Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W16.19.0096/II

Besluit gebruik burgerservicenummer door Slachtofferhulp Nederland.

Kenmerk
W16.19.0096/II
Datum aanhangig
15 april 2019
Datum vastgesteld
22 mei 2019
Datum advies
23 mei 2019
Datum publicatie
9 juli 2019
Vindplaats
Staatscourant
  • Justitie en Veiligheid
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Bij Kabinetsmissive van 15 april 2019, no.2019000751, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels inzake het gebruik van het burgerservicenummer door de stichting Slachtofferhulp Nederland (Besluit gebruik burgerservicenummer door Slachtofferhulp Nederland), met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit schrijft voor dat de stichting Slachtofferhulp Nederland (hierna: Slachtofferhulp) bij bepaalde, specifiek omschreven werkzaamheden gebruik maakt van het burgerservicenummer (BSN) van slachtoffers. Naast enkele administratieve interne werkzaamheden, gaat het daarbij vooral om werkzaamheden in het kader van een nieuw ketenbreed digitaal slachtofferportaal dat per juli 2019 wordt gelanceerd. Het betreft hier een zelfstandige algemene maatregel van bestuur (amvb) die in combinatie met artikel 89, eerste lid, van de Grondwet de wettelijke grondslag creëert voor het gebruik van BSN door Slachtofferhulp.

De Afdeling advisering maakt een opmerking over de betekenis van de delegatiebepaling in artikel 46, tweede lid, Uitvoeringswet AVG (UAVG) in relatie tot dit besluit. In verband daarmee is aanvulling van de toelichting wenselijk.

De toelichting legt uit dat er op dit moment geen wettelijke grondslag is voor het gebruik van BSN door Slachtofferhulp. De regering heeft hiertoe een nieuw artikel 51aa Wetboek van Strafvordering (Sv) voorgesteld in een nota van wijziging bij het wetsvoorstel straffen en beschermen. (zie noot 1) De Tweede Kamer heeft dit wetsvoorstel momenteel in behandeling. De wens is echter om al per juli 2019 het gebruik van BSN door Slachtofferhulp mogelijk te maken. In de tussentijd moet de nu voorgestelde zelfstandige amvb in combinatie met artikel 89, eerste lid, van de Grondwet voorzien in een wettelijk grondslag.

De Afdeling vindt de keuze voor een tijdelijke regeling in afwachting van de inwerkingtreding van de Wet straffen en beschermen begrijpelijk. Het gebruik van een zelfstandige amvb kan echter slechts bij uitzondering aan de orde zijn. (zie noot 2) De toelichting gaat in dit verband niet in op de betekenis van de delegatiebepaling in artikel 46, tweede lid, UAVG. Hierin staat dat bij amvb andere gevallen dan bedoeld in artikel 46, eerste lid kunnen worden aangewezen waarin een nationaal identificatienummer (zoals BSN) kan worden gebruikt. Meerdere amvb’s die het gebruik van BSN regelen, vinden hun grondslag in (de voorganger van) deze delegatiebepaling. (zie noot 3)

De Afdeling adviseert toe te lichten waarom in dit geval is gekozen voor een zelfstandige amvb en niet voor een amvb op grond van artikel 46, tweede lid, UAVG.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.

De waarnemend vice-president van de Raad van State

Nader rapport (reactie op het advies) van 26 juni 2019

Naar aanleiding van het advies van de Afdeling is in paragraaf 1.3 van de nota van toelichting (zie noot 4) toegelicht waarom niet kon worden gekozen voor een amvb op grond van artikel 46, tweede lid, UAVG.

Genoemde bepaling kan alleen worden gebruikt in gevallen waarin geen verplichting (zoals in het onderhavige geval), maar ‘slechts’ een bevoegdheid tot het gebruik van BSN wordt beoogd. Een voorbeeld is het Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht. (zie noot 5) In artikel 6 van dat Besluit wordt aan beroepsmatig rechtsbijstandverleners en gemachtigden en niet-professionele gemachtigden van natuurlijke personen de bevoegdheid gegeven om het BSN van hun cliënt door te geven aan het digitale systeem van de rechterlijke instanties. Deze rechtsbijstandsverleners en gemachtigden, maar ook andere instanties aan wie op grond van artikel 46, tweede lid, van de UAVG (slechts) de bevoegdheid wordt toegekend om iemands BSN te gebruiken, kunnen geen toegang krijgen tot de met het BSN-stelsel samenhangende (elektronische) faciliteiten ter verificatie van de identiteit van de persoon wiens persoonsgegevens worden verwerkt (de zogenaamde "beheervoorziening"). Dat kunnen alleen gebruikers in de zin van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer (Wabb): overheidsorganen of ‘ieder ander […], voor zover deze werkzaamheden verricht waarbij het gebruik door hem of haar van het burgerservicenummer bij of krachtens de wet is voorgeschreven’ (artikel 1, onderdeel d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer (Wabb).’ Gebruikers in de zin van de Wabb zijn daarmee dus, naast overheidsorganen, uitsluitend degenen op wie de wettelijke verplichting tot het gebruik van BSN rust.

Voor de genoemde rechtsbijstandsverleners en gemachtigden is het niet nodig toegang tot de beheervoorziening te krijgen; het enige wat zij moeten kunnen, is het namens hun cliënt doorgeven van het BSN aan het digitale systeem van de rechterlijke instanties. De verplichting om vervolgens de identiteit van die cliënt te verifiëren rust niet op hen, maar op de Rechtspraak als overheidsorgaan en gebruiker in de zin van de Wabb (artikel 10 jo. 12 van de Wabb). Voor Slachtofferhulp Nederland (SHN) is dat anders. Zij heeft bij de in artikel 2 van het ontwerpbesluit genoemde werkzaamheden straks een vergelijkbare rol als de Rechtspraak in het genoemde voorbeeld. De informatie die SHN over slachtoffers verwerkt en de (online) diensten die zij aan hen ter beschikking zal stellen hebben een gevoelig en vertrouwelijk karakter, hetgeen om een strikte en veilige wijze van identificatie en authenticatie vraagt. Daarvoor is het noodzakelijk dat SHN de voornoemde beheervoorziening kan raadplegen en dus dat zij gebruiker in de zin van de Wabb wordt. Dat kan niet via artikel 46, tweede lid, van de UAVG.

Wijzigingen in het ontwerpbesluit en de nota van toelichting

Slachtofferhulp Nederland heeft laten weten drie maanden langer nodig te hebben voor de implementatie van het ontwerpbesluit. Daarom is artikel 5 (en de toelichting daarop) gewijzigd, in die zin dat:

-    de datum van inwerkingtreding is gewijzigd van 1 juli 2019 in 1 oktober 2019 (eerste lid), en daarmee verband houdend, dat

-    de datum waarop het besluit vervalt indien de Wet straffen en beschermen dan niet in werking is getreden, is gewijzigd van 1 juli 2022 in 1 oktober 2022.

Voorts is van de gelegenheid gebruik gemaakt om nog enkele redactionele wijzigingen door te voeren in het conceptbesluit en de nota van toelichting.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister voor Rechtsbescherming

Voetnoten

(1)    Dit is in lijn met het uitgangspunt dat het gebruik van het BSN bij wet moet zijn voorgeschreven. Zie artikel 46, eerste lid, van de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming (UAVG) en artikel 1 sub d onder 2º van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer (Wabb).

(2)    Aanwijzing 2.22 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

(3)    Artikel 46, tweede lid, UAVG vindt zijn herkomst in artikel 24 Wet bescherming persoonsgegevens, dat beleidsneutraal is overgenomen in de UAVG. Voorbeelden van amvb’s die hierop zijn gebaseerd, zijn het Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht en het Besluit Jeugdwet. Zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0040940/2018-05-25/0/Hoofdstuk4/Artikel46/informatie.

(4)    De nummering van de paragrafen van de nota van toelichting is mede naar aanleiding van het advies gewijzigd. Het gaat om paragraaf 1.3 volgens de nieuwe nummering.

(5)    Deze amvb is overigens gegrond op de artikel 24 van de Wet bescherming persoonsgegevens. Deze bepaling is beleidsneutraal overgenomen in artikel 46 van de UAVG.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document
Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon