Wijziging van het Besluit personenvervoer 2000 ter uitvoering van Verordening (EU) nr. 2016/2338 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1370/2007.
- Kenmerk
- W17.19.0025/IV
- Datum aanhangig
- 28 januari 2019
- Datum vastgesteld
- 6 maart 2019
- Datum advies
- 6 maart 2019
- Datum publicatie
- 11 juni 2019
- Vindplaats
- Staatscourant 2019, nr. 31743
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 31 januari 2019, no.2019000176, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit personenvervoer 2000 ter uitvoering van Verordening (EU) nr. 2016/2338 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1370/2007, met betrekking tot de openstelling van de markt voor het binnenlands personenvervoer per spoor (PbEU 2016, L 354/22), met nota van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen inhoudelijke opmerkingen over het ontwerpbesluit.
De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling adviseert het besluit te nemen.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, is de Afdeling van oordeel dat openbaarmaking van dit advies achterwege kan blijven.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W17.19.0025/IV
- De tekst van de overgangsbepaling van artikel 39 zou aldus verduidelijkt kunnen worden dat het huidige artikel 39 enkel van toepassing blijft op de concessiehouders voor wat betreft reeds lopende concessies.
- Artikel 39 is lastig leesbaar, doordat het gehele opschrift van de wet wordt genoemd. Overwogen zou kunnen worden om de huidige tekst van artikel 39 te handhaven, met de toevoeging van een lid waarin wordt bepaald dat dit artikel alleen geldt voor concessies die zijn verleend vóór de datum van inwerkintreding van het besluit.
- Het verkeerde slotformulier is gebruikt (zie Aanwijzing 4.31 van de Aanwijzingen voor de regelgeving).
- In onderdeel 4 van het algemene deel van de toelichting worden de (gewijzigde) artikelen 36a en 39 van het ontwerpbesluit inhoudelijk toegelicht (zie noot 1). Deze opmerkingen zouden beter op hun plaats zijn in onderdeel 2 van de toelichting.
- In de toelichting wordt niet inhoudelijk ingegaan op de opmerking die de ACM in haar uitvoeringstoets heeft gemaakt over de in artikel 4, achtste lid van de PSO-Verordening opgenomen informatieverstrekkingsverplichting en haar wens om in het Bp2000 (of in de Wp2000) nader te specificeren op welke gegevens deze verplichting specifiek ziet. Een nadere toelichting dienaangaande is op zijn plaats.
Nader rapport (reactie op het advies) van 21 mei 2019
Het ontwerp geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. De Raad plaatst enkele redactionele opmerkingen die voor zover mogelijk zijn overgenomen. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de inwerkingtreding van dit besluit in het besluit zelf te regelen en niet op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT