Ontwerpbesluit aanpassing Besluit Kapittel voor de civiele orden en de Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie o.a. invoering normalisering van de rechtspositie van ambtenaren.
- Kenmerk
- W04.19.0222/I/K
- Datum aanhangig
- 17 juli 2019
- Datum vastgesteld
- 24 juli 2019
- Datum advies
- 24 juli 2019
- Datum publicatie
- 24 september 2019
- Vindplaats
- Staatscourant 2019, nr. 51921
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 17 juli 2019, no.2019001462, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende aanpassing van het Besluit Kapittel voor de civiele orden en de Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie in verband met de invoering van de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren, met nota van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk heeft geen opmerkingen over de ontwerp-algemene maatregel van rijksbestuur en adviseert het besluit te nemen.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.
De waarnemend vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk
Nader rapport (reactie op het advies) van 4 september 2019
Het ontwerp geeft de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Gebleken is dat ook het Besluit paspoortgelden aanpassing behoefde, omdat artikel 12, vierde lid, van dat besluit nog een verwijzing bevatte naar de levenspartners, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken. Dat laatste besluit vervalt op het tijdstip waarop artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren in werking treedt. Daarom is in artikel 12, vierde lid, van het besluit Paspoortgelden de definitie overgenomen van de levenspartner als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties