Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W04.19.0230/I

Nota van wijziging inzake de Wet digitale overheid.

Kenmerk
W04.19.0230/I
Datum aanhangig
10 juli 2019
Datum vastgesteld
28 augustus 2019
Datum advies
30 augustus 2019
Datum publicatie
21 oktober 2019
Vindplaats
Kamerstukken II 2019/20, 34972, nr. 15
  • Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
  • Wet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Bij Kabinetsmissive van 10 juli 2019, no.2017002224, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de nota van wijziging op het voorstel van wet houdende algemene regels inzake het elektronisch verkeer in het publieke domein en inzake de generieke digitale infrastructuur (Wet digitale overheid), met toelichting.

Het wetsvoorstel digitale overheid regelt de manier waarop burgers en bedrijven kunnen inloggen op de digitale systemen van overheidsorganisaties. Voor burgers wordt voorzien in een gemengd stelsel: de overheid verzorgt zelf inlogmiddelen (DigiD en varianten daarop met een hoger betrouwbaarheidsniveau) en geeft daarnaast ruimte voor private inlogmiddelen, die worden geselecteerd op basis van aanbesteding.

In de nota van wijziging wordt de methode van aanbesteding losgelaten. Er komt - mede op aandringen van de Tweede Kamer - een open systeem van toelating: ieder inlogmiddel dat aan de wettelijke en unierechtelijke eisen voldoet wordt toegelaten. Voor dit open systeem wordt gekozen omdat - zo stelt de regering - het tempo waarin innovatie zich voltrekt het afgelopen jaar sterk is toegenomen. Dit zorgt ervoor dat burgers en medeoverheden beter en sneller gebruik kunnen maken van wat de markt hen aan nieuwe mogelijkheden te bieden heeft. (zie noot 1)

De Afdeling advisering van de Raad van State maakt opmerkingen over de procedure voor het erkennen en toelaten van private inlogmiddelen, en over de schorsing en intrekking van zulke middelen. In verband daarmee is nadere toelichting en aanvulling van de nota van wijziging wenselijk.

1. Erkenning en toelating van private inlogmiddelen

De procedure voor het erkennen en toelaten van private inlogmiddelen (die overigens niet van toepassing is op inlogmiddelen die door andere EU-lidstaten zijn erkend) (zie noot 2) roept een aantal vragen op.

a. Certificering
Bij de aanvraag voor een erkenning moet een verklaring worden gevoegd van een geaccrediteerde certificerende instelling, waaraan het vermoeden kan worden ontleend dat aan de geldende (wettelijke) eisen is voldaan. (zie noot 3) De minister beslist echter op de aanvraag.

Een certificaat of conformiteitsverklaring is in het algemeen een zelfstandig document met eigen rechtsgevolg (keurmerk of toelating). (zie noot 4) In dit geval geeft de certificerende instelling een verklaring af, die echter niet meer is dan een vermoeden dat aan de geldende eisen is voldaan. Het is in feite een advies aan de minister, die zelf op de aanvraag moet beslissen. Daarom dient hij, zo volgt uit het zorgvuldigheidsbeginsel, te toetsen of de (geaccrediteerde) certificerende instelling zorgvuldig onderzoek heeft verricht. (zie noot 5) Dat vergt dat het ministerie over de benodigde deskundigheid daartoe beschikt. De Afdeling heeft in eerdere adviezen gewezen op de noodzaak voor de overheid (ministeries) om voldoende deskundigheid in eigen huis te hebben inzake ICT en digitalisering, in het bijzonder ook wanneer belangrijke uitvoerende taken worden uitbesteed aan private partijen. (zie noot 6)

Mocht evenwel een ander uitgangspunt beoogd zijn en in het voorstel uitgegaan worden van een positieve conformiteitsbeoordeling die - afgezien van de zwaarwegendheidstoets die hierna (onder b) wordt besproken - toegang geeft tot de markt, dan dient dit expliciet tot uitdrukking te worden gebracht. (zie noot 7)

De Afdeling adviseert het voorstel op dit punt nader toe te lichten en zo nodig aan te passen.

b. "Zwaarwegende redenen"
Er is nog een aanvullende weigeringsgrond waar de certificerende instelling niet aan toetst, maar de minister wel: hij weigert een aanvraag tot erkenning als "zwaarwegende redenen zich daartegen verzetten". De term "zwaarwegende redenen" geeft de minister een weinig afgebakende bevoegdheid om erkenning te weigeren. De toelichting geeft iets meer informatie hoe dit begrip is gedacht: volgens de toelichting kan het gaan om zoals
- cyberveiligheid,
- staatsveiligheid, of
- ernstig gevaar dat de erkenning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen of uit strafbare feiten verkregen of te verkrijgen voordelen te benutten. (zie noot 8)

Het laatstgenoemde criterium wordt ook gebruikt in de Wet Bibob. (zie noot 9) Die wet geeft de overheid de bevoegdheid om beschikkingen, aanbestedingen en opdrachten te weigeren als aan het ernstig gevaar-criterium is voldaan. De nota van wijziging geeft de minister echter niet de bevoegdheid om een Bibob-toets te laten uitvoeren door het Landelijk Bureau Bibob, zoals geregeld in die wet. Zelf kan de minister geen strafrechtelijke gegevens inzien; Bureau Bibob kan dat wel.

Het begrip "zwaarwegende redenen" komt al elders in het wetsvoorstel voor: het is een weigeringsgrond bij de procedure voor erkenning van bedrijfs- en organisatiemiddelen (middelen waarmee bedrijven en organisaties bij de overheid kunnen inloggen). In die procedure is het begrip in de wet zelf ingevuld met het Bibob-criterium en is bovendien bepaald dat de minister het Landelijk bureau Bibob kan inschakelen. (zie noot 10)

De Afdeling acht het van belang dat het begrip "zwaarwegende redenen" als weigeringsgrond voor private inlogmiddelen nader wordt ingevuld in de wet zelf.
- Daartoe kan het Bibob-criterium ook op deze plaats in de wet worden opgenomen; waarbij het aanbeveling verdient om de minister ook hier de bevoegdheid te geven het Bureau Bibob in te schakelen.
- Als behoefte bestaat aan andere weigeringsgronden (de toelichting noemt, zoals gezegd, cyberveiligheid en staatsveiligheid als niet-limitatieve gronden), verdient het uit oogpunt van rechtszekerheid aanbeveling die zo concreet mogelijk in de wet zelf te omschrijven.

De Afdeling adviseert de nota van wijziging in deze zin aan te vullen.

2. Schorsing en intrekking van inlogmiddelen; tijdelijke voortzetting

De minister kan de erkenning van een inlogmiddel schorsen of intrekken als niet wordt voldaan aan de gestelde eisen en voorschriften of - opnieuw - in geval van zwaarwegende redenen. (zie noot 11)

a. Invulling van het criterium
Het verdient aanbeveling ook op deze plaats het criterium "zwaarwegende redenen" materieel in te vullen. De aanbevelingen uit punt 1b gelden hier eveneens.

b. Overgangssituatie
Als de minister een inlogmiddel opschort of intrekt, kunnen de gebruikers van dat middel in de problemen komen. Zo mogelijk moet hen tijd en gelegenheid worden geboden om over te stappen op een ander inlogmiddel; wie een privaat inlogmiddel heeft, zal niet in alle gevallen DigiD of een ander inlogmiddel hebben geactiveerd.

Als de erkenning wordt ingetrokken op verzoek van de houder kan de minister de houder verplichten zijn activiteiten tijdelijk voort te zetten met het oog op continuïteit. (zie noot 12) Op die manier krijgen de gebruikers de tijd om over te stappen. Die mogelijkheid is er niet bij schorsing of intrekking anders dan op eigen verzoek.

De Afdeling adviseert de nota van wijziging aan te vullen.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij de nota van wijziging en adviseert daarmee rekening te houden voordat deze bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.

De vice-president van de Raad van State


Nader rapport (reactie op het advies) van 21 oktober 2019

1a. Zoals uw Afdeling stelt, is het de minister die beslist op de aanvraag; de bij de aanvraag te voegen verklaring van de certificerende instelling behelst een vermoeden dat aan de geldende eisen is voldaan. Zoals ook in de nota naar aanleiding van het nader verslag bij het wetsvoorstel is aangegeven (TK 34 972, nr 10 onder punt 3), fungeert voorgeschreven conformiteitsbeoordeling als hulpmiddel bij het verlenen of weigeren van een erkenning. Om de aanvraag voor een erkenning, waaronder de bijgevoegde verklaring, te kunnen beoordelen, is het noodzakelijk dat voldoende deskundigheid en capaciteit beschikbaar is. Het ministerie van BZK zal de hiertoe benodigde organisatie inrichten, waarbij (technisch-)inhoudelijke, procesmatige en juridische kennis en ervaring structureel worden belegd.

In verband met het voorgaande is de toelichting aangepast.

1b. Conform het advies van de Afdeling en in lijn met hetgeen reeds geregeld is ter zake van het bedrijfs- en organisatiemiddel, zal de weigeringsgrond “zwaarwegende redenen” in het wetsvoorstel worden ingevuld en zal het Bibob-criterium worden opgenomen.

In verband met het voorgaande zijn het wetsvoorstel en de toelichting aangepast.

2a. Conform het advies van de Afdeling en in lijn met hetgeen reeds geregeld is ter zake van het bedrijfs- en organisatiemiddel, zal de schorsings- en intrekkingsgrond “zwaarwegende redenen” in het wetsvoorstel worden ingevuld en zal het Bibob-criterium worden opgenomen.

In verband met het voorgaande zijn het wetsvoorstel en de toelichting aangepast.

2b. Conform het advies van de Afdeling zal ook bij schorsing en intrekking door de minister de bevoegdheid worden opgenomen om de houder te verplichten zijn activiteiten tijdelijk voort te zetten met het oog op continuïteit van betrouwbare toegang tot elektronische dienstverlening.

In verband met het voorgaande zijn het wetsvoorstel en de toelichting aangepast.

3. Bij gelegenheid van dit nader rapport zijn tevens enkele wijzigingen van juridisch-technische aard in het wetsvoorstel aangebracht, die verband houden met hetgeen in de nota van wijziging wordt geregeld. Het betreft onder meer artikel 22, inzake de doorberekening van aanvraag- en toezichtskosten, en artikel 25, dat zijn betekenis heeft verloren nu er ter zake van private middelen niet zal worden aanbesteed. Tot slot is de toelichting aangevuld met enkele bemerkingen over regeldruk.

Ik moge U hierbij verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties


Voetnoten

(1) Toelichting, Algemeen. Kamerstukken II 2018/19, 34972, nr. 11.
(2) De eIDAS-verordening geeft lidstaten de bevoegdheid om inlogmiddelen die zijzelf hebben erkend op betrouwbaarheidsniveau substantieel of hoog aan te melden bij de Europese Commissie. Andere lidstaten zijn dan verplicht deze inlogmiddelen te erkennen voor hetzelfde betrouwbaarheidsniveau (artikel 6 van verordening 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG, Pb 2014, L 257/73.
(3) Voorgesteld artikel 9, vierde lid.
(4) Kabinetsstandpunt over conformiteitsbeoordeling en accreditatie in het overheidsbeleid, Kamerstukken II 2015/16, 29304, nr. 6, bijlage. Een voorbeeld is het systeem van certificering in de Jeugdwet (artikel 3.4, vierde lid, van de Jeugdwet).
(5) Artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht.
(6) Advies van 3 mei 2018 over het voorstel van Wet digitale overheid, W04.17.0400, Kamerstukken II 2017/18, 34972, nr. 4, punt 1. Ongevraagd advies over digitalisering van 31 augustus 2018, W04.18.0230, Kamerstukken II 2017/18, 26643, nr. 557, punt 4.1.
(7) In dat geval is die beoordeling een beschikking en de certificerende instelling in zoverre een bestuursorgaan, waarvan status, bevoegdheden en ministerieel toezicht bij wet zullen moeten worden geregeld.
(8) Voorgesteld artikel 9, zesde lid, en de toelichting op dat artikel.
(9) Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
(10) Artikel 11, zevende en achtste lid.
(11)Voorgesteld artikel 9, zevende lid.
(12) Voorgesteld artikel 9, achtste lid.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document
Gehele tekst nota van wijziging

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon