij Kabinetsmissive van 1 februari 2017, no.2017000166, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, na overleg met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende nadere regels inzake de regulering van prostitutie en de bestrijding van misstanden in de seksbranche (Besluit prostitutie en seksbranche), met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit stelt aan de seksbranche nadere regels, die voortvloeien uit de Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche (Wrp). Het betreft aanvullende weigeringsgronden voor de vergunning voor een seksbedrijf. Ook wordt het beheer van het landelijke vergunningenregister voor seksbedrijven nader uitgewerkt. Ten slotte wordt een nadere invulling gegeven aan de maatregelen, die in het bedrijfsplan voor prostitutiebedrijven moeten staan.

De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar acht een nadere motivering of aanpassing van het ontwerpbesluit aangewezen met betrekking tot enkele van de waarborgen die in het bedrijfsplan van een prostitutiebedrijf moeten worden opgenomen. Daarnaast dient de wettelijke delegatiegrondslag over het landelijke vergunningenregister voor prostitutiebedrijven nader ingevuld te worden in het ontwerpbesluit.

1. Waarborgen in bedrijfsplan

De wet verplicht prostitutiebedrijven om te beschikken over een bedrijfsplan, waarin maatregelen moeten worden opgenomen die de exploitant dient te treffen. In het ontwerpbesluit worden nadere regels gesteld voor een aantal van die maatregelen op het gebied van hygiëne en ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees. (zie noot 1) Over de invulling van deze nadere regels maakt de Afdeling de volgende opmerkingen.

a. ‘Zelfredzaamheidstoets’
In het bedrijfsplan moeten eisen worden opgenomen met betrekking tot de zelfredzaamheid van prostituees. De exploitant moet zich een oordeel vormen over de mate van zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze voor of bij hem gaat werken. (zie noot 2) De nota van toelichting geeft voorbeelden van factoren die een indicatie kunnen vormen voor de mate van zelfredzaamheid. (zie noot 3)

In de consultatiefase over het ontwerpbesluit zijn vragen gesteld over deze ‘zelfredzaamheidstoets.’ Zo heeft de Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen opgemerkt dat onduidelijk is hoe de exploitant deze eisen moet controleren en monitoren en dat ook niet duidelijk is of van de exploitant eenmalig een oordeel wordt gevergd over de zelfredzaamheid dan wel dat dit een continue toets is. SOA Aids Nederland heeft opgemerkt dat de zelfredzaamheidstoets de exploitant de bevoegdheid geeft informatie te verzamelen over het privéleven van de prostituees. SOA Aids Nederland suggereert daarom dat de zelfredzaamheidsscreening door een onafhankelijke partij zou moeten plaatsvinden, zoals de GGD of een andere neutrale maatschappelijke organisatie.

In de nota van toelichting wordt slechts beperkt gereageerd op vorengenoemde vragen rond de controle en monitoring van de zelfredzaamheid van prostituees. De suggestie om de mate van zelfredzaamheid door een neutrale organisatie in plaats van de exploitant te laten beoordelen wordt onbesproken gelaten. Daarmee schiet te toelichting tekort gelet op de gesignaleerde risico’s.

De Afdeling adviseert de toelichting gelet op het voorgaande aan te vullen en zonodig het ontwerpbesluit aan te passen.

b. Verstrekking informatie aan prostituee
De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond van het ontwerpbesluit, moeten in een voor de prostituee begrijpelijke taal aan haar worden uitgereikt. (zie noot 4) De burgemeester van Rotterdam wijst er in zijn consultatiereactie op dat deze informatieplicht van de exploitant voor de toezichthouders controleerbaar moet worden nageleefd. Hij meent daarom dat ten minste uit de administratie van de exploitant moet blijken dat deze informatie inderdaad is uitgereikt. In de nota van toelichting is, in reactie hierop, vermeld dat in artikel 26, tweede lid, van de wet is bepaald dat de exploitant er zorg voor draagt dat in de bedrijfsadministratie de actuele gegevens zijn opgenomen van de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees. "De aantekening of aan een individuele prostituee informatie is verstrekt op grond van de uit artikel 3 van dit besluit voortvloeiende verplichtingen, moet geacht worden hier onderdeel van uit te maken", aldus de toelichting. (zie noot 5)

De Afdeling merkt op dat met de vermelding in de toelichting dat de daadwerkelijke uitreiking van de rechten geacht moet worden onderdeel uit te maken van de bedrijfsadministratie, deze uitreiking niet door de tekst van de wet of van het ontwerpbesluit is gewaarborgd. De mededeling in de toelichting is daarvoor niet afdoende.

De Afdeling adviseert gelet op het voorgaande de tekst van het ontwerpbesluit in overeenstemming te brengen met de toelichting.

c. Hygiëne-eisen
De exploitant dient er op grond van het ontwerpbesluit voor te zorgen dat de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden. (zie noot 6) Welke eisen daarmee concreet bedoeld worden blijkt niet uit het ontwerpbesluit, hoewel de toelichting wel verwijst naar de Hygiënerichtlijn voor Seksbedrijven, die door het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid (LCHV), in samenwerking met SOA Aids Nederland worden opgesteld en die worden uitgegeven door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Onduidelijk is waarom ervoor is gekozen alleen in algemene zin te verwijzen naar de hygiëne-eisen die in de branche gelden. De Afdeling merkt op dat een koppeling aan de Hygiënerichtlijn van het LCHV de duidelijkheid en controleerbaarheid van hygiëne-eisen kan vergroten en bovendien het risico verkleinen dat exploitanten minder stringente eisen zouden stellen. (zie noot 7) Ter vergelijking verwijst de Afdeling naar de Warenwetregeling aanwijzing veiligheidscodes tatoeëren en piercen, waarin een vergelijkbare hygiënerichtlijn van het LCHV door de minister wordt aangewezen. (zie noot 8)

De Afdeling adviseert in de toelichting op het vorenstaande in te gaan en zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.

2. Invulling delegatiegrondslag register

Artikel 4 van het ontwerpbesluit bevat nadere regels over het beheer van de informatie uit het landelijke vergunningenregister voor prostitutiebedrijven. Deze nadere regels zijn echter beperkt tot een uitwerking van de eerste twee leden van artikel 20 van de wet. Over het derde t/m vijfde lid van dit wetsartikel worden geen nadere regels gesteld, terwijl de delegatiebepaling dat wel dwingend voorschrijft. Het gaat hierbij onder andere om nadere regels omtrent de verdere verstrekking van gegevens uit het register en de wijze waarop de beheerder ervoor zorgt dat eenieder zich ervan kan vergewissen of een escortbedrijf beschikt over een vergunning.

De Afdeling adviseert het ontwerpbesluit gelet op het voorgaande aan te vullen.

3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State

Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W03.17.0017/II

- In artikel 2, eerste lid, na "de exploitant" invoegen: of beheerder.
- In artikel 2, vijfde lid, onderdeel b, de zinsnede "of artikel 76, derde lid, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen" schrappen. Zo nodig een verwijzing opnemen naar de gewijzigde bepaling in de AWR.
- In artikel 4, tweede lid, "versterkt" vervangen door: verstrekt.


Voetnoten

(1) Artikel 3 van het ontwerpbesluit.
(2) Artikel 3, eerste lid, onderdeel k, van het ontwerpbesluit.
(3) Genoemde voorbeelden zijn onder andere dat een prostituee zich tegenover de exploitant of klanten in het geheel niet verstaanbaar kan maken; een prostituee die niet makkelijk geld kan wisselen, omdat ze niet kan rekenen. Ook een prostituee die geen kennis heeft van haar rechten en plichten of bijvoorbeeld kampt met verslavingsproblemen moet geacht worden onvoldoende zelfredzaam te zijn, aldus de artikelsgewijze toelichting bij artikel 3.
(4) Artikel 3, tweede lid, van het ontwerpbesluit.
(5) Nota van toelichting, Algemeen, onder ‘Consultatie’.
(6) Artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van het ontwerpbesluit.
(7) In dit verband is ook van belang dat artikel 10, tweede lid, van de Dienstenrichtlijn bepaalt dat de criteria voor vergunningverlening onder meer ook duidelijk en ondubbelzinning, vooraf openbaar gemaakt en transparant en toegankelijk dienen te zijn.
(8) Bijlage bij de Warenwetregeling aanwijzing veiligheidscodes tatoeëren en piercen: http://wetten.overheid.nl/BWBR0021861/2014-06-01.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon