Ontwerpbesluit houdende een wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
- Kenmerk
- W13.19.0087/III
- Datum aanhangig
- 4 april 2019
- Datum vastgesteld
- 15 mei 2019
- Datum advies
- 16 mei 2019
- Datum publicatie
- 26 juni 2019
- Vindplaats
- Staatscourant 2019, nr. 35321
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 4 april 2019, no.2019000679, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende een wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 ten behoeve van de ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en de deelname aan het maatschappelijk verkeer van personen met een auditieve handicap, met nota van toelichting.
Het wetsvoorstel centralisering tolkvoorzieningen auditief beperkten leef- en werkdomein centraliseert de uitvoering van de tolkvoorziening bij het UWV. Hiermee wordt het UWV voor de auditief beperkten, die in meer of mindere mate in het maatschappelijk verkeer zijn aangewezen op een tolk, het centrale loket voor het leef-, werk- en onderwijsdomein. Voorliggend ontwerpbesluit stelt nadere regels voor het leefdomein, waaronder over de omvang van het recht op een tolkvoorziening (VWS). Tegelijkertijd met het onderhavige ontwerpbesluit is bij de Afdeling advisering van de Raad van State een ontwerpbesluit ten behoeve van tolkvoorzieningen in het werkdomein (SZW) aanhangig gemaakt. (zie noot 1)
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt een opmerking over het burgerperspectief. In verband daarmee is aanpassing van de toelichting wenselijk.
De Afdeling merkt op dat beide aan de Afdeling voorgelegde ontwerpbesluiten in essentie dezelfde materie regelen, ter uitvoering van het hiervoor genoemde wetsvoorstel. De voorgestelde uitwerking verschilt echter op punten van elkaar, zonder dat de toelichtingen bij beide ontwerpbesluiten daar een verklaring voor geven. Het ontbreken van een afdoende toelichting bij de verschillen wringt, nu daarmee slechts in beperkte mate inzicht wordt gegeven in de vraag hoe rekening is gehouden met het burgerperspectief. Het gaat in dit geval om het perspectief van een kwetsbare groep die aangewezen is op een tolkvoorziening. Het is ook uitdrukkelijk kabinetsbeleid om het burgerperspectief bij alle voorgenomen regelgeving expliciet mee te wegen. (zie noot 2)
Naast de verschillen in gekozen uitwerking voor het werk- en leefdomein, wijst de Afdeling ook op verschillen met het onderwijsdomein. Zo dient de auditief beperkte bijvoorbeeld aan te tonen dat hij is aangewezen op een tolkvoorziening. Dat doet hij door het overleggen van een verklaring van een huisarts of medisch specialist. Voor het leef- en werkdomein is geregeld dat die medische verklaring maar één keer hoeft te worden afgegeven, en dat die verklaring gebruikt kan worden voor een eventuele noodzakelijke tolkvoorziening voor een ander domein. Voor het onderwijsdomein is een dergelijke bepaling niet opgenomen. Niet uitgesloten kan daarom worden dat degene die eerst in het onderwijsdomein een verklaring heeft overgelegd, dezelfde verklaring nog een keer voor een ander domein moet overleggen, hetgeen een extra last oplevert.
Daar komt bij dat de maximale bewaartermijn die het UWV aanhoudt voor diezelfde medische verklaring, voor de verschillende domeinen verschillend is geregeld. Of de betrokkene per ieder afzonderlijk domein een aparte aanvraag formulier moet indienen met de daarbij behorende extra belasting, wordt in de toelichting verder niet duidelijk gemaakt. De toelichting lijkt tevens te suggereren dat de betrokkene in alle gevallen slechts een digitale aanvraag voor een tolkvoorziening kan indienen. Zeker bij personen met zowel een auditieve als visuele beperking die niet over aangepaste elektronische communicatiemiddelen kunnen beschikken ligt dit echter minder voor de hand. (zie noot 3)
De Afdeling adviseert in de toelichting aandacht te besteden aan het burgerperspectief en daarbij aan te geven op welke manier gezorgd wordt dat de betrokkene, na de inwerkingtreding van voorliggend ontwerpbesluit, op een eenvoudige manier aanspraak kan maken op een tolkvoorziening in de drie domeinen. Tevens adviseert de Afdeling aan te geven op welke termijn de aangekondigde harmonisatie van regels omtrent de tolkvoorziening zal plaatsvinden.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 13 juni 2019
De Afdeling merkt op dat er verschillen zijn in de vormgeving van de tolkvoorzieningen in het leef-, onderwijs- en werkdomein. De Afdeling mist hier een rechtvaardiging mede gelet op het burgerperspectief en vraagt in de toelichting aandacht te besteden aan het burgerperspectief en daarbij aan te geven op welke manier gezorgd wordt dat de betrokkene, na de inwerkingtreding van voorliggend ontwerpbesluit, op een eenvoudige manier aanspraak kan maken op een tolkvoorziening in de drie domeinen. Tevens adviseert de Afdeling aan te geven op welke termijn de aangekondigde harmonisatie van regels omtrent de tolkvoorziening zal plaatsvinden.
Bij de beslissing om de Wet centraliseren tolkvoorzieningen auditief beperkten leef- en werkdomein, luisterlijnen en vertrouwenswerk jeugd te initiëren stond het belang van de mensen met een auditieve beperking voorop. Vanuit dat perspectief is gekozen door te ontwikkelen naar een geharmoniseerde, centrale doventolkvoorziening voor het werk-, leef- en onderwijsdomein, waarin de specifieke voorwaarden van de verschillende domeinen behouden kunnen blijven. Mede in het licht van aanbevelingen gedaan door Significant naar de knelpunten in de uitvoering van de tolkvoorziening is ingezet op centralisatie en harmonisatie. (zie noot 4) Voor mensen met een auditieve beperking en de tolken betekent dit dat zij dan nog maar met één uitvoeringsorganisatie van doen hebben, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), waar één loket wordt ingericht voor de drie domeinen. Het voornemen tot centralisatie en harmonisatie is reeds aangekondigd in de brief aan de Kamer van 8 maart 2017. Het bleek dat vanaf 1 januari 2018 de tot dan toe gebruikte wijze van financiering van de tolkvoorziening die werden uitgevoerd door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) via het Gemeentefonds niet mogelijk was. Bovendien is het toekennen van tolkvoorzieningen op grond van de Wmo 2015 geen besluit van de VNG of private aanbieder, maar van het college van B en W. Dit wordt nu door de Wet centraliseren tolkvoorzieningen auditief beperkten leef- en werkdomein, luisterlijnen en vertrouwenswerk jeugd en de daaronder hangende lagere regelgeving bij het UWV als zelfstandig bestuursorgaan neergelegd.
Dit gaf druk om het proces van centralisatie en harmonisatie gedeeltelijk op te knippen. Vanaf 1 januari 2018 werd VWS tijdelijk verantwoordelijk totdat het UWV de taak kon overnemen. In dat kader is ervoor gekozen om eerst te centraliseren bij het UWV en de bestaande rechten in de verschillende domeinen zoveel mogelijk intact te laten. Dit is zo afgesproken met de belangenorganisaties van gebruikers en tolken en het UWV.
Dat betekent dat de auditief beperkte gebruik kan maken van 1 loket. Daarnaast is één formulier ontwikkeld dat voor aanvragen in verschillende domeinen kan worden gebruikt (zowel digitaal als op papier). Hierbij is de doelgroep van gebruikers betrokken. Tolkgebruikers hebben verschillende ingangen bij het UWV om tolkvoorzieningen aan te vragen. Dit is niet enkel beperkt tot de elektronische weg. Overigens worden digitale hulpmiddelen (computer, tablet en smartphone) steeds vaker gebruikt door mensen met een auditieve beperking. Er zijn verschillende mogelijkheden om een ingang te vinden tot de tolkvoorzieningen:
- Iemand is al langer auditief beperkt en kan via verschillende wegen informatie hebben ontvangen over het aanvragen van tolken via organisaties of eigen netwerk. In de meeste gevallen hebben mensen zelf al een geregistreerde tolk betrokken (die dan bij het UWV de kosten kan declareren) die van de voorziening weet.
- Op de vestigingen van UWV bestaat de mogelijkheid om gebruik te maken van computers om werk te zoeken of hulp te krijgen met aanvragen van voorzieningen. Mensen kunnen via een chatfunctie ofwel telefonisch contact zoeken met het UWV over de tolkvoorziening en schriftelijk een aanvraag indienen.
- Verder kan men ook terecht bij de eigen gemeente (informatiepunt cliëntenondersteuning).
- Bij mensen die zowel auditief als visueel gehandicapt zijn is dit alles een probleem, maar gezien hun hulpvraag zullen zij al specialistische begeleiding hebben die ze kunnen helpen aan een vergoeding voor een tolk tactiele gebaren taal.
De toelichting bij het onderhavige besluit is op deze punten aangevuld.
Toegezegd is om na 1 juli 2019 de Tweede Kamer te informeren over hoe de centralisatie vanaf die datum bij het UWV is verlopen. Tevens zal worden ingegaan op hoe het traject van de harmonisatie vanaf 1 juli 2019 zal verlopen. Het gaat daarbij om thema’s als tarieven, beleidsinformatie, wijze van toekennen, sturing en verantwoording.
Daarnaast vraagt de Afdeling aandacht voor het feit dat in het onderwijsdomein niet is geregeld dat de medische verklaring, waarmee de auditief beperkte aantoont dat hij is aangewezen op tolkvoorzieningen, maar één keer hoeft te worden afgegeven, en dat die verklaring gebruikt kan worden voor een tolkvoorziening voor een ander domein. Dit is wel opgenomen in het onderhavige ontwerpbesluit voor het leefdomein en voor het werkdomein.
De Afdeling merkt terecht op dat niet is uitgesloten dat degene die eerst in het onderwijsdomein een verklaring heeft overgelegd, dezelfde verklaring nog een keer voor een ander domein moet overleggen, hetgeen een extra last oplevert.
Op grond van artikel 19a van de Wet Overige OCW-subsidies heeft het UWV de taak om in het onderwijsdomein tolkvoorzieningen toe te kennen. Op basis daarvan kan op grond van artikel 73a van de Wet SUWI worden geregeld dat er slechts een eenmalig uitvraag is van gegevens (i.c. de medische verklaring) als men zich al heeft gemeld bij een ander domein. Het besluit is daarom aangepast door in het Uitvoeringsbesluit onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een handicap te regelen voor het onderwijsdomein, gelijk met het leef- en werkdomein, dat een medische verklaring die wordt ingediend voor tolkvoorzieningen in het onderwijs ook voor de andere domeinen kan worden gebruikt. Dit besluit zal daarom ook door de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media worden ondertekend. Ten slotte is ook de bewaartermijn van de medische verklaring voor elk domein geharmoniseerd. Waarbij het UWV zoveel mogelijk aansluit bij de bepalingen inzake de geneeskundige behandelingsovereenkomst, met name artikel 7:454, derde lid, Burgerlijk Wetboek.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting, mede namens mijn ambtsgenoot voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Voetnoten
(1) De Afdeling brengt gelijktijdig met dit advies, advies uit over dat ontwerpbesluit (W.12.19.0085/III).
(2) Zie onder andere de kabinetsreactie op het WRR rapport "Weten is nog geen doen", Kamerstukken II 2017/18, 34775 VI, nr. 88.
(3) Daar gaan de beleidsregels van het UWV ook vanuit, zie artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Beleidsregel elektronische communicatie UWV en de toelichting daarbij (Stcrt. 2012, 18590, p. 3). Zie toelichting, paragraaf 4.
(4) Harmonisatie tolkvoorziening - Onderzoek naar knelpunten en mogelijke oplossingsrichtingen voor de tolkvoorziening in het leef-, werk- en onderwijsdomein. Kamerstukken II 2016-2017, 32 805, nr. 51 (Kamerbrief).